vrijdag 28 november 2008

Curacao, 26 februari t/m 11 maart 2008, (deel 6)

Zaterdag, 1 maart
We hebben alle drie voortreffelijk geslapen, en na de ochtendtaferelen zoeken we de boulevard weer op. We ontbijten in dezelfde tent waar we gisteravond hebben gegeten en het ziet er allemaal heerlijk uit. We zitten buiten aan één van de statafeltjes, en aan de andere kant van de straat ontvouwt zich een groentemarkt in het gebouwtje dat gisteravond afgesloten was door luiken. De handelswaar wordt aangevoerd door bootjes vanuit Venezuela, dat overigens maar 60 km uit de buurt ligt. Net als op Curaçao groeit hier niets op Bonaire, en door de droge passaatwinden is tuinbouw ook hier praktisch onmogelijk.

Vandaag kiezen we dus de noordkant van het eiland, die volgens de mensen hier het mooiste deel van het eiland is. De zon schittert aan de hemel als we Kralendijk via de gewone asfaltweg verlaten in oostelijke richting en we komen al gauw bij Lagoen aan de oostkust. Een sterk afgelegen gebied waar je, net als veel andere plekken hier, goed kan duiken. Dat blijkt wel want we zien een groep duikers met boten rondscharrelen. Als we even doorrijden, (alweer “unpaved”), komen we helemaal op het puntje uit.

Een groep pelikanen is daar op jacht naar vis in de baai, waar op de achtergrond aan weerszijden de Caribean naar binnen klotst tegen de rotspartijen. Het is adembenemend mooi! Met enorme duikvluchten scheren de vogels rechtstandig naar beneden en duiken het water in om even later met een, (meestal), grote vis weer boven te komen.

We lopen er even rond om de sfeer op ons in te laten werken. Eigenlijk wil je alles wel vastleggen op de foto, maar aan de andere kant weerhoudt mij het er ook van om veel te fotograferen, om maar niets van de natuur te willen missen. En alweer dat idee van: het gebeurt nu! En niet later ergens in Nederland op die rotfoto...
Je kunt toch geen sfeer over brengen op een plaatje, en wie het ervaren wil zoals wij het ervaren dan moet je er echt middenin zitten. Foto’s zijn in principe ook voor jezelf, om de herinnering terug te halen van alles wat je beleefd hebt. Maar toch, voor de liefhebber is er het leuke plaatje om even een indruk te krijgen. Daar doen we het dan allemaal maar voor, zal ik maar zeggen.

We rijden een klein stukje dezelfde weg terug, en slaan dan rechtsaf richting de vuurtoren die op de kaart staat getekend. We hebben geen idee waar we in terecht zouden komen, maar het werd ons snel duidelijk. Dat de weg weer “unpaved” was, dat konden we op de kaart lezen, maar dat die weg op een gegeven ogenblik helemaal van de kaart was verdwenen dat hadden we niet konden voorspellen.

De vuurtoren ligt bijna binnen handbereik maar de weg is er niet meer en de omgeving is niet meer dan één grote vlakte met keien. Gelukkig kan de pickup wel wat hebben, en hotsend en stotend hobbelen we naar de vuurtoren. Ongeveer dertig meter rechts van de toren, staat een verlaten landhuis. Eigenlijk mag het de naam “huis” niet eens dragen, want wat er staat is een casco van grijs betonachtig steen. Twee verdiepingen met grote gaten boven en beneden waar vroeger waarschijnlijk ramen in hebben gezeten. Een soort pakhuis lijkt het wel, en het pand is toegankelijk door een stenen trap aan de buitenkant die boven leidt.

Wat is de geschiedenis van dit tafereel? Wat is het verhaal achter deze mysterieuze plek aan de oostkust van het eiland Bonaire? Alles wat je ziet is een grote vlakte van alleen maar stenen met daarachter de zee, de vuurtoren en het huis...
Misschien schrijf ik er ooit nog eens een boek over, want hier kun je je van alles bij voorstellen. We hobbelen terug naar de plek waar we de weg hebben verlaten, en ook die was zelfs moeilijk weer terug te vinden. Uiteindelijk rijden we weer op iets wat redelijk vlak is en in de verte zien we opeens ook vrachtauto’s heen en weer rijden. We vervolgen onze weg nog een klein stukje naar het noorden om daarna af te buigen naar het westen, langs de kustlijn.

Even is het weer raak en is er geen weg meer te bekennen, alleen maar grote hopen met opgestapelde stenen, die doen vermoeden dat er dus ook ergens een shovel zou moeten rondrijden die dat allemaal bijeen veegt? We hebben het nog niet uitgesproken of we zien zo’n ding rijden in het ruige landschap. Maar we hebben geen weg meer en er rest ons niets anders dan zover terug te rijden naar de plek waar we ook een andere weg hadden gezien.

En dat blijkt een schot in de roos, want de kaart doet opeens ook weer mee als we de grotten zien die er ook op staan vermeld. En een tweede verrassing in dit landschap komt ons deel, want verderop in de wat hogere gelegen rotsen links van de weg vinden we een klein begroeid pad dat ons naar de caves leidt. We hobbelden er met de auto weer dwars doorheen, en uiteindelijk komen de spelonken in zicht. Alweer zo’n mysterieuze sfeer. Geen mens te bekennen en we lopen enkele meters de rotsen in waar je overigens direct zou verdwalen als je verder zou lopen. De spelonken doen mij denken aan een soort portalen die vol staan met pilaren van steen. Soms uit de grond opgetrokken en anderen weer “hangend” vanuit het plafond. Zeker niet te verwarren met de stalagmieten en stalactieten uit de rotsen op sommige plekken in Europa. Die zijn ook heel anders ontstaan, en de rotsen die we nu zien hebben zeer zeker een andere oorsprong.

We verlaten de plek en hobbelen nog zeker een paar kilometer voort op de keien begroeid met doornachtige planten en omgeven door cactussen. Het is hier zo droog als Sinterklaas zijn kont, zou Janny zeggen. We buigen weer af naar het binnenland, en we laten de kustlijn rechts liggen. Verderop staan we nog even stil bij zogenaamde indian-inscriptions, maar als we de tekeningen in de rotsen aanschouwen lijkt het toch meer op een commercieel verhaaltje. Kan zijn, maar we hebben er niet zoveel mee in ieder geval.

Een paar kilometer verder, krijgen we weer “gewoon” asfalt en we kunnen weer even ademhalen. Het is nog niet de N50 maar we zijn er aardig happy mee na dit avontuur op de keien. Als het tegen de middag loopt komen we aan in Rincon, midden op het smallere noordelijk deel van Bonaire. We drinken er wat, en komen even bij van die laatste intensieve uren. Als we weer doorrijden gaan we op zoek naar de weg die ons terug zal brengen via de westkust naar Kralendijk.

Moeilijk te vinden. Zo moeilijk zelfs dat we drie keer terugkeren in Rincon, maar uiteindelijk vinden we de weg. Maar we mogen er niet op omdat het eenrichtingverkeer is. Als we dit hadden geweten hadden we de hele route andersom gereden natuurlijk. Dat is de charme van vakantie, er kan van alles gebeuren, en dat heeft wel wat natuurlijk. Voor de vierde keer rijden we Rincon binnen en we zijn duidelijk toe aan een lichte versnapering. We vinden een eettent even buiten het dorp, en we bestellen pasteitjes en drinken een biertje. Norman, de gastheer, een rasechte Antilliaan van rond de zeventig, komt bij ons een praatje maken en laat ons zijn gastenboek zien. Hij heeft veel mensen gehad in zijn tent. Peter Faber, tijdens de opnames van Duel in de diepte, (een tv-serie uit de jaren 80). Maar ook Erika Terpstra was op het eiland bij hem. Hij kletste honderduit over Johan Cruijff en Willem van Hanegem, zo ongeveer de enige twee voetballers die hij kende denk ik.

We laten de man achter in zijn vreetschuur, en vervolgen onze weg terug, via het binnenland, naar Kralendijk. Nog even bij een strandje en een zwembad afkoeling zoeken, en ik waag me niet in zee omdat er gewaarschuwd wordt voor zee-egels. Ik heb geen zin aan dikke voeten en enkels, en een slapeloze nacht van de jeuk. Dan maar lekker in een gewoon zwembad. Inmiddels is het weer happy hour geworden en Karels bar trekt weer volle zalen op dit tijdstip. We genieten alweer van een mooie zonsondergang en een paar uur later zitten we gedouched en wel alweer achter de warme maaltijd aan de boulevard.

