zaterdag 6 september 2008

In memoriam...

Elzo, 52 jaar, praat openhartig over de agressieve prostaatkanker die zijn lichaam langzaam afbrak. Samen, met zijn vrouw Anneke, vertelde hij me hoe ze dit proces hebben doorstaan en hoe hij bezig was met léven in plaats van zich blind te staren op het naderend levenseinde.


Als ik het tuinpad op loop, zie ik Anneke al aankomen achter het matglas van de voordeur. Ze verwelkomt me hartelijk en gaat me voor naar de woonkamer waar ik, door Elzo, ook al even hartelijk wordt begroet. Terwijl Anneke naar de keuken loopt om de koffie in te schenken begint hij zijn verhaal.

‘Ik werkte als applicatiebeheerder bij KPN in Groningen en ben begonnen als technische man bij de telefooncentrales. Dag en nacht werkte ik en mijn vak was mijn hobby’.
‘Ik kom uit een gereformeerd nest’, vertelt Elzo. ‘Mijn moeder werd gelovig toen ze twintig jaar was en mijn vader leerde kennen. Het was bij ons thuis paplepelwerk. Wij zijn zelf niet gelovig, maar we hebben onze kinderen wél naar een christelijke school gestuurd. We vinden het belangrijk dat ze hun eigen keuzes maken. Dan hebben ze in ieder geval een basis om te kúnnen kiezen’. Elzo vertelt, met trots in zijn stem, van zijn moeder die ook overleden is aan kanker.
‘Een moedige vrouw die waardig is heengegaan, en alles zélf tot in de puntjes heeft geregeld. Mijn vader was penningmeester van de begrafenisvereniging en thuis was het altijd een gemakkelijk onderwerp van gesprek.’

Na zijn eerste bezoek aan het ziekenhuis en een operatie, leek het een poosje redelijk in orde. Maar toen kwam er in december opeens iets tussen. Elzo kreeg een uitnodiging van de bedrijfsarts die, na een gesprek van een paar uur, een burned-out constateerde: ‘Jij bent een workaholic.’ ‘Dat kan niet’, dacht Elzo. Maar de narcotiseur in het ziekenhuis het ook al gezegd: ‘Als jij zo door gaat lig jij over een poosje tussen zes plankjes.’

‘Nou’, zegt Anneke ironisch, ‘hij heeft gelijk gehad, alleen komt het niet van de burned-out.’
‘Het was echt erg’, zegt Elzo, ‘ik was altijd aan het werk. Toen mijn schoonvader gecremeerd werd zat ik nog achterin de auto op de laptop te werken, schandalig. We hebben er goed over kunnen praten, voegt Anneke toe. Elzo is nu totaal veranderd. Daarom is juist het vervolg van het verhaal zo wrang.’ ‘Anneke is veel meer een maatje voor mij dan een verpleegster’, zegt Elzo. ‘Mensen vergeten nog wel eens dat dat nog belangrijker is dan de zorgtaken.’

‘Ik heb nooit echt af kunnen kicken van die verslaving’, gaat Elzo verder. ‘Want in de periode daarna is bij mij diabetes geconstateerd, mijn hoge bloeddruk was nog steeds niet onder controle en ik had die enorme moeheid nog steeds. Op een gegeven moment moest ik toch weer naar het ziekenhuis. Uitgerekend op Valentijnsdag vertelde de dokter mij dat ik een zeer agressieve vorm van prostaatkanker had, en dat ik niet meer beter zou kunnen worden. We keken elkaar aan, en dan stort je hele wereld in. Eerst die andere “tumor”, de werkverslaving, die me nog steeds achtervolgd. En nu ook nog de kanker die mijn lichaam langzaam aan het afbreken is. Ik zei tegen die dokter, je hoeft me niet te vertellen hoe lang ik nog heb, maar heb ik nog tijd voor een tweede bakje koffie of moet ik direct aan de borrel?

