zaterdag 16 augustus 2008

Galiameloen

Het is “klungelzaterdag”, je kent het wel. Opstaan als de bioklok het aangeeft, en dat is bij ons toch eigenlijk niet veel later dan door de week, een uur of zes. Het is augustus, maar toch kringelt de herfstgeur al via het open raam naar binnen. Koffie zetten, krantje halen bij de pomp, koffie drinken en krantje lezen. Wéér koffie zetten, en nog een keer de krant, (alles lezen wat ik nog even had overgeslagen). Om een uur of negen even naar de winkel. Er is nog bijna geen kip te zien. De groenteboer slaat zoals elke week zijn tenten op, en maakt zijn spullen klaar. Als ik mij naar de ingang van het winkelcentrum begeef valt mij een groot reclame bord op, met de tekst: “Galiameloen, super lekker!” En op hetzelfde moment, (ik kan het nou eenmaal niet helpen), ontvouwt zich in mijn brein een tsunami van gedachten en overpeinzingen. Want, wie heeft bepaalt dat die Galiameloen lekker is? Sterker nog, zelfs súperlekker? En kun je überháupt spreken van een lekkere, zoniet, súperlekkere melóen? Want, die tekst zegt toch helemaal niets van die melóen, maar toch alles van diegene die de tekst heeft opgesteld? Ervan uitgaande dat hij of zij de waarheid schrijft, tenminste, want in de reclamewereld is bijna alles één grote leugen. Wel, misschien lust ik dus helemáál geen meloen, laat staan een Gáliameloen, en ook niet als iemand anders het ding “super” lekker vindt. Ik ga er voor het gemak dus maar van uit dat de opsteller van de tekst die dingen echt lekker vindt. Maar dan zegt het dus, nogmaals, helemaal niets over die meloen maar over hém of háár! Betekent dat dan dat de tekst op het bord volslagen waardeloos is? Nee, allerminst niet, want dan zou ik mijn eigen theorie gaan ondergraven, als ik het tenminste zo formuleer. Ik, zélf, vindt het een waardeloze tekst, omdat het niets zegt van die meloen, en het doel van de reclameboodschap dus volledig wordt gemist. Ik mag toch aannemen dat de tekstschrijver die Galia’s vanavond graag allemaal verkocht zou hebben? Een andere reden zou ik niet kunnen verzinnen. Nog een pikant detail is het gebruik van de aanduiding “super”.
Als we tegenwoordig iets helemaal geweldig vinden dan is het “super”. Overigens, eigenlijk is dit alweer een sterk verouderde uitdrukking die al lang weer op zijn retour is. Tegenwoordig is alles méga, en gíga-lekkere meloen mag natuurlijk óók al.
Terwijl ik alweer in de auto stap, rollen mijn gedachten nog even verder. Mega, giga, en wat krijgen we over een poosje? De uitdrukkingen komen uit de informatica: kilobyte, megabyte en gigabyte. De volgende in de reeks is de terabyte! Duizend gigabyte is één terabyte, voor diegene die geïnteresseerd is. Het is súper! Het is een méga-aanbieding! Het zijn gíga-bananen, en straks krijgen we de overheerlijke térameloenen!

Geen opmerkingen: