woensdag 31 december 2008

Ullikauk'n

Oliebollen op zijn Nederlands. Maar in het grensgebied tussen Grunn’ en Dreente noemen ze dat gewoon “ullikauk’n”.

Norg kraakt in zijn voegen als de vorstperiode zich, de laatste dagen van het jaar, steeds meer laat gelden. Het is ijzig koud en bij de ijsbaan, die verscholen ligt achter het bungalowpark met haar “beriete” villa’s, staat het clubhuisje aan de rand van de baan te wachten op haar gasten.

Het duurt misschien nog een paar dagen voordat het gekras van de ijzers zal klinken en zijn groeven nalaat op het verse ijs. Midden in het bos, kronkelen de oude bomen zich een weg naar de hemel. De geur van brandend hout vult de atmosfeer en de zon breekt haar stralen door de kale takken van de oude eiken. Ik sta even op het ijs, eerst één voet, daarna nog één. Het ijs kraakt onheilspellend, en ik ben blij dat ik niet nog meer voeten heb...

We lopen terug via het brede zandpad naar de bewoonde wereld, en ik heb geen idee dat het maandagmorgen is. Eigenlijk verlies je elk besef van tijd op zulke momenten, en even is er niets anders dan alleen maar de stilte, op deze vroege ochtend in het Norgse bos.

Via een oudere wijk met vrijstaande, luxere woningen lopen we terug richting het dorp. Hier heet het nog gewoon Dennenlaan, Eikenlaan en de Boslaan. Heel wat anders dan de Computerweg, de Printerlaan en de GSM-steeg...Onze neuzen gloeien, onze oren niet, want die zitten verstopt.

Driehonderdvierenzestig passen verder laten we de winterse vrieskou achter ons en valt de deur in het slot. Wandelkolossen uit, onder het kastje, en de koffie pruttelt. We hebben geen “ullikauk’n, maar wel warme broodjes, en tinteltenen...

dinsdag 30 december 2008

Curacao, 26 februari t/m 11 maart 2008, (deel 12)

Vrijdag, 7 maart
We hebben vandaag wederom een luierdag, en we gaan voor de laatste keer naar het Hilton-resort. Het lijkt alsof ik dramatisch ga doen door de term “laatste” te gebruiken, maar dat is zeker niet de bedoeling van deze woordkeus. Integendeel, we genieten juist intens van de “laatste” dingen. Het is meer een aanduiding voor de lezer om nog eens te benadrukken dat we er vaker zijn geweest en we het er dus erg goed hebben gehad.

De afgelopen keren zijn de “Hilton-avonturen” dus al uitvoerig beschreven, en zal ik mij beperken tot een kort verslag. Hoewel ik me realiseer dat zelfs een dergelijk kwalificatie als “kort”, als relatief moet worden aangemerkt, en slechts in vergelijking met de andere verslagen kan dienen, óf naar gevoelsmatige beleving van elke individuele lezer.

De dag begint net zoals de vorige dagen: de zon gaat op, de wind waait, het biezen rolgordijntje in de keuken is gesloten, de vogels fluiten, het senseo-apparaat pruttelt, en twee verbrande neuzen zitten aan de grote tafel buiten op de porche de plannen door te nemen...

Gisteravond hadden we het weekendplan al in grote lijnen vastgesteld. We hebben een keus moeten maken in die dingen die we zeker nog willen gaan doen met Henny, en ook hij heeft natuurlijk ook gewoon een belangrijke stem in het kapittel. Een dergelijke vakantie hoeft bij ons niet eenzijdig te zijn, en dat we ons moeten “laten” vermaken, en daardoor het risico te lopen dat de gastheer zich schikt naar zijn bezoekers en dingen doet waar hij of zij helemaal geen zin in heeft.