Henny eet vissoep, Janny vermaakt zich een galg vol vlees en ik werk een lekkere biefstuk naar binnen. Ik bedank toch maar voor het “goatmeat” en de leguanensoep. Die beesten zie je gewoon de hele dag lopen, en ik kan het niet over mijn hart verkrijgen die dingen op te eten. Raar eigenlijk, want thuis eet ik ook gewoon draadjesvlees..., en ik zie honderden koeien lopen op een dag. Morgen alweer de laatste dag op Bonaire en zullen we voor de derde keer in één week in het vliegtuig stappen...

De golven klotsen tegen de donkere kade aan als we teruglopen naar onze studio, en Kralendijk is in diepe rust...

dinsdag 25 november 2008

Spitsalarm

Het spitsalarm, afgegeven door de ANWB, eerder deze week wekte verwarring en onbegrip bij de verkeersinformatiedienst, (VID). Het was niet nodig geweest gezien de geringe hoeveelheid sneeuw, aldus de VID.

De nieuwszenders deden er nog een schepje bovenop en meldden dat de maandagochtendspits niet drukker was dan anders, zelfs rustiger, en het spitsalarm dus helemaal niet nodig was geweest. Maar je kunt het ook anders bekijken, want blijkbaar heeft het dus wél geholpen, en hebben veel mensen gehoor gegeven aan het advies om thuis te gaan werken of de trein te pakken?

Nu ben ik eigenlijk helemaal niet zo van die alarmen. Weeralarm, spitsalarm, sneeuwalarm, lieve hemel, we hebben al sinds mensenheugenis te maken met het weer! Als je nu nog niet weet dat sneeuw koud en glad is, dan mis je wellicht een belangrijk deel van je linker of rechter hersenkwab, of je bent gewoon dom.

Hersenkwab, mooi woord vind ik dat. En ik gebruik het ook alleen maar om de aandacht af te leiden van die stomme alarmen. Stom, stommer, stomst! We zijn toch volwassen mensen zeg! Moeten we nou alles voorgekauwd krijgen? En je ziet nu ook de andere kant van de medaille, want de verwarring is compleet! Want hou al die alarmen maar eens uit elkaar.

Het is te zot voor woorden...

Curacao, 26 februari t/m 11 maart 2008, (deel 5)

Vrijdag, 29 februari
Een apart gevoel om weer je koffers te pakken, (nou ja, slechts een rugzak), en alweer af te reizen naar het vliegveld. Dit keer voor een weekend naar Bonaire.

Eerst maar eens wakker worden op de porche en genieten van het dagelijks ochtendritueel. Kun je zien hoe gauw een mens hier ook alweer snel in een ritme van gewoontes draait...
Het lijkt verdorie wel alsof we er niet zonder kunnen en het in onze genen zit gebakken. Het is het gevoel van thuiskomen, om als het even iets te lang duurt weer er uit te willen breken en op zoek te gaan naar nieuwe werelden die afwijken van het reguliere leven. Dat we vervolgens weer gaan missen en dus het vertrouwde weer gaan opzoeken, waar dat dan ook moge zijn.

We gaan dus weer! Met “ein wenig gepäck”, zitten we weer in de auto op weg naar het vliegveld. Henny heeft de vlucht geboekt via internet en we hebben geen idee wat we te zien zullen krijgen. Janny en ik stappen uit bij de hoofdingang van het vliegveld om alvast de balie van Dividivi op te gaan zoeken. Er lopen weinig mensen rond, de open hal is gemakkelijk toegankelijk en loopt eigenlijk vanzelf over van de parkeerplaatsen naar binnen toe. Henny parkeert zijn auto op het terrein van de marine. Via zijn werk maakt hij natuurlijk dankbaar gebruik van de faciliteiten en je bent dan gek als je een paar honderd NAF, (Antilliaanse guldens), neer gaat tellen om te parkeren. Omdat het niet direct naast de deur is gunnen wij ons wat tijd om de gedragingen van het reizigerspubliek na te gaan.

De balie is nog niet open en er staat een mannetje met een groot pakket onder zijn arm nogal ongeduldig te wachten en rond te kijken. Drie grote “vliegwielen” draaien rond boven in de nok van de hal om te zorgen voor enige afkoeling, en we zien hoe een andere local binnen komt wandelen breed zwaaiend naar iemand van het personeel die hij kent. Alles gaat in een slow-lijzig-achtig tempo, en niemand schijnt haast te hebben. En waarom zou je ook?

Als Henny terug komt gaat ook de balie open en kunnen we inchecken. Alles gaat weer met de nodige formaliteiten en formulieren en ook hier moeten we invullen waar we naar toe gaan en waar we vandaan komen, compleet met naam en adressen van herkomst en bestemming. Tja, je gaat nu eenmaal niet van Ameland naar Terschelling...
Maar we zijn er nog niet na de formaliteiten, want hoewel we redelijk snel door kunnen lopen moeten we eerst langs een mannetje dat alleen maar controleert of je een paspoort en een boardingpass hebt. Daarna komt de handbagagecheck, waarbij alles van metaal en waarde weer in het bakje moet, dat apart door de scan gaat. Hier moeten we zelfs onze schoenen uit doen, en Janny vindt het allemaal maar poppenkast en overdreven gedoe. Gelukkig hebben we geen grote KLM of Transavia vóór ons zodat we redelijk snel door kunnen lopen. Als laatste nog de douanecheck en we staan voor de gate.

We tellen ongeveer tien mensen, waaronder ook de oud Olympisch kampioene zwemmen, Enith Brigitta. Ik zit later naast haar in het vliegtuigje. Het is een belevenis op zich om in zo’n klein ding te zitten. We lopen gewoon buitenom over het vliegveld naar het apparaat, wat speelgoed lijkt te zijn. Twee kleine proppelors en een paar wieletjes, een staart en meer is niet. Nou ja, het vliegt natuurlijk, hopen we dan maar...

En dat deed het. Henny zat voor me met de piloot naast zich, en Janny zat achter mij en naast me dus miss. Brigitta. Prrrtt, daar gingen we. De piloot, gewoon in spijkerbroek en pet, draaide achteloos aan een paar knopjes en staarde verveelt uit het raampje. Wat voor ons een geweldige ervaring is, is voor hem zo gewoon, en dat is het natuurlijk ook. Hij had de zaak goed controle, maar het leek net alsof hij gewoon in de bus naar Staphorst zat. Schitterend gewoon! En dat was ook het uitzicht. Het is slechts twintig minuten vliegen, maar we hebben prachtige views gezien. Curacao verdwijnt, en een kleine tien minuten later komt Bonaire al onder ons voorbij schuiven. We vliegen zo’n 140 KNOTS, (zo’n 150 mijl per uur), en we zakken af naar de airstrip.

Na de landing, met nog redelijke snelheid, slaat de piloot gewoon rechtsaf met gierende banden zo lijkt het wel, (je hoort het niet, maar zo voelt het wel door de snelheid die je nog hebt), om het ding te parkeren. Miss Brigitta vertelde me dat elke week naar Bonaire vliegt en op Curacao woont. Vorige week vloog ze in een regenbui en dat was heftig om dan in zo’n bromvlieg te zitten. We lopen weer naar de hal, voor Bonaire nog al een ruim opgezet ding, maar ik heb begrepen dat hier ook Boeings landen van de KLM. Ook hier weer de nodige controles en formaliteiten, en uiteindelijk staan we buiten waar de eigenaar van het appartementencomplex ons komt halen.

Het is een Brabander, vroeger vrachtwagenchauffeur geweest, en vorig jaar met zijn gezin vertokken naar Bonaire. Een beetje machotype die alleen maar het eiland de hemel in prijst en dus verdacht is...
Geen van ons drieën heeft er iets mee en we hebben ook niet veel meer dan “hallo” en “goeiedag” met elkaar tijdens ons verblijf op dit eiland. De studio in Kralendijk, (de enige grote plaats die Bonaire rijk is), is voorzien van drie bedden, en een ruime douchegelegenheid. Genoeg voor ons om er twee nachten door te brengen. Er is een koelkastje om wat water, bier en frisdrank te koelen en ook kunnen we gebruiken van het huis, tegen betaling uiteraard. Het ziet er schoon uit en we hebben er genoeg aan.

We hebben een pick-up gehuurd, bij deze man, en we rijden eerst maar eens naar de boulevard, waar we het ding parkeren en al snel Karels bar ontdekken, gelegen op een pier in het water. Een schitterende plek om te vertoeven en te genieten van het heldere water onder ons. Duizenden kleine visjes en een paar grote blauwe vissen schieten door het water. We drinken er een kop cappuccino en eten pruimencake.

Vandaag besluiten we het zuidelijk deel van het eiland te “doen” en morgen de andere kant. We rijden in zuidoostelijke richting naar de andere kant van het eiland. De hoofdwegen zijn gelukkig redelijk voorzien van asfalt, met hier en daar flinke gaten in de weg. We komen bij Lac Bay, een flinke baai aan de oostkant, en we krijgen de keus om, óf door te rijden via de hoofdweg naar Sorobon Beach, óf de andere weg te kiezen die ons naar het andere puntje van de baai zou leiden, naar het plaatsje Cai. We kiezen voor het laatste en we laten ons verrassen wat we onderweg tegen komen. De weg is op de kaart aangeduid als “unpaved” en dat hebben we geweten ook.

Over een combinatie van zand, stenen en kuilen rijden we door een gebied met alleen maar cactussen, mangroves, (boomwortels die boven de grond groeien), en we komen uit bij een prachtig strand waar we ons even kunnen opfrissen. We rijden dezelfde weg terug om weer op de hoofdroute uit te komen, en zakken af verder naar het zuiden naar Sorobon Beach. Een heerlijke plek waar we ons laten verwennen door mooi strand, surfers, en lekker eten.

Na de middag toeren we verder langs de zuidpunt rond het Pekelmeer, en we komen uit bij de slavenhuisjes. Vroeger woonden hier de arbeiders die werkten voor de zoutwinning in dit gebied. En nog steeds wordt hier zout gewonnen en steken in de verte de grote hopen zout zich al af tegen de horizon. Red slaves en white slaves woonden in verschillende area’s, (Oranje Pan en Witte Pan), en de huisjes zijn niet groter dan een kleine Drentse plaggenhut, en uit steen opgetrokken.

De tocht voert ons verder in noordwaartse richting om uiteindelijk weer terug te keren in Kralendijk. Happy hour in Karels Cuppuccino bar! We genieten van de ondergaande zon, die al snel verdwijnt in de grote blauwe oceaan. Karels bar wordt rond dit tijdstip druk bezocht door voornamelijk toeristen en het is er gezellig druk, knus en relaxed tegelijk omdat het niet zo heel groot is. Een heerlijke plek om de tijd vol te maken tussen de dagelijkse dingen en het avondeten.

We frissen ons op in ons weekendverblijf, om daarna tegenover de markt in Kralendijk lekker te gaan eten. Het is een gezellige drukte op de boulevard, en we nemen ruim de tijd om te genieten op die plek daar aan het water. Het eten smaakt ons voortreffelijk en we blijven nog even nagenieten van een Antilliaans orkest wat zich inmiddels heeft genesteld tussen haar instrumenten. Alleen het inspelen en stemmen is al een genot om naar te luisteren. Als we terug lopen, doen we nog even de plaatselijke kroeg aan, waar heftig wordt gedanst en gedronken. We blijven er even hangen en keren voldaan terug naar onze studio.

Nog voor het licht uit is, slaap ik geloof ik, en droom weg op de golven van het Caribische blauwe water…

zondag 23 november 2008

Sneeuw in Nederland

Dit weekend deed de sneeuw weer zijn intrede en veroorzaakte weer de nodige slachtoffers in het verkeer, tenminste als ik de media mag geloven. Want niet de sneeuw veroorzaakt natuurlijk de ongelukken, maar het onvoorspelbaar rijgedrag van steeds meer weggebruikers.

Je kunt natuurlijk nooit per definitie het slechte weer de schuld geven van het aantal verkeersdoden dit weekend. En dat is precies wat de nieuwszenders, in het bijzonder de commerciële omroepen, uitstralen. RTL4 voegde er zondagavond nog aan toe dat de sneeuw in Australië, wonder boven wonder, geen enkel slachtoffer had geëist.Tja, als je eerst suggereert dat de sneeuw in Nederland zorgt voor zoveel verkeersdoden dan moet die sneeuw in Australië, waarbij geen slachtoffers vielen, wel heel bijzonder zijn, toch?

Het NOS-journaal stond iets beter met beide beentjes op de grond, en deed berichtgeving over een eventueel gewenste uitbreiding van het rijexamen voor jonge mannen die veelal de boosdoeners van veel ellende in het verkeer lijken te zijn. Nou kan ik me daar iets bij voorstellen, maar als je met je boerenverstand er niet van overtuigd bent dat je je rijgedrag aanpast al naar gelang de weersomstandigheden dan is er iets heel anders mis met je...

Sinterklaas

Norg ligt gehuld in een dun laagje natte sneeuw, als we vrijdagavond aankomen. De lantaarnpalen zijn nu al voorzien van iets meer licht, ze staan er net een paar weken na de aanleg van de nieuwe straat voor ons huis...de bewoners vonden het te donker, en gelijk hebben ze.

Zaterdag doen we boodschappen, en in de winkel worden we voorzien van pepernoten uit de zwarte hand van Piet. Nauwelijks kan ik de hoeveelheid kwijt in mijn handen, dus verdwijnt de zooi in de zakken van mijn jas. Af en toe graait mijn hand diep, en genoeglijk knabbel ik van het zoete lekkers. Dat mag allemaal in Norg.

Maar niet in de eerste plaats gaat mijn aandacht uit naar het snoepgoed, maar scannen mijn blikken rond en peil de reacties van het winkelend publiek. Heel verschillend zijn ze, uiteraard. Een oudere man komt, bescheiden malend op zijn pas verworven lekkernijen, mij tegemoet en onze blikken kruisen elkaar. “Nu moet je nog snoep eten ook”, stamelt hij ietwat verlegen lachend. Tja, want snoepen in het openbaar, dat doe je niet in Norg, toch? Zeker niet als je de leeftijd hebt bereikt waarop je toch enigszins volwassen gedrag moet vertonen?

Terwijl ik langs de soepen en sauzen loop, komt er een jongeman om de hoek, en weigert beleefd de gulle hand van Piet. “Nee, heel vriendelijk aangeboden, maar mag ik bedanken?” zeg hij aarzelend, en zijn blik dwaalt in de richting van zijn schoenen. Natuurlijk vindt Piet dat helemaal niet erg, en vervolgt zijn route richting de vleeswaren- en kaasafdeling. Ik kijk de man nog eens na, en vraag mij af, waarom hij niet van het lekkers wil eten. Er kunnen duizend redenen aan ten grondslag liggen, maar ik vermoed dat het verlegenheid is geweest, gezien zijn non-verbaal gedrag.

Een andere mevrouw, ik schat haar zo eind dertig, neemt spontaan een handvol pepernoten aan en maakt een praatje met Pietermanknecht. Wat zijn mensen toch heerlijk verschillend, en mijn dag is alweer goed.

Tussen de middag, als we allang weer boven zijn in ons weelderig appartement, horen we muziek en de fanfare komt in beeld. Beer spitst zijn oren en wil helemaal niets missen. Een handje vol mensen loopt mee langs het trottoir en kinderen dartelen om de feestelijkheden heen. Wild zwaait Beer met zijn handjes en trekt meteen de volle aandacht van de stoet beneden. Een paar Pieten steken enthousiast een paar armen omhoog als Beer rare snuiten trekt, en achter het raam heen en weer springt. En als uiteindelijk Sinterklaas in een open koets de stoet besluit, is het feest compleet. In de wagen zit Pieterbaas tegenover hem, en gebaart de Sint vooral even naar boven te kijken. Ach, die arme Sint. Hij ziet Beer niet, want hij zit verkeerd om, en zijn oude botten geven niet meer zo mee.

Maar Piet houdt vol, en Beer zwaait zich helemaal het leplazerus. De oude Sint draait naar links en weer naar rechts, en uiteindelijk, als de wagen de bocht omgaat, vangt hij een glimp op van die enthousiaste Beer daar boven in het raam. Bescheiden wuift Sint met zijn witte handschoen, en is al lang weer verdwenen, als Beer toegezwaaid wordt door honderdduizend vrolijke mensenkinderen in de straat. En als de laatste kinderen de hoek om zijn, verdwijnen langzaam ook de klanken van de vrolijke muziek tussen de huizen van het dorp...

Het begint weer te sneeuwen in het Drentse Norg, en langzaam wordt de straat witter en witter...

En Beer zit alweer op zijn plekje in de vensterbank, en het is net of zijn grote zwarte kraalogen nog zwarter zijn van opwinding. Beer is blij, en niemand kent zijn berehart, want dat is een groot geheim...

zaterdag 22 november 2008

Sita

Kleine stukjes papier dwarrelen speels uit een van de twee snijmachines naar beneden om vervolgens gebundeld te worden in balen van honderden kilo’s.

