dinsdag 30 september 2008

Familie

Stamboomonderzoek. Het is een verslaving, tenminste als je eenmaal begonnen bent dan wil je alles weten van voorouders, jaartallen, huwelijken, scheidingen, foto’s, “vreemdgangers”, neven en nichten, emigraties, etc. Steeds meer is er te vinden op internet. Tik maar een paar namen in op de Google-machine en het is bijna altijd raak! Het zijn bij mij overigens vlagen van intensief zoeken. Ik kan drie weken achter elkaar speuren in families en hun samenhang, om dan daarna weer maanden er niet naar om te kijken, (van een verslaving kun je dus nauwelijks spreken). Het is net als roken, dan weer een paar maand er flink tegenaan, om daarna weer een jaar of langer te stoppen. Misschien heeft het te maken met mijn levensstijl, en zie ik wel wat er op mij af komt vandaag. Hoewel ik moet toegeven dat het wel lekker voelt als je weer vier maanden “rookvrij” bent.
Maar even terug naar het stamboomonderzoek. Ik ben aangestoken door mijn neef, de oudste van mijn zuster, woonachtig in Nieuw Zeeland. Hij emigreerde in 1970 met zijn ouders, en broer en zus, toen hij zes jaar was. Hij weet het meeste van ons allemaal van de familie en ik heb veel gezien van zijn enthousiasme tijdens zijn zoektocht in de generaties. Hij weet alles van ooms en tantes, oud-ooms en tantes die vreemdgingen, onechtelijke kinderen, (er werd wat afgerotzooid vroeger), en het gaat soms terug tot het jaar 1400 als het niet nog eerder is.
Ik ben denk ik niet zo gedreven als hij wat dit betreft maar ik kan het me wel voorstellen.
Want als je eenmaal begonnen bent, dan wil je meer weten, en soms MOET je gewoon weten waar ergens een link zit in de voorouders. Ik kan het ook niet verklaren, maar het is net als verliefdheid, of dat je van spruitjes houdt. Als je het gaat verklaren is de verliefdheid weg, of lust je geen spruitjes meer. Wat zitten we toch wonderlijk in elkaar. Laatst was mijn zwager, (broer van mijn vriendin), uit Curacao over met zijn nieuwe vriendin. Haar moeder is een “van Rijn”. Vanzelfsprekend leg ik de link met mijn oma van moeders kant, die ook een “van Rijn” is en afstamt van Rembrand. Gek genoeg, wil ik weten of Ella, (die vriendin), dus familie is. Gek genoeg? Ja, want normaal gesproken heb ik niet zoveel met familie, althans vrienden zeggen voor mij net zoveel, zo niet meer nog in sommige gevallen. En natuurlijk is er ook familie waar je ik wel wat mee heb, maar dat is dan niet omdat het familie is maar doodsimpel omdat ik me interesseer in de persoon. Dus waarom ik wil weten of er een familieband bestaat tussen de vriendin van mijn zwager en ik, is mij volslagen onduidelijk. Toch is het er, en ging ik weer op zoek. Ik ben er nog niet achter, en het zal nog wel een paar weken duren ook, want ik ben niet echt verslaafd…Gelukkig rook ik ook nog steeds niet! Wat een wereld, wat een vrijheid…

zaterdag 27 september 2008

Bloggen

Bloggen, of zoals je wilt, web-loggen. Loggen op het web, loggen op internet. Ik kan natuurlijk ook op een drukke zaterdag in Tilburg, (maar het had net zo goed Meppel kunnen zijn), op de hoek van de straat gaan staan schreeuwen, dat is precies hetzelfde. Toch zijn er een aantal wezenlijke verschillen. Op internet ziet niemand je, althans bijna niemand…Niemand? Nou ja, op straat ziet ook niemand je, want niemand maakt mij wijs, (écht niemand), dat mijn geschreeuw de aandacht trekt. Kan ik dus beter op internet blijven, waar je “niemand” tot last bent en lekker rustig je gedachten kunt formuleren. Want dat is het tweede verschil. Het is zo lekker rustig achter die computer, en schrijven is toch nog iets anders dan schreeuwen. Maar waarom doe ik dat nou? Wat bezielt me, bijna dagelijks, om me helemaal suf te typen en hele lappen tekst te produceren die toch haast niemand leest. Wel, laat ik één groot misverstand uit de weg nemen: ik doe het niet voor het hooggeëerd publiek maar helemaal voor mezelf. Natuurlijk is het grappig als het iemand raakt of gewoon aanspreekt, dat is mooi meegenomen, maar ik doe het simpel helemaal voor mezelf! Het ontlaadt me, het stimuleert me, het beweegt me, het laat me niet inslapen, en ik heb het nodig. Iemand anders ademt, (ik natuurlijk ook), maar mijn schrijven is ook als ademen. Zonder schrijven ga ik dood. Nou ja, misschien wordt ik eerst ziek, en dan… niemand kent de toekomst. Ook ik niet. Maar ik schrijf, en schrijf en blijf.
Dat is heerlijk. Ik hoef geen mens te overtuigen, en niemand te bewegen om een of ander pad te kiezen. Ik ga mijn eigen weg, en wie het leuk vindt, hobbelt er gewoon een poosje achteraan. Moet je alleen met mij even rekening houden dat ik soms uren en uren, soms wel dagen of maanden op dezelfde rotonde blijf hangen en geniet van elk rondje dat ik draai. Moet je wel tegen kunnen…Ik schrijf en daarom kan ik overleven. Ik leef, dus schrijf ik. Rare vent? Ach, wie heeft er niet iets “raars?” Bloggen is raar? Misschien gaat het ook wel weer over, en dan ga ik toch een poosje op de hoek van de straat staan schreeuwen? Kan me het niet voorstellen, maar ik ben een rare…Je weet het nooit. Voorlopig maar bloggen dan, dat is goed voor me…

vrijdag 26 september 2008

Tears in heaven

‘Zullen we gaan?’ vroeg ik. ‘Ja hoor, en dan drinken we onderweg een kop koffie?'

We hadden het er vaak over gehad, mijn moeder en ik. Haar zoon, die ze nooit heeft gekend.
Hij werd geboren, ruim 66 jaar geleden, in het ziekenhuis van Beverwijk, en overleed toen hij slechts vijf dagen oud was.
Mijn moeder vertelde dat ze mijn broertje eigenlijk nooit in haar handen, dicht bij zich, heeft gehad. Vrijwel onmiddellijk na de geboorte werd de baby weggehaald, want hij had problemen met de ademhaling. Ze hoorde hem gillen achter het witte scherm, en ze heeft hem daarna niet meer terug gekregen.
Op de dag van de begrafenis lag mijn moeder nog in het ziekenhuis. Toen het koetsje kwam om Pieter Herman op te halen werden de gordijnen van de zaal dicht getrokken. Ze hoorde alleen maar het knerpen van de wielen op het grind…“I must be strong and carry on”…

Ja, er moet inderdaad nog een broertje zijn geweest, maar nooit werd er in de familie over gesproken. ‘Zou u niet eens willen gaan kijken op die plek?’ vroeg ik een tijdje geleden aan mijn moeder. ‘Ach jongen, dat is er toch lang niet meer?' Maar ik proefde haar verlangen om dat stukje van haar leven “af” te mogen maken. En na een korte zoektocht in de archieven mocht ik vernemen dat het grafje nog bestond. Hoe is het mogelijk na zo’n lange tijd!
En samen met mijn zus reed ik met mijn moeder naar Beverwijk. Ik weet het nog goed, het was een gure dag in maart. De regen kletterde, en de wind liet flink van zich horen.

‘Voorzichtig met de roos hoor, want die is voor de jongen’, haar stem klonk opgewekt maar tegelijkertijd ingetogen en gespannen.

De begraafplaats lag prachtig verscholen tussen grote oude bomen, en een klein modderig kronkelpad voerde ons naar de plek waar ons kleine broertje zou moeten liggen.
Mijn zus en ik, uiteraard zelf ook geroerd door dat ene moment zagen een moeder van 82, verscholen onder een grote paraplu, zich neerbuigen om de roos voor haar zoon op het graf te leggen. Een intiem en prachtig moment waarin verleden en toekomst elkaar omarmen…

”Would you know my name if I saw you in heaven…?

http://goudmijn.kro.nl/top2000tearsinheaven.aspx

dinsdag 23 september 2008

Herfst

Dromerig kijk ik uit het keukenraam als ik gretig aan mijn zoveelste mok dampende koffie begin. Buiten passeert een jongeman op de fiets. Voorovergebogen over het stuur duwt hij zich voort. Zijn lange jas dreigt door de fladderende wind af en toe in het achterwiel te blijven haken. Hij is alweer voorbij, en mijn gedachten gaan terug naar de tijd waarin ik elke morgen de weg naar school fietste. In de straffe wind moesten we happen naar adem als we hem pal tegen hadden tijdens gure herfstdagen. Net zoals tegenwoordig waren de scholen toen ook al te klein, en de geur van leren schooltassen en natte jassen hing in de gang van de noodlokalen. Om zo dicht mogelijk tegen de verwarming aan te zitten balanceerde ik op twee achterpoten van de stoel, met mijn vingers om de schoolbank geklemd.

In de herfstvakantie gingen we naar mijn zus in Brabant. Daar zijn mooie landgoederen met oude dikke bomen. Ik herinner me de prachtige deken van gekleurde bladeren op de grond tussen de noestige wortels. We zochten naar tamme kastanjes. Zakken vol namen we mee uit het bos, pelden ze aan tafel, en zo nu en dan mochten we er eentje rauw oppeuzelen. Je moet er van houden…

En ’s avonds, na het eten, vertelde mijn zwager geheimzinnige verhalen van oude baronnen, kastelen met spoken, en onthulde de geheimen van de donkere bossen.
Hij lijkt alsof, als ik terug denk aan die tijd van toen, alles nu nog veel méér indruk maakt.
En nu, in de gezellige warmte van de herfst, mag ik nog steeds genieten. Ik zie de wolken voorbij snellen boven een prachtig landschap waarin de kronkelende IJssel zich een weg baant. Schitterende contrasten van licht en donker wisselen elkaar af in dit jaargetijde.
Ik draai de lamp boven de keukentafel wat hoger, en vul mijn mok met de laatste koffie uit de pot. Wat kan de herfst je toch intens gelukkig maken…

maandag 22 september 2008

Vrede op aarde

We hebben een zomerverblijf in het Drentse Norg. Nou ja, het is ook winterverblijf, herfstverblijf, weekendverblijf, lenteverblijf, dagje uit- verblijf, Paasverblijf…Net hoe het uitkomt, we kunnen er heen wanneer we willen…

Er moet alleen nog wel ff flink geklust worden en we zijn al twee weekenden bezig. Een zwager bood aan om te helpen en hij doet het graag, en wij zijn dolgelukkig met zo’n kerel. Niet dat ik zelf niks kan hoor, dat valt ook nog wel weer mee, maar dát jonk heeft geen drie rechterhanden maar vijf en een half…En alles moet áf, recht, perfect, zonder naden, dik in de verf, en alles weggewerkt. Prachtig gewoon want als we het allemaal zelf zouden doen denk je toch gauw, ach, het is een weekendappartement dus het komt niet zo héél erg nauw…

Weken van te voren rekende mijn zwager zich al helemaal suf hoe alles zou moeten worden. De ombouw om de verwarming, de stopcontacten, (iets waar ik dus helemaal geen rekening mee zou houden, want ik pak wel een verlengsnoertje…), verlichting en afwerkstrips.
Maar het is een lust voor het oog om die jongen op te zien gaan in zijn vermogen om met weinig geld iets prachtigs te maken.

Maar, werkt dat dan wel goed sámen dan, zou je zeggen? Zo’n “perfectionist” en een “het-kan-ook-wel-anders-type” zoals ik? Ja hoor, want we lopen elkaar geenszins in de weg, en waar ik hulp nodig heb, heeft hij direct even tijd. En ik leer er ook weer van alles bij. Kwestie van openstellen voor elkaars kunsten op technisch gebied, en werkwijze. Simpel toch? En het maakt het leven zo eenvoudig daardoor. Kunnen de wereldleiders nog wat van leren denk ik…Maar helaas, ons verblijf is te klein om ze te kunnen ontvangen. Moeten wij maar naar het Witte Huis, of het Kremlin…

Lijkt me iets handiger…en voor de verandering weer eens iets anders dan een huisje in Norg…

vrijdag 19 september 2008

Prinsjesdag

Het kabinet zwoegt zich, na Prinsjesdag, door de Algemene Beschouwingen. De oppositie komt met haar bekende bezwaren en Geert Wilders fungeert als stoorzender met zijn bekende verhaal over het verscheuren van paspoorten van niet-willende Marokkanen. En Balkenende IV klopt zich op de borst, omdat “we” het economisch toch nog niet zo slecht doen in vergelijking met de rest van de wereld...

Het gaat dus helemaal nergens meer over, en dat we hard aan het afglijden zijn met name in de publieke sector wordt amper meer scherp gezet in Den Haag. Want de wachtlijsten in de jeugdzorg groeien nog steeds, de scholen verkwanselen hun miljoenen door zich met alles bezig te houden behalve met les geven, en de groeiende criminaliteit in buurten en steden rijst de pan uit. Juist dáár, waar de overheid de taak heeft om te stúren, slaat ze de plank volledig mis en strooit slechts met geld. De scholen hebben genoeg, maar tóch moet er een paar miljoen bij om het vak van leraren aantrekkelijker te maken? Ook in de zorg is geld genoeg, maar het verdwijnt in kwaliteitsmetingen en lullige onderzoeken.

We hebben een groot probleem in Nederland. Er is te véél geld en te weinig nuchterheid en inzicht.

woensdag 17 september 2008

Witte zwanen, zwarte zwanen...

Een van de vele schone aangenaamheden van mijn werk is het openen der panden in de vroege ochtenduren. Bij toerbeurt verzorg ik samen met mijn collega’s deze niet onbelangrijke, en verantwoordelijke taak. Want het zal je maar gebeuren dat je een deurtje vergeet…Hele volksstammen zitten dan een half uur uit hun neus te vreten op de gang omdat ze niet naar binnen kunnen, en moeten wachten tot de sleutelbewaker terugkeert...

Heel erg vervelend natuurlijk, maar wel te overzien. Er zijn ergere dingen op deze aardkloot.

Het overkwam me dus vanmorgen. Genietend van de nog relatieve stilte op straat, en het langzaam opgangkomend werkverkeer in Kampen, ging ik naar binnen in het pand waar ook andere bedrijven hun onderkomen hebben. Omdat gisteren de verwarming kapot was én gerepareerd, (hiep-hiep-hoera), checkte ik nog even of alles nog steeds ok was, en tevreden genietend liep ik naar boven om de rest van de deuren te openen. Nog even het keukentje checken op schoonheid en ordelijkheid, (ik ben er nou toch), en toen als een speer weer naar beneden om in auto te stappen en mij naar Zwolle te begeven voor weer andere schone taken.

En onderweg kreeg ik al zo’n gevoel van, er klopt iets niet. Ergens ver weg in het onderbewustzijn speelde mijn plaagnarretje een valse toon, dwars door het geluid op de radio van City FM. En toen ik bijna het Zwolse binnen reed, ging de telefoon…
Tja, het is dus gebeurd. Misschien had ik toch maar beter niet het keukentje kunnen checken? Heeft dat mijn dagelijks ritme verstoord? Het openingsritueel? Onderweg terug, probeerde ik me voor te stellen hoe ík me zou voelen als ik zou moeten wachten tot ik naar binnen zou mogen, en mijn werk zou kunnen beginnen…Eén troost, ze staan er niet alléén voor, ze hebben steun aan elkaar. Dat hoop je dan maar, want ik ben ook maar een mens…

Zo’n twintig minuten later betrad ik het gebouw en liep ik, met een heel klein beetje lood in de schoenen maar zo licht als een veertje, naar boven. Dat lood viel dus wel mee, als je begrijpt wat ik bedoel, want het kan iedereen overkomen. En ach, ik ken mijn “pappenheimers”, en kon ik dus acht opgeluchte gezichten naar binnen laten gaan. Om het “leed” toch enigszins te verzachten nam ik vanzelfsprekend de volledige verantwoording op me en mocht ik de dames en heren, later vandaag, verblijden met een traktatie van “bakker Heijn” aan de overkant. Een dag, die begon als een drama, had dus aan het eind zelfs nog een heel klein beetje een feestelijk staartje.

Met dank, en een knipoog naar acht meevoelende collega’s…

vrijdag 12 september 2008

9-11

Opvallend waren de twee krantenkoppen naast elkaar op internet, vandaag in het Veluws dagblad.
“Kippen komen om in vuurzee”, en “Blijvend verdriet over 9/11”.

Tweeduizend kippen komen om in Nieuw-Milligen door een brand. En drieduizend doden in New-York, door de verwoestende aanslagen op het World Trade Centre van zeven jaar geleden, worden herdacht. Natuurlijk niet te vergelijken, maar ironisch genoeg wel “gebroederlijk” naast elkaar in de krant. Ik probeer me voor te stellen hoe de eigenaar van de kippenfarm zich moet hebben gevoeld. Zijn bedrijf is naar de kloten, en zijn kippen zijn dood. Ik probeer me voor te stellen wat het geweest moet zijn daar in New-York. Twee wolkenkrabbers worden met de grond gelijk gemaakt door twee grote verkeersvliegtuigen, en drieduizend mensen zijn dood.
Kippen en mensen, het is nogal een verschil, en dan de aanleiding……Een brand, en een terroristische aanslag. Voor je gevoel, (de buitenstaander), misschien toch het idee dat die aanslag veel erger is? Misschien wel ja, maar ik denk toch dat die kippenboer afgelopen donderdag wel even wat anders aan zijn hoofd had, dan stil te staan bij de aanslagen van 11 september…

donderdag 11 september 2008

Large Hidron Collider

Een lange buis van 27 kilometer in cirkelvorm, honderd meter onder de grond. Laat daarin protonen met de snelheid van het licht op elkaar botsen en je krijgt hetzelfde effect als de situatie een fractie na de oerknal. De LHC, (deeltjesversneller), is afgelopen week aangezet en als het ding op volle toeren draait is daar zowel het koudste als het heetste plekje van de gehele kosmos te vinden. Wetenschappers zijn op zoek naar het zogenaamde Higgs-deeltje.

Zonder Higgs-deeltjes kunnen we niet bestaan zegt Jos Engelen, wetenschapper van het Europese laboratorium voor deeltjesfysica op de grens van Zwitserland en Frankrijk.

Het deeltje, door Nobelprijswinnaar Leon Lederman tot 'God-deeltje' gekroond (al is het volgens Engelen 'altijd een beetje raadselachtig gebleven waarom') is vermoedelijk het ontbrekende stukje in de legpuzzel waarmee de geleerden het universum kunnen verklaren. Het vermaarde natuurkundige 'standaardmodel' beschrijft de deeltjes waaruit 'alles' - de aarde, de zon, planeten, sterren, de gehele kosmos - bestaat en ontrafelt ook de krachten die deze deeltjes in hun greep houden.

Ik heb het altijd al gedacht, het Higgs-deeltje. Het is duidelijk, want dát is natuurlijk de verklaring voor ons bestaan, onze wortels en onze toekomst. Ben ik ff blij dat we er uit zijn, want Jos hoeft alleen nog maar even dat stukje uit te zoeken en de hele geschiedenis en de ontwikkeling van de kosmos is verklaard. Simpel, makkelijker kunnen we het niet maken…

”Als we dat God-deeltje niet ontdekken zullen we het nóóit ontdekken en kan alles, wat we tot nu toe bereikt hebben, in de prullenbak,” aldus Jos Engelen. Typisch zo’n uitspraak van een geflipte wetenschapper, die het mysterie van leven en dood wil verklaren door een simpel detail dat zich nog ergens in de materie bevindt? Óf hij is gewoon erg slim, en verdient zijn geld met de buitenwereld en zichzelf voor de gek te houden, óf hij is écht gek en hij weet niet beter.

Het hele experiment schijnt ook nog niet eens zonder risico te zijn. De kans is namelijk aanwezig, hetzij heel erg klein, dat onze planeet verdwijnt in een zwart gat. Maar dat valt bij mij onder sensatiepropaganda. Niemand heeft ooit de oorsprong van ons bestaan bewezen. Het is nog steeds de evolutietheorie versus het scheppingsverhaal. Er zijn zelfs boeken geschreven waarin het tegendeel wordt “bewezen” van de evolutietheorie. En nu blijkt dat alles gewoon afhangt van het ene Higgs-deeltje?

Tja…

Maar ik moet eerlijk zeggen dat ik er eigenlijk helemaal niet wakker van lig, van botsende protonen met hoge snelheden in een buis in Genéve. Wel een pikant detail, dat het Higgs-deeltje het predicaat God-deeltje heeft gekregen. De wetenschap is dus ergens ook nog eens zo reëel dat de missing-link dus misschien toch wel iets goddelijks is en dat we helemáál niets kunnen verklaren? Je zult maar wetenschapper zijn en zoeken naar iets wat je toch nooit zou kunnen bewijzen en verklaren. Het lijkt mij frustrerend.

Gelukkig hoef ik niets te weten om te straks te kunnen genieten van het vallend herfstblad, de ondergaande rode najaarzon, en de eerste bevroren dauw over de weilanden langs de IJssel. De natuur laat zijn ongekende geheimen en raadsels niet prijsgeven, en is alleen om die reden al een lust voor het oog.

Laat die protonen van Jos maar mooi voorthollen in die buis onder de grond in Genéve. God zal hij daar niet vinden.

Wel grappig trouwens dat hij Engelen heet…, die Jos.

maandag 8 september 2008

Dienst der gelovigen

Vorige week zondag reden we door Kampen, en het zwart der kerkgangers schoof door de straten. De zondagse plicht roept...

Ik krijg rillingen als ik het zie, en wordt er altijd naar van. Begrijp me goed, ik oordeel niet, want hoe je er bij loopt dat moet je helemaal zelf weten. En of je nou een hoedje op doet naar de kerk, een alpinopet, of helemaal niks, al dan niet in sombere kleuren, dat moet iedereen zelf weten. Maar ik snap er helemaal niks van. Komt laat ons vrolijk zijn, dansen, en liederen zingen? Ik geef toe, het is al eeuwen lang een gewoonte, maar begrijpen doe ik het nog steeds niet. De kleur zwart heeft associaties met duisternis, dood en verderf. We hebben de zwarte magie, het zwartwerken, het zwartrijden, de zwarte doos bij vliegrampen, de zwarte kunst, iemand zwart maken… en zo zijn er genoeg voorbeelden te verzinnen die zwart zo “zwart” kleuren. Waarom dus kerkgangers in het zwart? En dan met name bij de zwaar orthodoxe groeperingen natuurlijk, de zwarte kousenkerk in de volksmond. De fijnen…Mijn vriendin zou zeggen, zo fijn als gemalen poppenstront.

Maar wat beweegt die mensen om zich zo uit te dossen in deze “klederdracht”? Wat is de achtergrond, en waar komt het vandaan? En waarom seculariseert half Nederland, behalve bij deze groeperingen? De ontkerkelijking is niet meer te stuiten. Kerken worden gesloopt, en doen dienst als garage of supermarkt. Maar in Staphorst en Putten gaat men nog massaal ter kerke, en als je in Genemuiden op zondag met de auto naar het pontje rijdt, loop je de kans opgeslokt te worden in een poel van gelovigen, allemaal in het zwart en gestreken.

Voetbalsupporters gaan voor hun club, en ze dossen zich uit als ze een wedstrijd bijwonen van hun ”God”. Er is muziek, er is feest, (of er zijn gewoon rellen natuurlijk), dat even terzijde, maar ze gaan erheen om hun club toe te juichen.
Dat mogen gelovigen toch ook doen, als ze naar het “huis” van God gaan en de eredienst vieren? De kerk is toch een samenkomst van deelgenoten met hetzelfde doel?
Mijn vader was predikant, en die zwarte toga vond ik altijd best wel een indrukwekkend gewaad. Het ding hing daar aan één van de boekenkasten. De zwarte, zware fluweelachtige stof hing tot aan de grond. Een dubbele rij van dertig, veertig, kleine knoopjes sierden het geheel en ik vroeg mij altijd af of dat allemaal open zou moeten als mijn vader moest plassen.
Ook al zwart dus…en we waren niet eens van die “fijnen”.

Later kwamen de predikanten met witte of beige gewaden, en dat leek al een stuk vriendelijker. Er mág veel meer dan vroeger, maar in Staphorst en Genemuiden lijkt de tijd stil te staan. Zwart, zwart en nog eens zwart. De kleur van het sombere, de kleur van de triestheid. De kleur van de dood? Hoe is het toch mogelijk?

Als we de kerkgangers achter ons gelaten hebben, ben ik alweer een stuk vrolijker…

zaterdag 6 september 2008

In memoriam...

Elzo, 52 jaar, praat openhartig over de agressieve prostaatkanker die zijn lichaam langzaam afbrak. Samen, met zijn vrouw Anneke, vertelde hij me hoe ze dit proces hebben doorstaan en hoe hij bezig was met léven in plaats van zich blind te staren op het naderend levenseinde.


Als ik het tuinpad op loop, zie ik Anneke al aankomen achter het matglas van de voordeur. Ze verwelkomt me hartelijk en gaat me voor naar de woonkamer waar ik, door Elzo, ook al even hartelijk wordt begroet. Terwijl Anneke naar de keuken loopt om de koffie in te schenken begint hij zijn verhaal.

‘Ik werkte als applicatiebeheerder bij KPN in Groningen en ben begonnen als technische man bij de telefooncentrales. Dag en nacht werkte ik en mijn vak was mijn hobby’.
‘Ik kom uit een gereformeerd nest’, vertelt Elzo. ‘Mijn moeder werd gelovig toen ze twintig jaar was en mijn vader leerde kennen. Het was bij ons thuis paplepelwerk. Wij zijn zelf niet gelovig, maar we hebben onze kinderen wél naar een christelijke school gestuurd. We vinden het belangrijk dat ze hun eigen keuzes maken. Dan hebben ze in ieder geval een basis om te kúnnen kiezen’. Elzo vertelt, met trots in zijn stem, van zijn moeder die ook overleden is aan kanker.
‘Een moedige vrouw die waardig is heengegaan, en alles zélf tot in de puntjes heeft geregeld. Mijn vader was penningmeester van de begrafenisvereniging en thuis was het altijd een gemakkelijk onderwerp van gesprek.’

Na zijn eerste bezoek aan het ziekenhuis en een operatie, leek het een poosje redelijk in orde. Maar toen kwam er in december opeens iets tussen. Elzo kreeg een uitnodiging van de bedrijfsarts die, na een gesprek van een paar uur, een burned-out constateerde: ‘Jij bent een workaholic.’ ‘Dat kan niet’, dacht Elzo. Maar de narcotiseur in het ziekenhuis het ook al gezegd: ‘Als jij zo door gaat lig jij over een poosje tussen zes plankjes.’

‘Nou’, zegt Anneke ironisch, ‘hij heeft gelijk gehad, alleen komt het niet van de burned-out.’
‘Het was echt erg’, zegt Elzo, ‘ik was altijd aan het werk. Toen mijn schoonvader gecremeerd werd zat ik nog achterin de auto op de laptop te werken, schandalig. We hebben er goed over kunnen praten, voegt Anneke toe. Elzo is nu totaal veranderd. Daarom is juist het vervolg van het verhaal zo wrang.’ ‘Anneke is veel meer een maatje voor mij dan een verpleegster’, zegt Elzo. ‘Mensen vergeten nog wel eens dat dat nog belangrijker is dan de zorgtaken.’

‘Ik heb nooit echt af kunnen kicken van die verslaving’, gaat Elzo verder. ‘Want in de periode daarna is bij mij diabetes geconstateerd, mijn hoge bloeddruk was nog steeds niet onder controle en ik had die enorme moeheid nog steeds. Op een gegeven moment moest ik toch weer naar het ziekenhuis. Uitgerekend op Valentijnsdag vertelde de dokter mij dat ik een zeer agressieve vorm van prostaatkanker had, en dat ik niet meer beter zou kunnen worden. We keken elkaar aan, en dan stort je hele wereld in. Eerst die andere “tumor”, de werkverslaving, die me nog steeds achtervolgd. En nu ook nog de kanker die mijn lichaam langzaam aan het afbreken is. Ik zei tegen die dokter, je hoeft me niet te vertellen hoe lang ik nog heb, maar heb ik nog tijd voor een tweede bakje koffie of moet ik direct aan de borrel?

De eerste weken daarna heb ik het erg moeilijk gehad. Ik mocht nog niet naar huis, en ik heb toen een rivier van zout water achtergelaten op die gangen. Ik heb echt lopen janken, vooral ’s nachts, en dan dwaalde ik over de afdeling. Het was allemaal vreselijk ingewikkeld! Toen ben ik begonnen met schrijven, dan kon het er uit. Maar er kwam direct weer iets nieuws in. Er zijn een aantal bladen in mijn eerste boekje, daar staat alleen maar “Kut” op! Met hele dikke letters: KUT!! WAAROM IK??? ‘Waarom ik? Dat was al een behoorlijke zin voor mij’, vervolgt Elzo, ‘maar het werd steeds genuanceerder, en steeds meer kon ik het uit mijn hoofd halen. Maar toen ik op een gegeven moment daar naar zat te kijken dacht ik, daar word ik doodmoe van! Dit wil ik niet meer. Ga maar eens even rechtop zitten, en zeg nou maar eens tegen jezelf: Dit is een voldongen feit! Want ik kon met deze emoties niet verder, ik kon met de realiteit niet verder, en ik kan daar helemaal niks aan veranderen! Ik heb kanker, en ik ga daar dood aan! Punt!
Ik heb dat opgeschreven, drie keer, vier keer, vijf keer, en toen kwam daar nog bij: Ik heb kanker ik ga dood, maar ik weet niet wanneer! En dat interesseert me geen ene moer, want dat merk ik gauw genoeg…

Kort nadat ik thuis was gekomen, uit het ziekenhuis, heb ik een periode gehad dat ik dat ook te pas en te onpas zei: Ach, het maakt mij niet uit, ik ga toch gauw dood. Op een gegeven moment zei onze zoon: ‘He ouwe, dat moet je niet steeds zeggen, dat weten we nu wel.’
‘Dat was voor mij het moment dat ik zeker wist dat ik niet alleen zou staan en dat we het samen zouden doen’, zegt Elzo. ‘Op het laatste moment overwin ik de kanker, want als ik dood ga dan gaan ook de kankercellen dood, en dan heb ik gewonnen! En dáár heb ik wel zoveel plezier aan…’
We pauzeren even. Elzo is moe geworden en maken we van de gelegenheid gebruik even de benen te strekken.

Als we weer zitten, en Anneke ons van nieuw drinken heeft voorzien, vertelt Elzo verder. Zijn toon is rustiger geworden en hij praat met lange en zekere halen. Ik wil tot het einde de regie houden over mijn lichaam en daarom heb ik, in overleg met Anneke en de artsen, besloten om palliatieve sedatie toe te passen. Dat betekent dat ik het hele proces van aftakeling bewust wil doormaken, tot het moment dat het niet verder wil. Je geest blijft helder, maar je lichaam wil dan niet meer. Dan vraag ik aan de huisarts of ik het infuus kan krijgen met het sedatiemiddel, daar zit dan een soort kraantje aan. Daarna neem ik afscheid van mijn gezin, en dan draai ik zélf het kraantje open. Het slaapmiddel kan dan binnen komen en dan wordt ik niet meer wakker. Onmiddellijk wordt dan ook mijn insuline gestopt, en wordt er een pijnstiller toegevoegd, anders zou je niet goed kunnen slapen. Dit duurt dan ongeveer een dag of drie en dan is het over, dan ga je dood’.

Elzo zwijgt even, maar gaat direct weer verder. ‘De target die ik nu nog heb is 28 juni, want dan gaat mijn dochter trouwen. Ik mag haar weg geven in de kerk. Dat vind ik geweldig natuurlijk, maar als het niet zo is dan is het niet zo. Ze heeft zelfs een “backup” voor mij geregeld als ik er niet meer ben. Het feit dat ze daar rekening mee heeft gehouden doet mij goed. En dan denk je van: That’s my girl!’ Anneke lacht, en terwijl Elzo me stralend aankijkt vraag ik: ‘En dan kun je rustig gaan?’

‘Ja’, zeggen ze allebei. ‘Alles is toch maar mooi geregeld, je hebt het goed begrepen…’

***

Ik weiger om te somberen,
al zin ik wel op wraak.
Zijn indiscrete stalkerij
breekt hem nog op, gelooft u mij,
die valse kankerdraak!
Maar als’k door hem het loodje leg
lach ik als Rein de vos.
Want hij is zo aan mij verknocht
als ik bezwijk, is hij verkocht,
is hij ook mooi de klos!
Dan gooi ik los dat anker!
In memoriam: Ka..... ,Oh zo!

Op 25 juni 2007 is Elzo overleden.

woensdag 3 september 2008

Fiets

We fietsen er op los, mijn vriendin en ik. Niet om te sporten, maar voor de beweging, en om gewoon lekker te genieten langs de IJssel of in het Fochteloërveen bij Appelscha. Een poosje geleden waren we toe aan paar goede nieuwe toerfietsen. In Kampen genoeg keus, dus togen we naar de eerste en beste fietsenwinkel.

Een jongeman, van een jaar of twintig, gekleed in een overall, kwam tevoorschijn vanachter een berg nieuwe fietsen. Op zijn neus droeg hij een wat forse moderne zwarte bril, die net iets teveel was van het goede. Hij moest en zou ons persé een peperdure fiets aansmeren met open kettingkast, 24 versnellingen en voorzien van de nieuwste snufjes. Want een fiets met “maar” zeven of acht versnellingen leverde toch wel een beperking op, aldus de “bril.”
Edoch, (een zeer oubollig woord moet ik toegeven, maar taalkundig is het wel lekker), het is voor mij al een hele aardverschuiving om van drie naar zeven te gaan. Ik word gek van al die keuzes, dus laat mij het maar lekker simpel houden. Zeven is voorlopig meer dan genoeg. En toen ik de “bril” probeerde duidelijk te maken dat ik zijn versnellingen niet wil, keek hij mij glazig aan alsof ik van een vreemde planeet kwam. Nu is dat misschien ook wel zo, maar wij besloten liever het pand te verlaten en op zoek te gaan naar een zaak waar ik minstens de indruk mag krijgen dat er wordt geluisterd naar onze wensen.

We vonden een winkeltje, niet groot maar met een verzorgde uitstraling. Een jong ondernemend echtpaar, met hart voor het vak, zwaaide de scepter. En…ze konden luisteren! We vonden er natuurlijk onze fietsen. Beige met wit, spiksplinternieuw, en nog eens een flinke korting want het waren al van die “oude” modelletjes van vorig jaar…Tja, wat zal ik ervan zeggen? Tegenwoordig wil iedereen alles nieuw, compact, plat en duur! Wat heerlijk dat onze tevredenheidsgraad een stuk lager ligt en we dus hard bezig zijn om slapend rijk te worden. Met dank, en een vette knipoog, aan het jonge fietsenechtpaar in Kampen.

maandag 1 september 2008

Astro-TV

RTL stopt voorlopig met het uitzenden van Astro-tv. Het consumentenprogramma Radar heeft geinfiltreerd en heeft ontdekt dat je als leek, met weinig tot geen “kennis” in het advieswerk, gewoon aan het werk kunt bij Astro-TV en voor 80 cent per minuut “dure” adviezen kunt verslijten. RTL ruikt onraad en haalt met onmiddellijke ingang de programma’s van de buis.
Het is natuurlijk op zich al bijzonder triest dat mensen die in psychische nood verkeren, of zoals u wilt de toekomst laten voorspellen, zich wenden tot dergelijke kwakzalvers. Ik geloof er namelijk helemaal niets van dat je al je hoop gaat vestigen op een spel kaarten als je werkelijk in zwaar weer verkeert, en daar ook nog bakken met geld voor uitgeeft. Want dat is natuurlijk gewoon stom! Aan de andere kant is het evenzeer diep triest dat de makers van Astro-TV, juist gebruik maken van de zwakheid van dit soort mensen. Beide partijen maken zich dus schuldig aan gewetenloos handelen. Verbieden heeft geen zin, want binnen de kortste keren is er wel weer iets anders wat commercieel “goed ligt” bij het publiek. Niet aan storen dus, en ga gewoon een boswandeling maken, dat is veel beter!