Gelukkig zijn we alle drie ondernemend en bezitten we de nodige creativiteit om zelf te bepalen wat goed voor ons is. Dat maakt een dergelijke vakantie als deze, zo ontspannen. Vandaag dus lummelen, morgen de Christoffel beklimmen, (gelukkig vond ik ergens in een toeristische info-folder het woord geschreven met twee ff’en, of ff’s, zoals u wilt, en dus ben ik weer gerust over juiste spelling), en lunchen in het Gouverneurshuis in Otrabanda. Zondag de Hatovlakte, en snorkelen naar het “tuk-bootje. Maandag, (onze “laatste” dag), schoonmaken en inpakken, om ’s middags af te reizen naar het vliegveld Hato.

We rijden vandaag, zoals we gewend zijn, naar het Hilton. Ik merk dat het rijden me steeds gemakkelijker afgaat en het risico daarbij is dat je vergeet dat de mensen hier ander rijgedrag vertonen dan in Nederland. Wat voor mij een automatisme wordt, is hier juist gevaarlijk, want de verkeersdeelnemers houden niet van voorspelbare zaken, zelfs niet in het verkeer. Regels zijn er wel, maar die worden massaal met voeten getreden en niemand die zich er aan stoort.

En als je het gewend bent is het eigenlijk veel leuker dan onze Nederlandse overdreven regelcultuur, waar we vooral in het verkeer zijn doorgeschoten! Het is hier gewoon geven en nemen, ook op de weg. En natuurlijk zijn er zaken die ronduit gevaarlijk zijn. Er wordt hier nogal al eens “vergeten” de verlichting te gebruiken. Achterliggende gedachte is daarbij dat de Antillianen het zélf nog moeten kunnen zien in de schemering of zelfs als het al bijna donker is. Dat iemand anders joú moeten kunnen zien, dat is niet zo belangrijk. Dit is een soort kortzichtigheid die buitengewoon gevaarlijke situaties kan opleveren. Ook de fietsers zijn niet veilig hier, vooral niet op de drukkere wegen naar de stad. En het is er ruim genoeg om fietspaden aan te leggen. Maar aan de andere kant, regelgeving? Daar gaan we alweer.

We vertoeven tot een uur of drie in het resort. De laatste twee uren krijgen we bezoek van Amerikanen die onophoudelijk eenzijdig door kunnen lullen over, big boats, fishing, diving and beer, en daarbij vooral niet luisteren naar het verhaal van de ander. Ik heb de indruk dat het voornamelijk gaat om het maar spugen van eigen verhalen in een onvertogen knauwerig Amerikaans accent. Een kwestie van smaak natuurlijk, maar ik vind het niks.

Als we terugrijden doen we nog even “Centrum” aan voor een paar boodschappen. Janny zoekt een Aloe Vera crème die uitstekend help tegen “peeling” en verbrandingsverschijnselen, waarbij de voortreffelijk ondersteuning krijgen door een donker meisje van veertien, vijftien jaar die toevallig ons gestuntel ziet als we in het Papiamento van de verkoopster op het verkeerde been worden gezet. Ze vertaalt het netjes voor ons, en ze neemt keurig afscheid met een “prettige vakantie nog”. Ze is net verhuisd uit Rotterdam waar ze is geboren, en zwaait uitbundig als we elkaar buiten in de auto nog even passeren. We pikken Henny op bij de basis, waar hij al bij het hek staat te wachten met zijn “bike”.

’s Avonds eten we bij Lions Dive, eigenlijk een hotel dat als één van de gezelligste Caribbean places bekend staat. En als we er arriveren, en in de avondschemering op de terrassen met sfeervolle lichtversieringen een plekje zoeken, denk je zeker niet aan een Golden Tulip of een Hilton. Het is veel informeler en vanuit de appartementen, voorzien van houten balkons ben je eigenlijk versmolten met het eetgebeuren “onder” je. De muziek, het water en het zand doen de rest. We laten het ons allemaal goed smaken, en Henny zet de serveerster op het verkeerde been door eerst een voorgerecht te bestellen, om daarna opnieuw een voorgerecht uit te kiezen als hoofdgerecht.

Ze neemt het allemaal met humor op en vanaf dit moment is ze natuurlijk een mooie prooi voor continuering om nog meer “verwarring” te zaaien. Moe en verzadigd rijden we naar huis terug in het avondverkeer. Ramen van de auto open, en overal zijn de “snacks”geopend waar groepjes Antillianen hun feestje vieren met een hapje en drinken. Hier en daar klinkt uit een café, of gewoon een woonhuis, gezellige Caribische muziek en laten we ons drijven op de luwte van de avond...

dinsdag 23 december 2008

Curacao, 26 februari t/m 11 maart 2008, (deel 11)

Donderdag, 6 maart
Alweer donderdag. Het is flink bewolkt, en Janny ziet een babyhagedis op het aanrecht lopen.

Om even totaal iets anders te gaan doen, hebben we voor vandaag het zeeaquarium uitgezocht, met eventueel aansluitend nog wat relaxen op het strand als tenminste de zon zich laat zien. Op een dag als deze ben je toch gauw uitgekeken op het strand. Niet dat het nou direct koud is in de tropen als het bewolkt is, integendeel, maar de zon hoort er nu eenmaal gewoon bij. Als er geen ijs ligt in de winter ga je ook niet schaatsen, toch?

Eerst maar eens wakker worden met koffie. De nacht heb ik wederom doorgebracht in etappes. Niet zo dramatisch als de vorige nacht, maar ik was toch alweer om drie uur wakker. Een paar uur kranten gelezen en geschreven, en tegen de morgen nog even twee ogen dicht. Janny heeft er geen last van en ze slaapt door alles heen. Ik merk dat ik gewend raak aan dit ritme, hoewel ik toch de laatste avonden, om een uur of negen, moeite heb om rechtop te blijven zitten, zeker als we lekker getafeld hebben in een plaatselijke eettent. Maar hinder heb ik er niet van, en ’s nachts is nu eenmaal de beste tijd in dit land om niet gehinderd door klimaat- en omgevingsfactoren te genieten van een bak koffie achter de computer.

Ik hoor Henny al vroeg rommelen, en een uurtje later verlaat hij op zijn mountainbike het erf om naar de marinebasis te gaan. Gelukkig vindt hij het niet erg om te fietsen, en hij wil graag de auto aan ons afstaan. Zonder auto doe je niet veel hier, en wil je wat zien dan moet je toch een gering aantal kilometers overbruggen. Henny fietst graag, tenminste buiten in de vrije natuur, Het bezwaar van fietsen in de stad is dat er geen fietspaden zijn en je je gewoon tussen het drukke verkeer op de St. Rosaweg moet mengen, en dat kan wel eens gevaarlijke situaties opleveren. Ik kan me voorstellen dat het zeker geen toertochtje Zalkerdijk is, aan de Wilsumse kant tenminste... Maar we slaan ons er door, en mogen ons in het geheel niet bezwaard voelen, aldus broer Konijn.

Als Janny ook wakker is, en we het “fort” openen, waait de wind alweer lekker door het huis. De schuifdeur naar de porche en de voordeur zetten we tegen elkaar open, zodat het even lekker door kan waaien. Net als ik even sta “niets” te doen achter op de porche, hoor ik een plotseling een gil uit de keuken, en zie Janny voorbij vliegen. Als ik ga kijken zie ik een babyhagedis, (of misschien is het wel een klein leguaantje), net tussen de afwas weg glippen.

Meestal laten we het spul gewoon opdrogen als we afgewassen hebben, want waarom zou je ook moeilijk doen als het vanzelf gaat? Dit keer vond dus een klein reptiel een geschikt plekje tussen de schalen om de nacht door te brengen, en joeg het Janny de stuipen op het lijf. Nu moet ik eerlijk zeggen dat ik er ook niet zo heel veel mee heb maar alles went en kan ik het beestje, dat in de ovenschaal is gekropen, gewoon naar buiten gooien.

Eigenaardig eigenlijk dat, als je gewoon buiten een leguaan ziet van een meter, je dan met je neus er boven op staat om een foto te maken. Maar als een minuscuul wezentje van een paar centimeter wegglipt tussen de afwas, is de keuken te klein... Een mens zit raar in elkaar, en het samenspel van ziel, geest en lichaam moet je ook niet wíllen verklaren.

Een bak yoghurt met vruchten en weer veel koffie en een peuk doen wonderen, en we vergeten snel het avontuur in de keuken. Als we de kaart pakken, althans wat er nog van over is, zoeken we de gemakkelijkste weg, straks naar het Seaaqarium. Het complex bevindt zich aan “onze” kant van de St. Annabaai, en we hoeven dus niet de brug over. Het geheel ligt uiteraard aan het water, aan de zuidkant van Willemstad in het oude Punda. Omgeven door resorts en beaches waarvan een groot deel nog in aanbouw is, en duidelijk bedoeld als toeristische trekpleister. Eigenlijk geen plek voor ons, maar wel even lekker om totaal iets anders te doen zo’n dag, denken we...

We stappen in de auto, en Janny loodst me met de kaart keurig door Willemsstad heen en zetten de auto neer op een daarvoor bestemde locatie, een zo geheten “parkeerplaats.” We wandelen het Seaaqaurium binnen, en betalen NAF 27 per persoon. Er zijn een handjevol mensen, en alles lijkt zich vooralsnog te concentreren op de buitenactiviteiten.

Binnen valt het tegen. Langs de zijkanten staat het vol met aquaria met daarin vrijwel dezelfde soorten kleinere vissen, en midden in een “eiland” met vijf flamingo’s onder een dak van gaas. Op het eind, vlakbij de toegang naar het buitenverblijf, bevindt zich nog een bak water waarin zes verpleegsterhaaien zwemmen. Om elf uur is er een demonstratie gepland met deze haaien. We lopen eerst naar buiten, en zien in een wat natuurlijker omgeving, uiteraard omheind, reuzenschildpadden en dolfijnen. Een boot ligt in het water, en onderin kun je dan door glas de zeedieren aanschouwen. Tussen de boot en de dieren, is nog een afgezette strook waar ook duikers even kunnen “badderen”, onder veel bekijks van het publiek in de boot natuurlijk. Het geheel biedt een armoedige aanblik, zwevende benen en dikke dijen “blubberen” achter de glazen wand van de boot. We vragen ons af of die stakkers zich realiseren dat ze door “miljoenenpubliek” worden bekeken?

We lopen naar binnen en we zien dat de haaiendemonstratie begint. Een man met een grote ronde haak en een vis, wacht tot iedereen zijn plekje heeft rond de bak met water. Daarna steekt hij de haak in het water, en de haaien happen flitsendsnel en met een grote klap de vis van het metaal. Acht vrijwilligers mogen het ook een keer doen, maar we zijn er al op uitgekeken en verlaten het fotograferend publiek. We hebben trek in koffie en iets eterigs, en we doen daarna nog even het souvenirwinkeltje, natuurlijk rijkelijk bevoorraad met dolfijntjes en onderzetters.

We hebben er genoeg van, en nadat we nog even een paar kunstjes hebben bekeken met zeeleeuwen verlaten we het terrein, en besluiten we door te rijden naar de markt in Punda. Het kost weinig moeite de auto kwijt te raken, en we lopen richting de pontjesbrug. Als we de markt overlopen, kopen we “flink” in bij een lady die ons waarschijnlijk te “duur” heeft verkocht, maar het is de lol van de vakantie en de herinnering aan dit schone eiland.