We zijn bij Sita Nederland, in Weurt, onder de rook van Nijmegen. Onze gastheer die, met drukke bewegingen maar met warm enthousiasme, zijn betrokkenheid bij het bedrijf met ons deelt leidt ons rond over het terrein. Ik had het me groter voorgesteld, en de twee “veredelde” papierversnipperaars in de relatief kleine ruimte geven allerminst de indruk dat er een concern van wereldformaat achter hangt.
Want in het inleidend verhaal wordt ons duidelijk dat het bedrijf zich niet alleen maar ontfermd over ons vertrouwelijke, en natuurlijk ook gewoon restafval, maar op nog veel meer terreinen een actieve rol in de wereld speelt. Ze doen aan waterbereiding, energiewinning, rioolservices, papierverwerking, en recycling.
Wist u trouwens dat een gloeilamp van 40W, één uur kan branden van het afval uit één vuilniszak? Ik niet, in ieder geval. En dan te bedenken wat een logistieke beweging er zich achter de schermen afspeelt. Alleen al voor McDonald’s doorkruisen zeven grote containerwagens vierentwintig uur per dag ons land. Ze rijden overigens op frituurolie, (het is maar even dat u het weet).

Het proces:
Al ons vertrouwelijke papieren afval, (offertes, beleidsnota’s, vergaderstukken, dossiers etc.), verdwijnt uiteindelijk in de blauwe containers die we op elke verdieping in onze kantoren aantreffen. Even tussen haakjes: om het ons gemakkelijk te maken hebben we gezegd, álle papier wordt als vertrouwelijk behandeld, behalve karton. Zo beperken we het risico dat er misschien toch bedrijfsgevoelige informatie op straat komt te liggen, en niemand heeft natuurlijk zin om de tronie van Peter R. de Vries op een dag bij de bank te zien verschijnen...

Elke week komt Sita voorrijden met een hermetisch afgesloten containerauto. De containers worden geleegd, en met drukwind “doorgespoeld” om er voor te zorgen dat er geen papier achter blijft.
In Weurt, (één van de vier grote verwerkingslocaties van het bedrijf), glijdt de auto de hal binnen en de ruimte wordt onmiddellijk weer zorgvuldig afgesloten. Zelfs eigen personeel mag er niet in, om zoveel mogelijk het vertrouwelijk circuit te kunnen waarborgen. De grote berg papier uit de auto wordt speciaal door geautoriseerde personen op een transportband geveegd, om vervolgens naar boven te worden gerold. Uiteindelijk worden onze vergaderstukken, beleidsnota’s, oude dossiers, en persoonsgevoelige gegevens “opgevreten” door de versnipperaar.

Vervolgens worden er, van al dat papier, prachtige “pakketjes” geperst van zo’n 800 kilo per stuk en gaat alles uiteindelijk naar de papierverwerkingsbedrijven. En wie weet hangt de beleidsnota, een paar weken verder, netjes op het bekende rolletje in het toilet. Wat een dramatische afloop voor het, ooit, met zorg voorbereide document...Maar zoals net al gezegd, zelfs dáár is Sita, want ze doen nog aan rioolzuivering, weet u nog?

Sita begeleidt ons. Sita waakt over onze papieren afvalberg. Sita is erbij, vanaf het bureau tot aan de poepdoos bij wijze van spreken. Wat een bedrijf, wat een geruststelling!

donderdag 20 november 2008

Curacao, 26 februari t/m 11 maart 2008, (deel 4)

Donderdag, 28 februari
Het is, vind ik altijd, één van de mooiste momenten van de dag hier: ’s morgens vroeg, buiten op de porche, luisteren en kijken naar de prachtigste vogels, de passaat in een zacht briesje door de bomen in tuin en een bak dampende koffie. Twee Troepiaals, (fel geel gekleurde vogels), fladderen door de struiken en gaan zitten op een hoge kale tak in een boom. Met hun kwetterend geluid verraden ze hun aanwezigheid en ik staar een poosje naar dit prachtige tafereel. De sfeer brengt me weer even terug naar de tijd dat ik in Nieuw Zeeland gewoond heb, naar het gevoel op doorreis te zijn, naar het gevoel geen eigen plek te hebben maar op dat moment wel het thuisgevoel binnen in me creëert. Daar waar ik nú ben is het goed, dat wat ik nú doe is goed. Er is géén gisteren, géén volgende dag, het is slecht vandáág waar alles om draait. Gisteren is geschiedenis, en morgen is pure fantasie. Wellicht precies de reden waarom ik me de eerste dagen nog wat onrustig was. Zeker ook de jetlag, maar nog meer het loskomen van het dagelijkse ritme van thuis... Thuis? Waar is dat ook al weer...?

Vandaag is Henny gewoon aan het werk. Het is al geweldig dat we zijn uitgenodigd op dit prachtige eiland en we hebben deze kans ook met beide handen aangrepen, maar het werk gaat gelukkig gewoon door, en wij kunnen even op ons zelf zijn. Dat is ook belangrijk als je twee weken op elkaars lip zit. Het is gewoon helemaal goed dat we op deze manier op elkaar zijn ingesteld, en we op de juiste momenten ook ons zélf kunnen vermaken.

We hebben het idee even in ons eigen huis in de tropen te zitten, en dat maakt zo’n vakantie wel heel bijzonder. Juist omdat ook de gewone dingetjes doorgaan; de was, het eten, de boodschappen, poepen, de kliko, en auto rijden. We gaan zometeen naar het zwembad bij het Hilton. Janny is er de vorige keer geweest en het schijnt een prachtige plek te zijn om te genieten van zon, wind en water. We schakelen het alarm in, en sluiten de boel goed af. Curaçao staat bekend om haar criminele activiteiten, waar je overigens weinig van merkt als je je tussen de bevolking waant, maar blijkbaar is er reden genoeg om de huizen te beveiligen met hekwerken en alarminstallaties. We rijden de poort uit en vinden onze route richting Willemstad.

De St. Rosa weg is eigenlijk de hoofdweg die Willemsstad verbindt met het dit oostelijk deel van het eiland en is in de regel vrij druk. Maar we zijn redelijk achter de spits aan en het valt dus mee. Henny heeft me al gewaarschuwd voor het rijgedrag van de Antillianen. Ze stoppen soms zomaar, rijden langzaam en onvoorspelbaar, en gebruiken ze in de regel geen richtingaanwijzers. Nu doen we dat in Nederland ook bijna niet meer, maar het verschil is dat het verkeer in Nederland zo onderhevig is aan overdreven regelgeving, waardoor we ons ingebeeld hebben dat het asociaal is om het oranje knipperlichtje niet meer te gebruiken op momenten dat het zeker zou moeten. Op Curaçao is het heel gewoon dat niemand dat ding gebruikt en irriteer je je dus niet meer.

We rijden richting het centrum. De omgeving biedt hier een rommelige aanblik, maar dat is Curaçao. Huizen en niet-huizen staan gewoon naast elkaar, verbonden door slecht onderhouden tussenpercelen. Omgeven door roestige reclameborden, oude auto’s begroeid met alles wat er maar kán groeien op Curaçao, en vaak zomaar tussendoor niet afgemaakte grotere en kleinere bouwprojecten. Stenen casco's staan eenzaam ergens op een heuvel met het doel daar toen iets moois van te maken, maar afgebroken, (of eigenlijk, níet afgebroken), en aan hun lot overgelaten.

Als we Willemstad naderen en de ring op draaien wordt het toch flink druk, maar ik laveer de Jeep rustig door het verkeer en we draaien de hoge Julianabrug op. Rechts ligt een enorm cruiseschip, en als je op ooghoogte zit van dit inmens drijvende appartementencomplex lijkt het alsof het gewoon thuishoort in de haven van Curaçao en één geheel vormt met de bebouwing er achter. Later op de dag zou het anders gaan lijken als het schip de haven uit zal varen...

Als we de St. Annabaai over zijn gebrugd draaien we naar beneden, om vervolgens nog een kwartiertje door het verkeer te baggeren en we uiteindelijk de parkeerplaats op kunnen draaien bij het hotel. Het is er prachtig gelegen tussen palmbomen, en bloeiende struiken sieren het geheel. Via de overkapte ingang, lopen we naar het zwembad waar we inchecken en direct door kunnen lopen naar het strand. Voor het eerst zie ik nu ook de bekende leguanen. Een hagedisachtig beest dat een lengte kan bereiken van rond de twee meter. De meeste die je ziet zijn niet groter dan twintig, dertig centimeter en bewegen zich, als water zo snel, voort over de paden en het strand.

Als we onze stoelen hebben uitgezocht, en in de schaduw onder de rieten parasol zijn gaan zitten is er niet meer dan het strand, de zee en luie mensen. The crew, die ons afgelopen dinsdag ons heeft verzorgd in het vliegtuig, zat een paar meter bij ons vandaan. Ze hadden een relaxte stop deze keer. Meestal vliegen ze direct weer terug, of door naar een andere bestemming. Nu hadden ze dus een paar dagen vrij om bij te tanken. We gaan even languit in het zwembad en wandelen wat langs de mooi aangelegde paden. En dan blijkt opeens dat er dus ook nog andere leguanen rondlopen van iets groter formaat. We zagen er één van zo’n anderhalve meter lang, bijna vlak voor onze voeten op een grote steen in het zonnetje zitten genieten van het zonnetje. Hoewel ze helemaal niets doen is het in eerste instantie wel een afschrikwekkend gezicht maar we raken er al gauw aan gewend. Die beesten lopen hier rond zoals bij ons de eenden in het park.

We doen verder vanmiddag niets anders dan liggen, zwemmen, snorkelen, eten, roken en mensen kijken. Bij mij moet er wel een knop om, want ik heb de neiging van alles te gaan ondernemen, maar deze momenten zijn ook wel eens goed voor me geloof ik, en ik geniet er van. Rond een uur vijf komt Henny het strand opwandelen. Omdat wij de auto hadden is hij vanmorgen op de fiets naar de marinebasis gegaan, en hij zou ons vanmiddag weer oppikken bij het Hiltonhotel. Fiets in de auto en dan weer terug naar zijn huis in Oudewater. We blijven nog wat hangen op het strand en pas tegen het begin van de avond keren we terug.

Het is ontzettend genieten zo’n dag en als je eenmaal het hanggevoel te pakken hebt, wordt je steeds luier. En die zon maar branden...
Gewoon in de schaduw blijven, dan krijg je meer kleur dan pal in zon, en het is beter voor je lichaam. Op de weg terug naar huis is het toch nog steeds redelijk druk als we weer door Willemsstad rijden. En opeens zien we, recht voor ons, de Westerdam van de Holland Americalijn de haven uitvaren. En nu lijkt dat ding in eens veel groter dan vanmorgen, want zij beweegt zich als een reus statig voort langs de relatief veel kleinere objecten om haar heen. Het is net of er een soort minachting van uit gaat...

Henny parkeert de auto als een echte Antilliaan gewoon midden op het geplaveide centrum van de rotonde en we nemen de tijd om het gevaarte de haven uit te zien varen. Wat een enorm beest zeg...Ik heb overigens helemaal niets met dit soort vakanties, en zelfs ik geld toekreeg krijg je mij er niet op. Het gevoel er niet af te kunnen voor een paar dagen, en je te moeten vermaken met de accommodaties op het schip spreekt mij allerminst aan. Nee, ik moet weg kunnen wanneer ik wil, en niet overgeleverd zijn aan verplichte omgevingsfactoren. Maar zo heeft ieder gelukkig zijn eigen vermakelijkheden en kunnen ook deze schepen varen.

De St. Rosaweg is nog redelijk druk op dit tijdstip en we rijden, achterlangs, terug naar huis. Janny maakt spaghetti, en buiten op de porche is het goed vertoeven in de kort durende avondschemering. Henny roeit nog een mierennest uit, want opeens liepen ze allemaal in colonne bovenlangs. We volgden het spoor terug en kwamen uit bij de airco-unit die hij een paar dagen geleden nog in gebruik had genomen voor zijn eigen tijdelijk slaapverblijf, (zijn eigen kamer aan de voorkant van het huis heeft hij voor deze tijd afgestaan aan ons). Waarschijnlijk waren de mieren er niet blij mee en zijn een protestmars begonnen. Maar de spuitbus doet wonderen en we vegen de lijken gewoon de porche af de tuin in. We drinken een biertje op de goede afloop, we kletsen wat, en we voorzien het dartbord van nog meer gaatjes...

Morgen naar Bonaire. Henny is er een paar keer geweest, en voor ons is het een vakantie in een vakantie. We zullen vertrekken om elf uur met Dividivi, de lokale luchtvaartmaatschappij die heen en weer pendelt tussen de eilanden hier. Eerst maar slapen, en dat is hier niet zo heel moeilijk. Airco weer aan, en de muggen weggespoten, dan wil het wel, prima zelfs.
Waar een spuitbus al niet goed voor is. De avond valt, en een enkele vogel laat zijn zanggeluid nog even naklinken, om langzaam weg te sterven in de stille donkere tropennacht...

maandag 17 november 2008

Dood, of overleden?

Je hebt zo wel eens van die gesprekjes op het werk waarin zomaar de onderwerpen des levens om de hoek verschijnen, of des doods in dit geval. Ik weet niet meer hoe we er op kwamen, maar opeens ging het over mijn vader die ruim 13 jaar geleden overleed aan blaaskanker. Ik zei, mijn vader is al dood, die is er niet meer. Mijn collega, die blijkbaar enigszins werd geprikkeld omdat ik het woord dood gebruikte, draaide zich een ogenblik later om, net toen hij van plan was zijn eigen werk weer te hervatten. “Maar, je gebruikt toch meestal het woord, overleden?” vroeg hij aan me. Dood of overleden... Er volgde een aardig gesprekje.

Dood heeft iets definitiefs, iets eindigs, een hardere klank. Een vlieg, die sla je dood, of niet natuurlijk...Zit er dan toch verschil in rangorde tussen mens en dier? Ik ben een hartstochtelijk dierenliefhebber, maar een overleden vlieg?

Dood of overleden? Heeft het misschien te maken met de manier waarop je die ander iets duidelijk wilt maken? Het is al zolang geleden…en ik denk nog best aan hem op bepaalde momenten, (mijn vader welteverstaan, niet die vlieg). Wilde ik mijn collega misschien duidelijk maken dat er geen lading en emotie meer in zit? Overleden? Hij is over zijn lijden heen, betekent het letterlijk. Geleden heeft hij denk ik, zowel fysiek als geestelijk. Maar zeg, het is vijftien jaar geleden! Nu is het goed. Karel de Grote is ook niet overleden, maar die is dood. Misschien heeft het ook te maken met je stemming op dat moment. Beide woorden houden op aarde hetzelfde in. Als je dood bent, ben je overleden. En als je overleden bent dan ben je dood.
En als je nergens meer in gelooft, en naar jouw overtuiging alles ophoudt na de dood, dan is het klaar! Finito! Is er leven na de dood? Ik kan het niet bewijzen, maar ik geloof het wel. Ik geloof het zeker! Kan je ook niet uitleggen, zeker niet in de moderne tijd waarin alles bewezen, geanalyseerd en verklaard moet worden. Er zijn meer dingen die we níet zien, dan die we wél zien.

En dan is mijn vader niet dood, maar gewoon overleden. Na de dood…naaa de dood, er is leven, er is leven na de dood!

Bedankt, Freek. Je begrijpt het...

zondag 16 november 2008

Laat de kinderen tot mij komen...

Sinterklaas is in het land. Het paard schreed wat onwennig en onrustig, met zijn rood gemijterde baas op zijn rug, door de drukke winkelstraten van Assen. Kinderen, maar vooral ook ouderen, verdrongen zich om een glimp op te kunnen vangen van het feestelijk tafereel. De muziek overstemde het geheel, en ik bekeek alles vanuit de Primafoonwinkel, waar ik op dat moment mijn contract vastlegde voor mobiel internetten. Door de herrie buiten werd het zakelijk verkeer binnen praktisch even een paar minuten onmogelijk gemaakt. Een verkoper overwoog zelfs om de deuren te sluiten die tot nu toe uitnodigend hadden open gestaan...
Laat de kinderen tot mij komen...

Rouvoet wil opvoedcursussen verplicht stellen. In een bijeenkomst van welwillende ouders vond een ruime meerderheid dat ze het goed deden. Maar diezelfde meerderheid vond dat er strenger moet worden opgevoed in de rest van Nederland...
Laat de kinderen tot mij komen...

Tweeverdieners werken zich een slag in de rondte, en programmeren hun kostbare tijd om ook nog de kinderen ‘even’ aandacht te geven. Ik zeg niet dat werken en het opvoeden van kinderen niet samen kan gaan, maar er zijn grenzen...
Laat de kinderen tot mij komen...

De Primafoon heeft een nieuwe winkelinrichting, modern, licht en eigentijds, gericht op jongeren. Geen stoelen, om vooral niet de indruk te wekken van een ziekenhuis met een rij wachtende ‘oudjes’, zoals de medewerker van de Primafoon dit noemde...En zo worden ouderen en kinderen sluipend, weg geschrapt uit de samenleving...
Laat de kinderen tot mij komen...

Sinterklaas verdwijnt langzaam de straat uit, de muziek verstomt, en ik kan de verkoper weer verstaan. Gelukkig maar, want het is toch lastig zo’n kinderfeest, als je je verkoopresultaten nog moet halen...
Laat de kinderen tot mij komen...

De wachtlijsten in de jeugdzorg worden steeds langer, en Rouvoet als ‘redder’ van het gezin krijgt de wind er niet onder. Logisch, want eigenlijk zit niemand te wachten op gezinshervormers, we kunnen het immers zelf beter? Maar kinderen ‘verdwijnen’ tussen het meubilair en krijgen een plek in de overvolle agenda’s van werkende ouders.
Laat de kinderen tot mij komen...

De trein raast verder, met een steeds hogere snelheid. En als we uit het raampje kijken, (als er tenminste nog ramen inzitten), zagen we vroeger nog wortelen, uien en aardappels op de akker. Nu zien we alleen nog maar hutspot, en zijn we de basis kwijt van alle leven op aarde...
Laat de kinderen tot mij komen...

Mag ik nog een beetje kind zijn...?

woensdag 12 november 2008

Curacao, 26 februari t/m 11 maart 2008, (deel 3)

Woensdag, 27 februari
Midden in de nacht om drie uur word ik wakker. Logisch als je je bedenkt denkt dat het eigenlijk voor je gevoel gewoon acht uur in de morgen is, (althans in Nederland).
Ik pak mijn laptop en ik begin alvast aan het verslag van onze eerste dag. Het is een verademing met de airco op de kamer, anders is het niet uit te houden. Als ik het verslag half af heb, begint de laptop te protesteren en te drammen over correctielijsten die ik helemaal niet wil natuurlijk. Maar het lukt me even niet direct om de irritante meldingen weg te krijgen en ik breek mijn schrijverij af. Straks maar even kijken of Henny zijn computer tijdelijk wil afstaan voor dit doel, en hem kennende maakt hij er geen probleem van. Aankomend weekend, als we vertrekken naar Bonaire zal ik moeten improviseren en pen en papier meenemen om de highlights te noteren.

Ik dommel nog wat en als het om half zeven licht is geworden houden we het allebei niet meer uit en gaan we koffie zetten. Henny heeft een riante woning in een redelijk nette buurt. Omgeven door soortgelijke woningen, opgetrokken van geel steen en omgeven door hekwerken. Zowel ramen als deuren zijn voorzien van hekken en het pand is beveiligd. Achter het huis is een ruime “serre”, de “porche”, en als we de slidingdoors geopend hebben zien we opeens dat er meters hoge cactussen in de tuin opduiken. Gisteravond was het donker en konden we nog niet zoveel onderscheiden maar nu breekt het tropisch flora- en faunagebeuren door op ons netvlies. Vogels in allerlei kleuren en maten fladderen dwars door de tuin en we genieten van hun typerend geluid.

Ik merk dat ik dit keer moeite heb met omschakelen. Niet qua temperatuur maar gewoon de “lag…” Ook wordt ik redelijk onrustig als ik merk dat ik mijn plekje nog niet echt heb, en we nog geen concrete plannen hebben voor deze twee weken. Het heeft allemaal te maken met de neiging om te structuren, dat zit nu eenmaal in me. Maar wat dat betreft is Henny perfect gezelschap en hebben we geenszins het idee dat we op “visite” zijn. Hij heeft zelf ook alle hoeken en gaten van de aardbol gezien en weet hoe je je moet gedragen als je uithuizig bent. Gewoon jezelf blijven dus, onder alle omstandigheden. En dat hebben we gelukkig allebei ook in ons. Als we aan de koffie zitten buiten op de porche, is Henny ook wakker en voegt zich in korte broek en gebruind lichaam bij ons aan de koffietafel.

We bespreken de plannen, lezen kaarten en kranten, wisselen de laatste nieuwtjes uit over en weer, en het is relaxed gezellig. Gisteravond had Henny al het plan opgevat om vanmorgen te beginnen met een wandeling rond de Jan Thiel Lagun, kavels te bekijken rond het Spaanse water en de Carcasbaai. Hij heeft vandaag nog vrij kunnen krijgen en kan ons dus wegwijs maken op het eiland.

Omdat we ook op eigen houtje dingen gaan ondernemen en we gebruik mogen maken van de jeep, mag ik rijden om het ding alvast te voelen. Eerst maar eens de tank vol, en ik parkeer bij de plaatselijke pomp. Iedereen rijdt hier op zijn dooie akkertje, regels zijn er wel, maar je kunt beter goed uitkijken dat er toevallig niet iemand zomaar stil staat midden op de weg, of van links of rechts even door rijdt…

Het mannetje bij pomp is echt pikzwart en als ik wil vragen om hem maar vol te gooien, maakt Henny mij erop attent dat ze hier eerst betalen en dan pas volgooien. Ik kijk hem ongelovig aan want die marinejongens kunnen je aardig op het verkeerde been zetten om te geinen maar dit keer was het de pure realiteit. Eerst dus naar het loketje, 100 Antiliaanse guldens betalen, (ongeveer 40 Euro), en dan pas gooit het mannetje de slang in de tank.

We rijden naar Jan Thiel, het is tegen tienen en lekker warm. Via een smal paadje, omgeven door bolcactussen, kleine leguaantjes, en stekelige vetplanten komen we uit bij de Jan Thiel lagune. Door de passaatwinden is het er een droge boel, en groeit er niet zoveel. Het meeste fruit wordt geïmporteerd uit Venezuela dat maar 60 km naar het zuiden ligt. Maar daar waar we nu lopen is het schitterend en al snel zien we een koppel, (of kudde), flamingo’s. Ze zijn iets te ver weg om te fotograferen, en het zijn vrij schuchtere beesten als je dichterbij komt. We bewonderen ze dus op afstand en proberen nog wat inzoom-shots te maken.

Als we terugkeren bij de auto is het rond twaalven en we rijden wat rond. Er wordt veel gebouwd hier, en Henny parkeert de auto om te genieten van een nice view over de Carcasbaai. We rijden verder en we nuttigen een broodje bij een van de vele strandtenten die Curacao rijk is. Je loopt vanuit de auto zo het strand op en je bent direkt tussen rieten parasollen, onder palmbomen. Het is relaxen van de bovenste plank hier. Als we een half uurtje gezeten hebben en ik heb afgerekend rijden we door naar Willemsstad.

Het is er gezellig druk en we hebben moeite om de auto te parkeren. Henny zet ons af bij de pontjesbrug en rijdt door om een plekje te gaan zoeken. Het is markt en we lopen wat tussen de kraampjes door. Mensen hebben geen haast hier. Het tempo ligt beduidend lager dan in Nederland. Gezien de temperatuur is het ook helemaal niet wijs om te gaan rennen natuurlijk. Maar buiten dát, waarom zou je als er morgen weer een dag is? We zetelen ons op een van de bankjes langs de St. Annabaai. De baai splitst Willemstad in twee delen, Punda en Otrabanda.
Het oudste deel werd door de Spanjaarden met Punta aangeduid. Dat betekent punt of landtong. Later werd dit Punda. Aan de westzijde van de baai ligt Otrabanda, (de andere kant), dit deel van Willemsstad is veel ruimer van opzet. De pontjesbrug en de hoge Julianabrug verbinden de twee stadsdelen, en daar tussen in kijken we uit op de rij gekleurde panden langs het water. Als Henny terug is pakken we een biertje aan een van de vele terrasje die langs de baai zijn gelegen.

Het is echt een vakantie van luieren, eten, relaxen, snorkelen of zwemmen en af en toen eens even een wandeling op het eiland. We lopen terug naar de auto via de drijvende markt. Tot voor kort was dit nog echt een aaneenschakeling van bootjes die hun koopwaar, meestal fruit en groente uit Venezuela, aanboden aan het publiek. Nu liggen de bootjes er achter en is de markt verplaatst naar de kade. Het blijft een gezellig en indrukwekkend gezicht. Als we terugkeren naar de auto en koers zetten op huis, vatten we het plan op om ’s avonds te gaan eten op een van de gezellige strandjes en te genieten van de ondergaande zon. Als we thuis zijn eerst maar eens happy hour, en wat rommelen om het huis heen.

We hebben wederom bezoek van onze grote mieren. Ze lijken op onze bosmieren maar zijn nog iets groter. Sinds een paar dagen heeft Henny er last van, en we weten nog niet waar ze vandaan komen. Af en toe de porche aanvegen en we zijn ze weer kwijt, tenminste dat dachten we, nietsvermoedend van wat de volgende dag zouden ontdekken…

’s Avond eten we dus bij ondergaande zon, en met de voetjes in het zand. Als het al donker is en we zitten bij het flauwe schijnsel van de “kaars” op ons tafeltje, zien we een gezin, dat met duikpakken, flessen en verlichting, het donkere water in gaat. Het lijkt me een geweldige ervaring, en het tafereel biedt dan ook voer voor een gesprek over alles wat met duiken heeft te maken. Ik besluit volgende week een poging te wagen. Morgen eerst maar eens lekker snorkelen als we aan het strand liggen. Janny wil graag naar het Hilton waar een prachtig zwembad is, en je aan de andere kant zo het strand op kan. Thuis nog even borrelen en langzaam aan naar bed.

De jetlag zit nog steeds in onze botten, maar toch komen we langzaam aan helemaal in Curaçaose sferen…

dinsdag 11 november 2008

Curacao, 26 februari t/m 11 maart 2008 (deel 2)

Dinsdag, 26 februari
Tegen de verwachting in hebben we vannacht geslapen als blokken. Dat is ook wel heerlijk eigenlijk want vandaag moeten we een lange ruk maken. Zoals gebruikelijk lees ik de kranten op internet en drinken we veel koffie, vooral véél deze keer. Een koffer staat klaar, en de rugzak met handbagage die nog van de laatste spullen wordt voorzien gaat nog wel zes keer open en dicht. Zelfs de koffer moet er nog een keer aan geloven met het laatste “dit-kan-er-ook-nog-wel-in-artikel. Klokslag zeven uur staat onze chauffeur voor de deur. Bert is een man van de klok, en afspraak is afspraak. Daar kunnen ze in Curaçao nog wat van leren, geloof ik.

Als ik naar buiten loop met de koffer staat Bert onder de schemer van de straatverlichting bij zijn auto. “Hoeveel heb je er?” vraagt hij. “Nou, ééntje Bert, en een rugzak”, zeg ik een beetje onwennig. “Geef maar dan”, en hij leek een beetje teleurgesteld, alsof hij dacht, kom ik dáárvoor mijn bed uit? Maar we kennen Bert, en we weten dat hij het ontzettend graag voor ons over heeft en zijn rol als chauffeur serieus neemt. Als Janny er aankomt zwaait hij beide rechterportieren open, de pet ontbreekt er nog maar aan. Maar we zijn blij met zo’n jong, die ons door de drukke ochtendspits veilig en snel naar het vliegveld brengt. En wij hebben geen gezeur met parkeren of treinen. Klasse!

Als het negen uur is geworden, parkeert Bert de auto pal voor de ingang van het vliegveld. Hij rookt nog een shaggie met ons, voor de deur, want tegenwoordig is alles rookvrij daarbinnen. Met het gevolg dat de “verslaafden” buiten voor de ingang hun laatste trekken kunnen nuttigen. Door de overlast die dit zou kunnen geven, voor de in- en uitstromende reislustigen, overwoog Schiphol zelfs een poosje geleden om ook daar buiten aparte rookvrije zones te gaan aanbrengen, maar ik heb er niets meer van gehoord. Je kunt tenslotte ook overdrijven.

We nemen afscheid van Bert, en we zijn alleen met onze koffer en rugzak, en…duizenden reizigers die allemaal ergens naar toe gaan. “Passengers to Istanbul, flightnumber KL846...” Maar wij gaan niet naar Istanbul en we laten de dame rustig haar stemgeluid produceren. Het lijkt overigens alsof er geen hond naar luistert, maar moet je eens zien hoe hard je het horen wil als je je eigen vluchtnummer door de vertrekhal hoort schallen.

We lopen naar balie 15, en bij de blauwe zuilen van de KLM kunnen we inchecken. We hebben enige hulp nodig want de instapkaarten worden niet afgedrukt. Misschien is het papier op, maar enige realiteitszin stuur mij naar andere oorzaken. En dat blijkt ook na de vingervlugge assistentie van de “blauwe” dame in uniform. Want zoals de praktijk vaak leert is het ook hier weer zo dat de logica van het menugestuurde systeem niet overeenkomt met die van mij. Waarschijnlijk gemaakt door een hobbyist die even op zondag niks had te doen?

Ik ga er inhoudelijk niet op in, want stel je voor dat mijn logica opeens toch aansluit bij die van de hobbyist op zondag, dat zou me een klap geven zeg…
De koffer wordt afgegeven aan de balie en voor de tweede keer krijgen we ongeloofwaardige blikken als onze “blijkbaar” minimale bagage wordt aanschouwd. De dame achter de desk, alweer in het blauw, vat het relaxed op en we maken een praatje.
Als we onze handen vrij hebben lopen op ons dooie akkertje naar de douane. We hebben alle tijd om nog even aan de “andere” kant te gaan shoppen. Als we Nederland verlaten hebben lopen we door een stukje niemandsland, zo noem ik het altijd maar. We zijn het technisch het land uit, maar we zijn nog nergens “binnen”. We kopen wat leeswaar voor onderweg. Janny kiest wat tijdschriften en een ingrijpend boek, en ik pak een sodoku en het boek “The Untouchables”. Ik heb al eens stukjes van de vertaling in het Nederlands gelezen, maar ben nu benieuwd naar engelse versie. De schrijvers vertellen over de typisch Nederlandse gewoontes op alle vlakken en steken daarbij lichtelijk de draak met alles wat zij “vreemd” vinden.

Om half twaalf lopen we door de gate en worden nog eens uitvoerig gecheckt en letterlijk gefouilleerd. Een donker mannetje, vindt mijn “earplanes” en heeft geen idee wat het voor dingen zijn. Een poging om het uit te leggen mislukt, of hij wíl het gewoon niet snappen en hij laat me gaan. Earplanes gebruik ik om de druk in mijn oren te verminderen bij het opstijgen en landen. En samen met kauwen en slikken is het voor mij een doeltreffende uitvinding.

We zetelen ons in het vliegtuig en overzien het geheel van mensen die zich in allerlei bochten wringen om zich een plekje te verwerven. Bagagerekken openen en sluiten zich, hoofden buigen zich om door de kleine raampjes te kijken naar de bedrijvigheid op het vliegveld, en kranten worden uitgevouwen en netjes binnen de grens van “de eigen stoel” gehouden wat meestal niet lukt.

Als het vliegtuig naar de startbaan “rolt”, krijgen we de gebruikelijke informatie over de reddingsvesten en waar we uit kunnen “stappen” bij calamiteiten. Op zich hele nuttige informatie, maar hier heb ik nog veel meer de indruk dat er echt helemaal geen mens meer naar luistert. Het zijn de typische taferelen van het vliegen en ik geniet er intens van. We gaan! Brullend schiet de blauwe vogel met hoge snelheid over de baan en trekt opeens zijn neus op en Schiphol verdwijnt in de dikke wolkenlaag. We zijn onderweg, en glijden over een deken van zonnige watten naar het zuiden. De captain spreekt en legt uit we door de weersomstandigheden kiezen voor de zuidelijke route via Frankrijk en Portugal, om daarna de oceaan over te steken.

We hebben een gezellige Antilliaanse dame naast ons die 48 jaar in Nederland woont en een paar keer per jaar naar Curaçao vliegt. Ze heeft gelukkig humor en kan ook van tijd tot tijd haar mond houden. Dat maakt het vliegen bijzonder aangenaam. We worden “vergeten” door een purser die op Gerard Joling lijkt, en we krijgen in eerste instantie geen eten. Nou kunnen we gelukkig er de humor van inzien, maar je zult ze er bij hebben die gaan slaan, schoppen en schelden en NOOIT meer met KLM willen vliegen.

Na een vlucht van bijna tien uren, met weinig onhebbelijkheden verschijnt de kustlijn van Curaçao en zien we de schoorstenen van de raffinaderij en de waterfabriek. Er wordt hier rechtstreeks drinkwater gewonnen uit de Caribean Ocean en het is goed te drinken.

Als we “voet”hebben gezet is het 17.18 uur lokale tijd, (vijf uur vroeger dan in Nederland), en we wandelen door de hal naar de “baggageclaim”. Eerst nog wat formaliteiten en paspoortcontrole en als we er door zijn, kunnen we vrij snel onze koffer oppikken. Buiten staan Jannies broer Henny gekleed in boxer en hemd, relaxed als hij is met een blikje drinken aan zijn lippen en we voelen de tropische warmte om ons heen slaan. Toch voelt het met de noordelijke passaatwind, die er altijd is, erg aangenaam. De begroeting is hartelijk en hij neemt ons mee naar zijn jeep een eindje verder op de parkeerplaats. We besluiten “bij te komen” bij Hook’s Hut, een strandje onder de rook van Willemstad aan de andere kant van het eiland om de zon onder te kunnen zien gaan en gelijk sfeer te proeven. Nou, die was er!
Zo uit het vliegtuig, het strand op, biertje, rieten parasolletje, muziekie, palmboompje en met je snufferd op de eerste rij voor de ondergaande rode zon. GEWELDIG!!!!

We zitten er een uurtje en we rijden daarna verder richting het oosten van het eiland naar “kasteel” van Henny in Oudewater. Het is in middels donker als we aankomen, (de schemering kent slechts ruim een kwartier, twintig minuten in de tropen en het is om acht uur donker). We merken nu toch dat we vermoeid beginnen te raken. Ons lichaam wil slapen maar het tijdstip spreekt verstandelijk tegen…
Nog een poosje zitten we buiten met wat broodjes en een drankje, en we houden het vol tot half elf. Dan is het uit, airco op de kamer, horren, en alles open. In ons hoofd zoemt het vliegtuig nog na, en binnen een paar tellen, (ik heb ze niet eens kunnen tellen), wordt alles donker…

zaterdag 8 november 2008

Curacao 26/2/08 tot 11/03/08

Maandag, 25 februari

The day before…

Eindelijk begint het te kriebelen. Het is ruim vier jaar geleden dat ik voor het laatst een intercontinentale reis heb gemaakt. De eindbestemming was toen Auckland in Nieuw Zeeland. Nu gaan we de andere kant op en vliegen we dinsdag naar het westen met als eindbestemming Curacao. Ruim tien uur vliegen deze keer, en de voorbereidingen zijn inhoudelijk niet anders dan voorgaande keren.

Ruim 29 jaar geleden vloog ik voor het eerst, en ik herinner me dat het destijds een hele operatie was. Maar de wereld wordt kleiner en met het inpakken nu, is het eigenlijk gewoon net als een weekendje Ameland. Sterker nog, we nemen nog veel minder mee. Letterlijk en figuurlijk heeft deze vakantie veel minder om het lijf. Nederland is nu eenmaal onbetrouwbaar qua weersomstandigheden en de koffer is nog niet half vol nu we deze keer naar de tropen vliegen. Anders dan toen is nu ook de mentale voorbereiding. Het is anders als je “alleen” vliegt.

Nu dus samen met Janny, en eigenlijk waren we er tot nu toe niet eens zo heel erg mee bezig. Maar nu, op de dag voor het vertrek, begint dan toch het bloed sneller te stromen als ik denk aan de sfeer op de vliegvelden. Allemaal mensen die je in de verste verte niet kent, maar toch één ding gemeen hebben: reizen per vliegtuig naar een eindbestemming. Dat geeft toch weer een soort saamhorigheidsgevoel, waardoor je het idee krijgt dat je allemaal één grote familie bent op Schiphol.

Ik pak mijn spullen in zoals gebruikelijk, wat voor mij betekent dat ik niet nadenk wat ik allemaal mee moet nemen, maar gewoon systematisch mijn kasten doorloop en pak wat ik nodig denk te hebben. Niet meer en niet minder. Erg gemakkelijk, en passend bij mijn denkpatroon. Het leven is simpel, zelfs als je op reis gaat.

Janny moet vandaag nog werken, althans dat was de bedoeling. Maar om elf uur knarste de sleutel al in het slot en kwam ze binnen wandelen. Werken is niet handig als je de dag erna naar Curacao gaat. We brengen Janny’s auto naar haar ouders in Lemelerveld, waar het ding veilig in het schuurtje staat. Dat is nu eenmaal de procedure van een nieuwe auto, die laat je niet zomaar buiten staan twee weken in Kampen. Ook de beren gaan mee en ze logeren bij Opa en Oma. We zouden ons niet voor kunnen stellen dat ze bij een controle door messen van de douane doorkliefd zouden worden, die op zoek gaat naar drugs. Getverderrie zeg…
We eten snert en bakleverworst, en aan het eind van de middag nemen we afscheid van Pa en Ma Waaij, en…van de beren.

Als we thuis komen is het stil in huis en zitten we een beetje onwennig elkaar aan te staren. Alles is al ingepakt, we hebben gegeten, en eigenlijk kunnen we gewoon vertrekken. Maar morgen pas, om zeven uur, toetert Bert voor de deur om ons naar Schiphol te brengen, en we nemen ons voor vroeg naar bed te gaan. Het was vandaag zonnig en droog en vanavond drijven vanuit het westen wolken het land binnen. Waarschijnlijk weinig sightseeing vanuit het vliegtuig dus. Maar je weet het nooit in Nederland…

Wordt vervolgd...

vrijdag 7 november 2008

Obama

Gisteren was het natuurlijk Obama-dag. Klappende, huilende, juichende mensen die hun favoriete kandidaat president zagen worden. De bekende Amerikaanse taferelen met veel opsmuk, drama, en massahysterie.

Natuurlijk is het deze keer wel bijzonder zegt men, de eerste zwarte president. Een ijkpunt in de geschiedenis? De democraten zijn heilig nu? In ieder geval is Amerika intens bezield van deze nieuwe ster aan de hemel.

En niet alleen het Amerikaanse volk, want ook in Nederland is Obama een hype. Als hij op Hyves zou zitten zou hij de koplopers ver overtreffen en wellicht voorlopig de ranglijst aanvoeren. En natuurlijk is het een man met charisma en heeft hij het vertrouwen gewonnen van een groot deel van de Amerikaanse kiezers. De man wordt vereerd als de Messias, in de gedaante van Barack Obama. Halleluja!

Ach, straks is dat ook weer verdwenen en over een jaar praat niemand meer over de overwinning van de eerste zwarte president. Want Obama moet nu zijn overwinning waar maken, zijn beloften nakomen en zijn plannen uitvoeren. En in een wereld van oorlog, terrorisme, crises, brandhaarden, armoede, gezondheidszorgproblematiek en milieuactivisme, zal hij net als Bush zich een weg moeten banen tussen concessie en gematigd autoritair handelen.

De “zwarte engel” zal ook wel eens moeten bijten en van zich af moeten slaan. Amerika zal het weten. De overwinning is nog lang niet behaald, en wereldvrede is nog ver weg. Niet dat die vrede er ooit komt, want de mensheid verloedert, verstart en vereenzaamd, en daar brengt Obama niet zomaar verandering in. . .

zondag 2 november 2008

Pet

Als we boven komen en de gang in lopen zie ik hem altijd hangen, bij de buurvrouw op de kapstok, naast de voordeur. De pet van Gerrie. . .

Die twee waren altijd samen. Samen boodschappen, samen naar het klootschieten, samen op vakantie, samen toeren op de motor. Het is bijna een jaar geleden nu, dat hij plotseling overleed.

De spaarlamp op de gang is altijd aan, want zo hoort het. En de laatste doet ’s avonds het licht uit. Bij de buurvrouw rechts van ons brandt nog licht, en we sluipen ons eigen “hok” binnen. Morgen hangt hij er nog, en overmorgen, en volgende week, en. . .

Het schemert in Norg, en er is nog steeds druk verkeer in de straat beneden ons. Er zijn nieuwe lantaarns, echte, zoals vroeger, maar dan op stroom. In ons knusse huisje siddert de verwarming, en verspreidt zijn gloed door het kleine vertrek. Twee kaarsjes in de vensterbank bewegen schichtig heen en weer door de stijgende warmte, en de beren kijken hoog boven alles uit naar beneden.

Mijn gedachten gaan terug naar de kapstok. Het hoofddeksel hangt daar gewoon als een eeuwige diepe herinnering, nog maar zo kort geleden. Het is alsof hij waakt, en zorgt. De herinnering blijft, zoals eens Ben Cramer zo prachtig, jaren geleden, vertolkte in de Clown. De jas van de buurvrouw hangt er naast, en nog wat andere typerende kapstokspullen. Maar nooit is de pet bedekt, of hangt hij aan een ander haakje. De pet moet zichtbaar zijn, op deze plek, en blijven, want die hoort bij hem. De buurman ís de pet. De pet is de buurman. . .

Ze heeft het vaak over hem. En als we het wel en wee bespreken van de vogeltjes in de volière, schitteren haar ogen weer. Even die glans, die als een dankbare herinnering haar gerimpeld gezicht een moment verlicht. Het was zijn ding. De vogeltjes, de tuin, en de klusjes, en het huis, en de motor. Maar alles is anders geworden. . .

Het is bijna weer december, en de dagen worden merkbaar korter. De herinnering valt zwaar, en het einde van het jaar is als een bedreiging op haar pad. En de pet hangt aan de kapstok, het is de pet met een verhaal, de pet met een herinnering. Het is niet zó maar een pet, het is de pet van Gerrie. . .

De straatlampen floepen aan, het is avond geworden in Norg. . .