zondag 31 augustus 2008

Brief aan God

Beste God,

Soms zou ik willen verlangen dat ik iets verlang. Vind u dit raar? Want ik heb meestal niets te verlangen. Ik moet u allereerst eerlijk bekennen dat ik het gevoel van verlangen op dit moment in mijn leven zelfs helemáál niet ken, wel hérken. Ik ben een tevreden mens, en ik heb zelfs al moeite met het verlanglijstje van mijn verjaardag, iets wat ik al jaren geleden af heb geschaft. Niet de verjaardag, maar het lijstje. Maar het gaat natuurlijk nog meer over het verlangen naar vrede, rust, gerechtigheid en liefde. Maar ook daarin ben ik gelukkig. Het is natuurlijk ver te zoeken in de wereld van nu, dat weet ik. Maar ik verwonder me liever over uw wondermooie schépping die ik dagelijks mag ervaren, dan dat ik mateloos verlang naar datgene wat we als mensen tóch niet kunnen bereiken. En er is veel verkeerd, dat ziet u ook wel net zoals ik het zie. Maar ik laat me er niet door afleiden.
De wereld verhard en ik blijf ook volharden? Een overlevingstechniek? Moet je eerst op de puinhopen van het leven zijn geweest om te kúnnen volharden? Wat denkt u, God?
Er zijn maar weinig mensen waarin ik mijn eigen optimisme en manier van levensgenieten herken. En of ze allemaal tot aan de grond geweest zijn dat weet ik niet eens, dus laat ik erg voorzichtig zijn. Verlangen naar vrede op aarde? Ik doe het niet, want waarom zou ik, als u zelf zegt dat die vrede er niet komt, maar enkel en alleen op het moment dat uw zoon terugkeert en alles dan recht getrokken wordt? Er is vrede in mijn hart. Laat ik dat dan maar koesteren, toch? Mag dat? En mag ik dan gewoon gelukkig zijn met de eerste sneeuwvlok die valt in de winter, of de lente die zich aankondigt? Mag ik gelukkig zijn met de grenzen van mijn eigen kunnen, zonder te verlangen naar steeds maar meer? En waarom zou ik me druk maken over de armoede, als armoede van alle tijden is en alle eeuwen? Vergis u niet God, ik bedoel niet dat me het niet interesseert en dat het me niets doet als ik de zwarte, magere lichamen zie, brandend in de zengende hitte van de tropenzon. Maar ik kan er zo bitter weinig aan doen. Ik kan enkel tevreden zijn met wat ik heb. Want alleen al het verlangen naar steeds meer, zou mij toch onderdeel maken van de graaicultuur van deze zieke consumptiemaatschappij? Dan zou ik me toch júist schuldig moeten voelen, als ik kijk naar de honger en al het onrecht in de wereld?
Ik heb geen verlangen nodig God, tenminste nu niet. Maar ik ken de toekomst niet. Ik ken wel het laatste hoofdstuk, dat is genoeg voor mij, en dat is genoeg voor vandaag. Of mag ik dan misschien toch een klein beetje verlangen? Het verlangen dat ik nooit het grote verlangen nodig zal hebben? De tijd zal het leren, en uiteindelijk komt alles goed. Daar ben ik u dankbaar voor.

Geen opmerkingen: