dinsdag 28 oktober 2008

Bestaan

Hij was er opeens.

Ik zag hem lopen beneden, met een beetje een gebogen houding, langzaam slenterend op het trottoir langs de net opnieuw geasfalteerde straat door het dorp. We kijken uit op deze straat, en er is de hele dag beweging. Nu ook dus, het is nog niet zo heel erg laat in de morgen als hij opeens daar zomaar staat. Hij kijkt, staat stil, kijkt weer. Een blik naar boven, en weer terug naar de straat. Ik vraag me af, wat hij daar zoekt. Misschien wel helemaal niets en is hij gewoon in zijn normale doen.

Maar als iemand daar zo loopt en kijkt vraag je je al gauw af wat hij hier te zoeken heeft, en waarom hij deze bewegingen maakt. Dat krijg je als je alles zomaar voor niets kunt aanschouwen wat er beneden gebeurt.

Terwijl ik een kop koffie inschenk, zie ik hem een stukje doorlopen tot vlak onder ons raam. Uit zijn broekzak frommelt hij een grote witte zakdoek, die hij met zorg om zijn neus heen drapeert. Even gebeurt er niets, en het lijkt alsof hij drie tellen zijn totale bewustwording even kwijt is. Hij staat daar gewoon met zijn zakdoek aan zijn neus. Intussen gaan mijn gedachten op de loop en verdwalen in de wereld van het rijk der armen en eenzamen. Want een dergelijk type schaar je al gauw in die richting, maar waarschijnlijk zit ik er weer vierkant naast. Waarom zou je dat eigenlijk denken? Omdat hij zo slentert? Omdat hij een te wijde broek aan heeft? Omdat hij zijn neus snuit? Omdat hij er uitziet als een zwerver?

Hij ontlaadt zijn neus, ik zie het aan zijn beweging. Ik hoor niets omdat het raam dicht is, maar ik heb stellig het vermoeden dat hij inderdaad zijn neus ledigt in het witte doek voor zijn gezicht.
Na het ritueel, zwaait hij driftig met zijn hand heen en weer, en maakt een ronddraaiende beweging om zo zijn zakdoek om zijn wijsvinger heen te wikkelen. Ik heb het mensen wel eens vaker zien doen, maar heb nooit begrepen wat de reden daar van is. En die moet ik u helaas ook nu schuldig blijven.

De man kijkt daarna nog eens naar boven, en snuift nog eens. Zijn zakdoek gaat weer diep in zijn broekzak en opgelucht, alsof er een last van hem is afgevallen, vervolgd hij zijn weg. Twee meter verderop steekt hij de straat over, maar twijfelt nog. Uiteindelijk wandelt hij toch naar de overkant, draait zich om en kijkt weer naar boven. Loopt vervolgens terug aan de andere kant van de straat en blijft stil staan bij een stapel stenen, die klaarligt om het trottoir te leggen. Hij pakt een er een, draait hem eens en legt hem terug. Peinzend kijkt hij de straat verder in richting het dorp, en loopt vervolgens langzaam slenterend weer verder uit mijn gezichtsveld.

Wie is die man? Wat denkt hij? Wat doet hij hier? Wat gaat er om in hem? Allemaal vragen die eigenlijk voor mij totaal niet belangrijk zijn, maar misschien voor deze baas op dit moment van levensbelang zijn. Is het zijn eenzame worsteling in het leven? Of vergis ik me gewoon weer, en loopt hij gewoon zijn rondje door het dorp, en doet hij dat al jaren? Misschien kom ik hem nog eens tegen.

Norg is niet zo groot...

vrijdag 24 oktober 2008

Orgatec

Op zich al een prachtig woord, Orgatec. Wat is Orgatec? Nou, de grootste beurs op het gebied van kantoorinrichting in Europa.

Samen met een collega rijden we vanmorgen met zijn auto “nach Köln.” Met een rustig gangetje van gemiddeld, eh …. kilometer per uur, (netjes rekening houdend met de gebruikelijk snelheden op de Duitse Autobahnen), rijden we zo rond twaalf uur “Cologna” binnen. De Koelnmesse staat al breed aangegeven op de borden in de stad, en toch rij je dan weer pardoes een verkeerd stuk asfalt op, omdat de plek van het bord niet altijd overeenkomt met de plek waar je, logischerwijs, het ding zouden neerzetten. Maar mijn collega Roelof stuurt zijn bolide handig door het verkeer in de Duitse stad en arriveren we toch snel op de plek van bestemming.

Een plaatselijke parkeersuppoost gebaart ons waar we moeten gaan staan, en vraagt in ruil daarvoor, zonder blikken of blozen, een discutabel bedrag van 7 Euro. Tja, terugrijden naar Zwolle doe je niet, en we konden hoogstens een discussie beginnen, maar dat moet je op zo’n moment ook niet willen. Het hoort bij het spel, en past eigenlijk toch helemaal in de stijl van een dagje “beurzen” in Keulen. Plat gezegd: het hoort er gewoon bij.

Ter hoogte van hal 8, kuieren we door de ingang naar binnen.

Meestal bij dit soort grote evenementen moet ik altijd even acclimatiseren. Zeker als je zo vanuit een rommelige, smoezelige stad opeens midden in de wereld van netjes aangelegde kantoortuinen wordt geworpen moet je even met je ogen knipperen en de knop omzetten. Net of je door een soort blinde muur heen stapt en opeens heel ergens anders bent…
De enorm grote hal doet denken aan een luchthaven van het formaat Schiphol.

Omdat we bijna drie uur in de auto hebben gezeten, doen we eerst maar eens even wat we moeten doen. Sanitaire zaken, geld pinnen en kaartjes kopen. Daarna voegen we ons in het langzaam opgang komend bezoekerspubliek, en "schuiven" we in. Via hal 8 gaan we op zoek naar Simon met wie we veel zaken doen op facilitair gebied. Hulde, bloemen en lofprijzing voor het mobieltje, want Simon was gauw gevonden. Als je een paar uur in de auto heb gezeten, ben je wel toe aan lichte versnapering, zo sterk zelfs dat je met een “light meal” in het vooruitzicht toch de neiging hebt daar maar een complete maaltijd van te maken. We maken toch eerst maar de nodige meters door de enorme decors van bedrijven met hun tentoongestelde waar. Om even te wennen zeg maar.

Na hier en daar wat hebben geroken aan kantoorstoelen, kasten en bureau’s, opgesteld in de meest verzorgde schakeringen omgeven door moderne decors liepen we zowaar de snackcounter binnen. We konden even op adem komen, en we zitten in Duitsland dus….wurst met kartoffelsalat! Daarna kwamen we pas goed op stoom, en werd de rest van de middag er een van vergelijken en je laten adviseren door de meest uiteenlopende verkoopkarakters. Want ze hebben, weliswaar, allemaal de mooiste spullenboel, voorzien van de nieuwste snufjes op kantoorgebied maar er zit een groot verschil in uitstraling en kennis. Maar dat maakt het leuk en boeiend.

In ieder geval hebben we bijzonder mooie dingen gezien, en is het een belevenis als je daar een poosje mag rondlopen. We hebben ons licht kunnen opsteken, en verrijkt met nieuwe kennis en ideeën, keren we terug naar de plek waar de auto zou moeten staan. En hij stond er gewoon…waarom eigenlijk niet? Simon weet een geschikte plek in de stad voor een biertje, en dwars door de spits scheuren we door Keulen, duiken we de parkeergarage in, en wandelen naar de Biergarten. De terrassen staan nog steeds buiten ingericht. In Nederland zijn die al lang opgeruimd want het is al koud in oktober natuurlijk, en het mocht eens plotseling gaan sneeuwen... Nee, de gezelligheid en Deutsche ”gemutlichkeit” is zeker merkbaar hier. Na een paar biertjes, zochten we een geschikte plek om te eten, en kiezen we ons supper.

Suppe, schnitzel und salat. Een rijkelijk maal, dat we mogen nuttigen in het bijzijn van een gezelschap dat bij ons aan tafel zit. Het is net of je gelijk familie bent, of minstens elkaar goed kent. Het gesprek gaat over alles en niets, en de stampvolle, pub-achtige sfeer brengt ons in verzadigende sferen. Je kunt soms het gevoel hebben dat alles klopt, en dat had ik vanavond...

Nadat we Simon hadden afgezet bij het hotel zoefde ik met Roelof terug via de “3” richting Oberhausen en nog net voor middernacht stak ik, terug in Kampen, de sleutel in het slot…

Keulen is alweer drie uur achter me, en morgen is het weer gewoon werken. Wat wil je nou nog meer…?

donderdag 16 oktober 2008

C'est mourir un peut...

Maandag, 10 maart 2008
Alsof er geen twee mensen vanavond afreizen naar het polderlandje aan de zee, gaat Curaçao gewoon door…De troepia's fladderen met hun schetterend geluid af en aan in de struiken, de vuilniswagen ronkt om acht uur in de straat, de honden blaffen, het ochtendlicht doet in een kwartier tijd de schemer verdwijnen, en de blauwtjes, (kleine leguaantjes die giftig schijnen te zijn), rennen door de tuin achter de porche.

Als we opstaan is Henny al naar zijn werk, en zal vanmiddag iets eerder thuis zijn om ons naar het vliegveld te brengen. We zitten buiten aan de koffietafel, en we zeggen een poosje niets tegen elkaar. Allebei hebben we zo onze eigen gedachten. Het afscheid nemen is altijd een persoonlijk proces, en zoals na elke vakantie, is er een moment dat het genoeg is geweest, en we, “de kop op huis hebben staan”. We bespreken de dingen die vandaag aan de orde zijn, en beginnen ieder aan ons eigen “werk”.

Dat gaat bij ons overigens nog steeds vanzelf, en het heeft eigenlijk geen organisatie nodig. Het huis moet schoon, de koffer moet ingepakt, er moet geschreven worden, en van tijd tot tijd gechecked op internet of de KLM736 nog steeds “on time” is. Het is een beetje irritant als je vroeg genoeg aanwezig bent, en op het vliegveld hoort dat het ding “delayed” is en uren later vertrekt.

Maar de vertrektijd blijft keurig staan op 19.00 uur. We gaan aan de slag, en drinken veel koffie tussendoor, eten yoghurt met vruchten, en drinken weer koffie. Een tropische regenbui klettert plotseling langs, en het water komt met bakken uit de hemel.

Twee minuten later is het weer droog en schijnt de zon weer uitbundig tegen een strak blauwe hemel. De vogels komen weer tevoorschijn en een duif schudt op het hek zijn veren droog. Een kolibrietje, (geen idee hoe je het schrijft en het stoort me op dit moment om het op te zoeken), kan maar amper stilstaan in de lucht door zijn gewicht aan water en zoekt gauw haar steunpunt op een boomtak. Ondanks dat we rijkelijk genoten hebben van deze typische tropentaferelen, is het net alsof je vandaag alles nog een keer in je geheugen wilt plakken. Het vliegtuig is vanavond onverbiddelijk, en binnen een paar minuten ben je ver weg van alles.

Toch wint het terugkeergevoel het van het afscheidsgevoel, maar dat maakt juist beide belevingsvormen bijna volmaakt, zou ik haast zeggen…Als het goed is geweest heb je iets om op terug te kijken, en kun je met extra dimensie genieten van je thuiskomst. De bewéging is voor mij altijd belangrijker geweest, dan het ergens zíjn. Want wat is er, als je ergens bént daarna nog te doen? Niet de plek zélf, maar de beweging er naar toe doet leven…De plék is tijdelijk, vervaagt, en verdwijnt uiteindelijk in het universum, maar de beweging is er altijd!

We pakken de koffer in, en met alle rotzooi die we gekocht hebben kan het deksel net passend dicht. We hebben het dus heel goed gedaan, of juist niet. Het is maar net hoe je het bekijkt…
Tijdens het inpakken van de handbagage bedenk ik me ineens dat het in ons geval handiger is om alles wat je in het vliegtuig bij je stoel wilt hebben in één compartiment van de rugzak te pakken. Dat is handiger bij het settelen in het vliegtuig wanneer iedereen in het gangpad staat en er altijd langs moet als je de boel “uitpakt”. Kwestie van een enkele greep achter één rits en de boel op je stoel flikkeren, en hoef je niet te zoeken. Zeker in ons geval, omdat we op stoel A en B zitten in de rij, (links bij het raampje en de stoel er naast). Je kunt dan niet steeds bij je handbagage boven in het rek waarbij je herhaaldelijk over de persoon, op stoel C, heen moet kruipen…Zo leer je elke keer weer, ondanks dat het reizen steeds gewoner wordt.

Tegen de middag zijn we klaar. Het huis is schoon, de boel is gepakt en staat “geparkeerd” in de gang. We doden de tijd met lezen op de porche en wachten tot Henny thuis komt. Het inbraakalarm gaat nog een keer piepen, en geeft aan op het display dat er troubles zijn…
Ik sms Henny, en ik krijg een berichtje terug dat het geen kwaad kan, en dat de batterij waarschijnlijk leeg is.

Om drie uur komt hij met de auto het erf oprijden en een uur later vertrekken we naar het vliegveld. We rijden nog langs “Centrum” om de toegestane hoeveelheid tabak aan te vullen, (in Nederland is het twee keer zo duur). Bij de incheckbalie op het vliegveld staat al een flinke rij maar er zijn vier desks open en het inchecken gaat vrij vlot.

Als we de koffer kwijt zijn en de formaliteiten zijn geregeld lopen we naar buiten. Even verderop is een geschikt tentje waar waar we onder het genot van een biertje de laatste dingen “bespreken”. Omdat eigenlijk alles “klaar” is en er, zoals altijd in deze vertreksituaties, weinig meer uit is te wisselen vermaken we ons met de locals die onwaarschijnlijke hoeveelheden eten naar binnen werken, en volgen we het reizigersverkeer. We zitten er twintig minuten en we lopen daarna terug naar vertrekhal.

Het moment is daar om afscheid te nemen. Ik geef mijn zwager een stevige handdruk, en ondanks dat ik probeer bij dit soort dingen altijd gewoon te doen alsof je elkaar morgen weer ziet, zit er toch wat vast in je keel.
Janny neemt innig afscheid van haar broer, en er komt een brok bij. Zo gaat dat op vliegvelden, zo gaat dat als het goed is geweest, zo gaat dat bij weerzien en afscheid nemen…

C’est mourir un peut, zo omschreef een Franse schrijver het destijds, afscheid nemen is een beetje sterven…

We lopen de trap op, bovenaan zwaaien we nog een keer en Henny verdwijnt tussen het reizigerspubliek richting de uitgang van Hato. We zijn weer alleen, en we lopen door de nodige controles. De schoenen moeten zelfs uit en als we uiteindelijk bij gate 5 komen, staat er nog een ander vliegtuig te wachten, dat nog niet klaar is met haar procedures.

Uiteindelijk lopen we om kwart over zes, dit keer als eerste, de slurf door en tegen verwachting in vertrekken we gewoon op schema en rolt het blauwe gevaarte om 19.00 uur naar de startbaan. De captain spreekt de bemanning toe” take your seats, we’re ready for take off..”, en zonder stil te staan wat meestal gebeurt vlak voor aanloop, brullen de motoren en knallen we de baan over.

De palmbomen schieten voorbij, de machine komt na enkele ogenblikken los van de grond en maakt meteen een scherpe bocht naar links. Bijna oneerbiedig, zou ik haast zeggen, om op zo’n manier zomaar weg te vliegen van dit prachtige eiland. Curaçao glijdt snel onder ons weg in de diepte, en maakt plaats voor de oceaan die geruisloos schittert in de ondergaande zon…

Beren, we komen eraan! We komen naar huis, daar waar onze ouders wachten, daar waar boeren hun vrouwen zoeken, daar waar het water weer gewoon warm uit de kraan komt, daar waar de heide bloeit op de Lemelerberg…

Het eentonig gezoem van de KLM-machine maakt ons slaperig. De “rode”horizon steekt af tegen het donker van de nacht waar we snel zullen in glijden.

“Wilt u koffie of thee bij het eten…?”

woensdag 15 oktober 2008

Langs de lijn

De televisie staat aan, en ik kijk met een scheef oog naar de interland Noorwegen-Nederland.

Mijn gedachten gaan terug naar een jaar of vijfendertig geleden. Voetbal was toen nog anders, de televisies waren anders, de kleur van het veld was anders, het commentaar was anders en het publiek was anders. Natuurlijk ik begrijp het, alles is niet meer zoals vroeger, en elke tijd kent zijn charmes…maar toch.

Vroeger was het feest op woensdagavond als er weer eens een Europacupfinale werd gespeeld. Ik keek volgens mij alleen maar naar de finales en dan ook nog als er een Nederlandse club speelde. Vandaar dat het feest was, want het gebeurde niet zo vaak en mijn vader hield niet van voetbal. Misschien keken we daarom zo weinig, maar ik kan me ook herinneren dat het mijzelf ook niet zoveel kon schelen en dat is eigenlijk nog steeds zo.

Nou ja, WK en EK zijn altijd wel leuke sfeertjes maar om nu, avond aan avond, alles te volgen wat met voetbal te maken heeft…dat is aan mij niet besteed.

Als mijn vader geen zin had in televisie dan ging het ding gewoon niet aan, en kon ik boven op mijn kamer luisteren naar het radiocommentaar van Theo Koomen, want televisie op je kamer was toen nog helemáál niet aan de orde. Hoewel die hele wedstrijd me eigenlijk geen biet interesseerde, had het toch wel wat toen.

Op m’n eigen radio, gekocht van mijn zuurverdiende geld op de zaterdagen of de krantenwijk, tetterde de stroom van woorden uit de krakende transistor. Want doe dat maar eens na, anderhalf uur lang, in wedstrijdtempo, alle bewegingen op het veld vertalen in commentaar. Vooraf geen lange beschouwingen zoals nu, en als de wedstrijd was afgelopen werd nog een enkele speler geïnterviewd, en daarna was het doodgewoon de beurt aan het volgende programma. Geen analyses, geen langdurige en stroperige uiteenzettingen van tactieken in allerlei varianten, en geen “als-ik-die-trainer-was-had-ik-het-zo-gedaan-mensen”.

Het had wel wat, die tijd.

De wedstrijd Noorwegen-Nederland is afgelopen met een overwinning voor Nederland. Ik heb nauwelijks gekeken…

maandag 13 oktober 2008

Toch handig...

Onze weekenden in Norg zijn begonnen. Het huis is klaar en het rustige Drentse landschap schittert in de kleuren van de najaarsherfst. De zon breekt haar stralen door de bomen voor ons huis. We kijken uit op de Asserstraat en het is beneden een drukte van belang. Motoren, wandelaars, fietsers, het lijkt wel of heel Noord Nederland uitgelopen is naar Norg.
Vanmorgen kochten we een oventje. Simpel ding, klein, keurig aangepast aan de “ruimte” die we hebben. Zo gemakkelijk als het ding te bedienen is, zo “angstaanjagend” is de gebruiksaanwijzing. Het apparaat heeft slechts een aan- en uitknop, een tijdklokje, en een warmteregelaar. Maar de instructies die in de doos zitten omvatten een beschrijving van een pakket aan “veiligheidsmaatregelen” alsof je het meest gevaarlijke, ingewikkelde apparaat wat je maar kunt verzinnen in huis hebt gehaald…Een korte greep uit dit zeer belangrijke document, waarvan de koper wordt geacht alles drie keer zeer zorgvuldig door te lezen…

Bij het gebruik van de ELEKTRISCHE OVEN, (de hoofdletters duiden natuurlijk op een zeer gevaarlijk apparaat…), moeten de basisveiligheidsmaatregelen altijd, (niet soms, maar ALTIJD), in aanmerking worden genomen, waaronder het volgende:


Veiligheid
Lees voor gebruik alle aanwijzingen, (je mocht eens overslaan dat je de stekker in het stopcontact moet steken)
Dompel de stekkers, snoeren of verwarmingselementen niet in het water, (oh, mag dat dan niet?)
Toezicht is nodig wanneer het apparaat door of bij kinderen wordt gebruikt, (maar mijn kinderen mogen toch overál mee spelen?)
Trek de stekker uit het stopcontact wanneer het apparaat niet wordt gebruikt, (jaja, das handig).
Laat de oven niet vallen; dan kan hij beschadigd raken, (tja…bedankt voor de tip).
Gebruik het apparaat alleen voor het voorziene doeleinde, (ik heb eens gelezen van een baby in een magnetron in de US…) Natuurlijk heel wijs dat ze even aangeven dat dit niet de bedoeling is…

Het gebruik
Steek de stekker in het stopcontact, (oh ja?????)
Open de deur en plaats het te bakken gerecht in de oven, (ik dacht altijd dat het andersom was, toch handig zo’n gebruiksaanwijzing).
Als het bakken klaar is gaat de wekker, (dat is nog eens gemakkelijk!)
Haal de stekker uit het stopcontact, (ja, gekke Gerrit…)

De timer
1. Zet het witte streepje op de timerknop op het cijfer dat hoort bij de baktijd, (ik dacht al, wat doet dat streepje daar?)
Als de oven vies is van binnen, kan het bakken langer duren dan gebruikelijk, (dus…de timer is dan weer niet nodig?)

Het instellen van de verwarmingsschakelaar
Upper is boven, en Lower is onder…


Standen
Voor het maken van een macaronischotel waarvan u alleen de bovenkant wilt gratineren, zet u de bakplaat in de bovenste positie, (alsof het apparaat het formaat heeft van een oven in een gemiddelde Amerikaanse keuken. In de bovenste positie past hooguit een platgeslagen pannenkoek, laat staan een macaronischotel…)

Pizzasteen
Verwarm de steen ca 20-25 minuten op de maximumtemperatuur. Leg de pizza vervolgens op de pizzasteen. Deze is klaar in ca. 5 minuten…, geloof jij het?)
Gebruik een natte, zachte doek om de pizzasteen te reinigen en doe dit pas las de steen zodanig is afgekoeld dat u hem kunt aanraken, (ja zeg, ik ga een beetje een loeihete steen schoonmaken…)

Ik ben maar blij dat ik het boekje heb gelezen, scheelt een boel narigheid, en de fabrikant kan gewoon verwijzen naar de gebruiksaanwijzing als ik het apparaat heb laten vallen of mijn vingers brand…

Mooi toch?

vrijdag 10 oktober 2008

Filevrij?

Een filevrije dag. De bedoeling was dat een “vriendelijke” oproep het Nederlandse asfalt voor één dag zou gaan ontlasten. Nou, we hebben het gezien. Nagenoeg geen verschil met andere dagen en de reacties van de weggebruikers waren duidelijk. Bijna geen mens haalt het, overigens zeer begrijpelijk, in zijn hoofd om die auto te laten staan en te kiezen voor het openbaar vervoer. En al zou Nederland massaal gehoor hebben gegeven op deze “zie-je-ons-eens-positief-denken-oproep”, dan staat het verkeer de volgende dag toch gewoon weer lekker vast? Het ontbreekt de bedenkers van deze actie totaal aan realiteitzin en originaliteit, en wie verzint zoiets? Het maakt voor de weggebruiker totaal geen verschil, ook al verhoog je de wegenbelasting, de brandstofprijzen, of je verzint kilometerheffing. Die heilige koe blijft heilig, zolang de overheid niet op een andere manier ingrijpt. Veel meer regiovestiging bijvoorbeeld, en daarna een wettelijke regeling op de maximale afstand wonen en werken. Het niet zo moeilijk, écht niet. Je moet het alleen wíllen. Maar ik geloof niet de overheid er écht warm voor loopt, want die economie draait toch zo lekker nu? Dáár gaan we toch niet aan tornen…?

maandag 6 oktober 2008

Geld stinkt?

We zijn de laatste weken doodgegooid met het nieuws over de crisis in de financiële wereld. Nu heb ik geen verstand van bankzaken, nou ja, dat is niet helemáál waar natuurlijk. Beetje rare uitspraak als je bij een bank werkt, maar…ik bedoel natuurlijk van financiële zaken, want daar heb ik geen kaas van gegeten, (want je kunt bij een bank natuurlijk ook nog andere dingen doen dan over geld lullen…).

In ieder geval, vooral als men praat over een ander zijn geld, dan heb ik de neiging te gaan geinen of juist onverschillig te worden. Natuurlijk, ik weet het, geld is een serieuze zaak. En het is altijd welkom als je het niet hebt, maar tegenwoordig halen we op allerlei ongepaste momenten de duizenden, en/of miljoenen Euro’s erbij.
En net wat ik zeg, de laatste tijd gaat bijna alle aandacht naar de banken en de beurzen. Zal wel weer overwaaien, denk ik. Dat is meestal zo met crises, (het meervoud van crisis is volgens mij crisés, en als het niet zo is, dan heb ik het ter plekke nu gewoon bedacht.)

Maar het schijnt dat we in Nederland, (en de Amerikanen hebben er ook een handje van), alles onmiddellijk uitdrukken in geld. Maar waarom? Zit dat in onze genen?
Als er een Olympisch stadion wordt gebouwd wordt er gelijk vermeld wat dat ding heeft gekost. Als er het zoveelste lullig en nietszeggend onderzoek is gedaan naar de omvang in diameters, en het gewicht van kinderen wordt er meteen bij vermeld hoeveel dit de gemeenschap dan wel niet kost op jaarbasis. We weten meteen hoeveel geld er al of niet wordt gepompt in nieuwe projecten, de hoogte van overheidssubsidies, de kosten van een nieuw Nasa-project, hoe hoog de schade is als er weer eens nattigheid in Nederland is geweest, of de rente stijgt of daalt, wat de auto van de buurman kost, hoeveel de omzet is gestegen bij Shell na het presenteren van de jaarrekening, dat de benzineprijs weer is gedaald, en de hoogte van de topinkomens van bestuurders.

En eigenlijk, als je het goed bekijkt, hebben we helemaal niets aan dit mallotige gecijfer, en maken we elkaar de kop gek. Het enige waar ik zelf rekening mee moet houden is hoeveel geld er elke maand binnen komt en hoeveel er uit weer uit gaat. En wat er voor de rest in de wereld gebeurt aan geldtransacties bij derden interesseert me helemaal geen lor. Moet iedereen lekker zelf weten. Moet je je voorstellen dat je je hele leven druk maakt om wat een ander doet met zijn geld? Zonde van de tijd, er is zoveel om van te genieten in het leven. Daarom kan ik ook nooit serieus meedoen aan discussies over geld, en kan me geenszins druk maken om de AEX of de koers van de dollar. Er is méér in het leven.

Geld kan handig zijn, maar kan ook behoorlijk stinken. Letterlijk en figuurlijk. Ik had altijd gedacht dat múntgeld smerig was, maar nieuwe biljetten stinken nog erger. Wel eens geroken? Ik wel, niet fijn dus…getverderrie wat een lucht. Zou dat toevallig zijn…?