De eerste weken daarna heb ik het erg moeilijk gehad. Ik mocht nog niet naar huis, en ik heb toen een rivier van zout water achtergelaten op die gangen. Ik heb echt lopen janken, vooral ’s nachts, en dan dwaalde ik over de afdeling. Het was allemaal vreselijk ingewikkeld! Toen ben ik begonnen met schrijven, dan kon het er uit. Maar er kwam direct weer iets nieuws in. Er zijn een aantal bladen in mijn eerste boekje, daar staat alleen maar “Kut” op! Met hele dikke letters: KUT!! WAAROM IK??? ‘Waarom ik? Dat was al een behoorlijke zin voor mij’, vervolgt Elzo, ‘maar het werd steeds genuanceerder, en steeds meer kon ik het uit mijn hoofd halen. Maar toen ik op een gegeven moment daar naar zat te kijken dacht ik, daar word ik doodmoe van! Dit wil ik niet meer. Ga maar eens even rechtop zitten, en zeg nou maar eens tegen jezelf: Dit is een voldongen feit! Want ik kon met deze emoties niet verder, ik kon met de realiteit niet verder, en ik kan daar helemaal niks aan veranderen! Ik heb kanker, en ik ga daar dood aan! Punt!
Ik heb dat opgeschreven, drie keer, vier keer, vijf keer, en toen kwam daar nog bij: Ik heb kanker ik ga dood, maar ik weet niet wanneer! En dat interesseert me geen ene moer, want dat merk ik gauw genoeg…

Kort nadat ik thuis was gekomen, uit het ziekenhuis, heb ik een periode gehad dat ik dat ook te pas en te onpas zei: Ach, het maakt mij niet uit, ik ga toch gauw dood. Op een gegeven moment zei onze zoon: ‘He ouwe, dat moet je niet steeds zeggen, dat weten we nu wel.’
‘Dat was voor mij het moment dat ik zeker wist dat ik niet alleen zou staan en dat we het samen zouden doen’, zegt Elzo. ‘Op het laatste moment overwin ik de kanker, want als ik dood ga dan gaan ook de kankercellen dood, en dan heb ik gewonnen! En dáár heb ik wel zoveel plezier aan…’
We pauzeren even. Elzo is moe geworden en maken we van de gelegenheid gebruik even de benen te strekken.

Als we weer zitten, en Anneke ons van nieuw drinken heeft voorzien, vertelt Elzo verder. Zijn toon is rustiger geworden en hij praat met lange en zekere halen. Ik wil tot het einde de regie houden over mijn lichaam en daarom heb ik, in overleg met Anneke en de artsen, besloten om palliatieve sedatie toe te passen. Dat betekent dat ik het hele proces van aftakeling bewust wil doormaken, tot het moment dat het niet verder wil. Je geest blijft helder, maar je lichaam wil dan niet meer. Dan vraag ik aan de huisarts of ik het infuus kan krijgen met het sedatiemiddel, daar zit dan een soort kraantje aan. Daarna neem ik afscheid van mijn gezin, en dan draai ik zélf het kraantje open. Het slaapmiddel kan dan binnen komen en dan wordt ik niet meer wakker. Onmiddellijk wordt dan ook mijn insuline gestopt, en wordt er een pijnstiller toegevoegd, anders zou je niet goed kunnen slapen. Dit duurt dan ongeveer een dag of drie en dan is het over, dan ga je dood’.

Elzo zwijgt even, maar gaat direct weer verder. ‘De target die ik nu nog heb is 28 juni, want dan gaat mijn dochter trouwen. Ik mag haar weg geven in de kerk. Dat vind ik geweldig natuurlijk, maar als het niet zo is dan is het niet zo. Ze heeft zelfs een “backup” voor mij geregeld als ik er niet meer ben. Het feit dat ze daar rekening mee heeft gehouden doet mij goed. En dan denk je van: That’s my girl!’ Anneke lacht, en terwijl Elzo me stralend aankijkt vraag ik: ‘En dan kun je rustig gaan?’

‘Ja’, zeggen ze allebei. ‘Alles is toch maar mooi geregeld, je hebt het goed begrepen…’

***

Ik weiger om te somberen,
al zin ik wel op wraak.
Zijn indiscrete stalkerij
breekt hem nog op, gelooft u mij,
die valse kankerdraak!
Maar als’k door hem het loodje leg
lach ik als Rein de vos.
Want hij is zo aan mij verknocht
als ik bezwijk, is hij verkocht,
is hij ook mooi de klos!
Dan gooi ik los dat anker!
In memoriam: Ka..... ,Oh zo!

Op 25 juni 2007 is Elzo overleden.

Geen opmerkingen: