dinsdag 19 augustus 2008

Engelbewaarder

“Eerst zien dan geloven”. We zeggen het, als we iets graag willen hebben, maar er eigenlijk geen vertrouwen in hebben. Ach, het zal wel weer op niets uitdraaien, denken we dan. Maar halen we eigenlijk niet deze twee dingen helemaal door elkaar? Zijn “zien” en “geloven” niet van een totaal verschillende orde? Als je iets ziet, dan valt er toch niets meer te geloven? Als we God niet zien, wil dat dan zeggen dat Hij niet bestaat? Mensen die dat beweren, weten in hun hart vast wel beter. Net zomin, dat ik het bewijs kan leveren dat er wél iets is. Wat ik zie, dat ziet een ander misschien niet en kan ik er alleen maar van vertellen. Het gebeurde een aantal jaren geleden op vakantie in Oostenrijk.

Terwijl mijn vriendin en ik onze rugzakken inpakken voor een bergtocht in de Alpen ontwaakt Kirchberg in Oostenrijk. Langzaam verovert de opkomende zon de gekleurde geveltjes en maakt van de bebloemde balkons een schitterend schouwspel. Precies om negen uur rijden we met de pendelbus naar hoger gelegen stuwmeren op zo’n 2000 meter. Het is druk in de bus, we laten het “stuwmeertoerisme” al snel achter ons en beginnen onze wandeling op de Kitzsteinhorn.
Het wordt kouder en we lopen eerst in de zon, dan weer in de regen en even later verdwijnt de berg helemaal in de mist en druipen we in onze natte hemdjes. Even later zitten we zelfs midden in een sneeuwbui. Het pad wordt ruiger en smaller en steeds moeten we elkaar helpen om staande te blijven op de gladde stenen. Wordt het niet te gevaarlijk? Maar we vergeten de angst weer als een grote roofvogel laag over onze hoofden zoeft, en de wolken ver beneden onder ons door glijden en hun schaduwen laten vallen op de spiegelende stuwmeren. We horen helemaal niets, en het is alleen de natuur die spreekt.
Even later verschijnt een jongeman met stoffen puntmuts, ver beneden ons. Alsof hij geen moeite heeft met de steile, rotsachtige weg, komt hij snel naderbij, maakt een praatje in gebrekkig Duits, en verdwijnt vlot achter de berg. Enkele minuten later zien we hem weer met soepele passen voort huppelen over het smalle pad. We kijken elkaar aan, het pad is eigenlijk geen pad meer, en de stenen worden grilliger. We twijfelen, we rillen van kou en van spanning, maar de berg roept en daagt ons uit. Precies op dat moment duikt ook de puntmuts weer op, en de jongeman komt alweer terug het pad af wandelen. Hij lijkt geen enkele moeite te hebben met de voor ons bijna onbegaanbare weg. Onze gast houdt stil en kijkt naar onze gezichten. De andere kant van de berg is somber en grauw door de mist, vertelt hij. En ook is het pad daar vrijwel helemaal verdwenen. We kijken elkaar aan. Achter ons gaapt de gevaarlijke diepte. We keren terug en beginnen opgelucht aan de afdaling. De puntmuts vervolgt zijn weg en we zien hem in een mum van tijd alweer ver beneden ons aan de voet van de berg.

De zon breekt door, en wij arriveren ruim een half uur later bij de stuwmeren. Opeens duikt de geheimzinnige wandelaar weer op. Hij lachte eens, en knikt naar ons. Terwijl hij zijn gezin aan ons voorstelt, wenst hij ons nog een prettige vakantie, zet daarna zijn hoedje op en verdwijnt met zijn familie uit het zicht. We rillen weer, maar nu niet van de kou of inspanning. Engelen bestaan niet? Misschien niet, misschien wel. Wij hebben in elk geval iets prachtigs gezien, daar boven op de Kitzsteinhorn in Oostenrijk. Geloof je ons, of wilt je het graag eerst zien?

Geen opmerkingen: