vrijdag 11 juli 2008

Vakantie 2008

We gaan drie weken dit jaar. Nou ja, vorig jaar ook, en dat jaar daarvoor ook, en...dat weet ik niet meer. Tenminste aaneengesloten, (leuk om ook het woord aaneengesloten aaneengesloten te schrijven). Raar trouwens dat we nog steeds praten over schrijven. Ik schrijf helemaal niet, ik typ. Of is het misschien "tiep"? Maar daar had ik het niet over. Vandaag de laatste dag voor de vakantie. Nog even een paar uur werken en dan naar huis om 11 uur. Nee niet 23 maar 11. Ik pak vast alles in wat ik afgelopen zondag al klaar had liggen boven. Bijna alles dus, behalve tandenborstel en douchespul. Mijn inpakmethode is simpel maar doeltreffend. Niet nadenken wat ik allemaal mee moet nemen, maar gewoon de klerenkast opendoen en pakken. In de badkamer is het al net zo en daarna verdwijn ik in mijn werkkamer om vervolgens de inpakprocedure af te sluiten. Op deze manier kan je niets vergeten. Het leven is simpel.

Vroeger pakte mijn moeder altijd de hutkoffers in. Het vakantieschrift was er opeens, (niemand wist waar ze het ding bewaarde en opeens vandaan haalde). Twee stonden er naast elkaar in de kamer en eentje in de gang. Hutkoffers wel te verstaan, geen schriften.

Ze streepte alles aan wat ze had gehad, en benutte elk plekje in de groene kisten.

Goed, bij mij geen kisten maar slechts een rugzak en een koffertje op wieletjes. Je kent het wel, zo'n ding waar je er honderd van ziet op Schiphol. Mijn vriendin heeft ongeveer dezelfde hoeveelheid. Ze is gelukkig niet van het type vrouw met zesendertig paar schoenen en een koffer vol make-up en gezichtscreme. Wat moet ik trouwens met een vrouw met zesendertig paar schoenen? We gaan zo ons eigen gangetje vandaag en opeens is er niets meer te doen. We nemen mijn schoonouders mee een weekje, en er wordt driftig heen en weer gebeld. Dat moet de dag voor dat je weg gaat. Nog even de banden van de auto checken, de koelkast leegmaken, een laatste tuinkeuring en dan is er niets meer en ga je dingen zoeken...We zijn er klaar voor! Straks, de groeten uit het Limburgse Gulpen, maar nu nog even Kampen.

Staatsloterij

Veel geld winnen schijnt nogal heftig te zijn als ik de media mag geloven. Afgelopen donderdag was er continue aandacht voor de vette prijs die zou gaan vallen in de Staatsloterij. Als we niet al hebberig wáren dan zijn we dat nú wel. De hele dag werd er geleuterd op de radio over wat je allemaal niet met het geld kan doen, en of je het weg zou moeten geven of juist helemaal níet. Er werd stevig gespeculeerd over miljonairs. Zij het egoïsten, zijn het levensgenieters, zijn het gulle gevers? En zo generaliseren we er vrolijk op los. Want daar zijn we goed in, vooral als het om geld gaat. En of je verliest of wint, je past altijd wel ergens in een hokje! Dat vinden we leuk blijkbaar en we hebben niet eens meer in de gaten dat we er eigenlijk onszelf, en anderen, flink mee tekort doen. Maar ja, een kniesoor die daar op let. Eigenlijk is het diep triest dat zo veel mensen zich laten verleiden om voor honderden euro’s loten te kopen en zich blind te staren op die 25 miljoen. Geld maakt gelukkig? Soms, maar lang niet altijd.