Zij blij, en wij dus ook zielsgelukkig. Wat wil je nog meer. Ik praat nog even met een gebrekkig Engels sprekend zwarte zwerver. De pus komt uit zijn ogen, en hij kijkt me wazig aan. Hij heeft een verhaal over “the difference” tussen Hollandse en Amerikaanse tabak. Hij rookt zich te pletter om de “difficulties” in zijn leven aan te kunnen, en ik vraag of hij er “happy” van wordt, en vraag of hij vrienden heeft. “Although, you dó have friends, you have to do it on your own”, zeg ik, en hij kijkt me instemmend aan, en zijn ogen stralen als ik zeg: “You’ll be happy, mate, you can do it!” Met een ferme handdruk neem ik afscheid van de man, en laat hem slechts na in mijn herinnering aan de markt in Punda. Dit soort momenten maakt ons gelukkiger, dan een paar haaien in een zwemvijver.

We eten wat aan het water, een Engels echtpaar voert de duiven, een cruiseschip ligt aan de kade, Antilliaanse konten wiegen langs met patat en tosti’s, en ik krijg na drie keer de verkeerde rekening twintig gulden teveel terug. Als we pontjesbrug over zijn gelopen kopen we aan de andere kant, (Otrabande), nog wat souvenirs en een elektrische pan voor Henny. De bedoeling was een skottelbraai, een oorspronkelijke Zuid-Afrikaanse gasbarbecue waarop gegrild, gebakken en gewokt kan worden. Maar als je er hier naar vraagt, kijken ze je aan alsof je het hebt over een prehistorisch monster of zoiets. Skottelbraai?

We hadden ook niet anders verwacht, en zelfs ik wist het niet...

Het is tijd om de auto op te gaan zoeken, en we lopen weer terug naar Punda, om via een paar andere winkelstraten terug te lopen naar de parkeerplaats. Het is veel kleding hier, ontzettend veel boetieks, en soms wat “luxere” juwelierszaken en hier en daar toch wel wat exclusieve kledingszaken. Veel meer “westers” georiënteerd dan het Otrabanda aan de andere kant van de baai. We rijden een andere weg terug, niet omdat we dat zo gepland hebben, maar omdat we gewoon ergens “toevallig” op de ringweg uit kwamen en van daaruit de kaart weer hebben gevolgd. We rijden opeens door een heftige regenbui, en ik moet de auto aan kant zetten om de ruitenwisser te zoeken, althans de bediening daarvan. Als we door de poort rijden, staat Henny’s motor alweer op zijn plek naast het huis, en binnen zijn er de verhalen, de kado’s en de souvenirs.

’s Avonds eten we niet ver uit de buurt, in een gezellige informele tent met veel jong publiek. Het eten smaakt er voortreffelijk, en de bediening is vlot. Ik val zowat om, en kan mijn ogen moeilijk open houden als we naar huis rijden, en maak het ook niet te lang meer.

Onze dag was super! Veel indrukken, en mooie momenten in een sfeer van vakantie op de Antillen...

zondag 21 december 2008

Vier minuten over een...

Het is slechts tijd. Vier minuten over één, vanmiddag, stipt de zon aan de Steenbokskeerkring. Overigens, de keerkringen vergeet ik nooit weer, alleen de namen al...keerkringen. De Kreeftskeerkring is er ook, op gelijke afstand van de evenaar maar dan op het Noordelijk Halfrond.

Slechts tijd? Vanavond gaat de zon later onder dus, en de dagen worden vanaf vanmiddag al weer langer. Kerst moet nog komen, en alle inkopen zijn vast nog niet gedaan. Op de zaterdagmiddag spoedden mensen zich vroeg naar huis om zich op te warmen bij de kachel, en nog een kerstkaart te schrijven voor een vergeten adres. Maar de zon keert straks over een paar uur alweer terug naar de evenaar, en vanavond is het gewoon langer licht. We merken het nog niet, maar ik heb de neiging om de zomerkleren al weer vooraan in de kast te leggen. Vroeger zou het waarschijnlijk nog meer indruk gemaakt hebben, toen we nog ijspret hadden en de Elfstedentocht nog gereden moest worden… De de dagen worden langer, het is feest in mijn hoofd!

Het is zondagmorgen zes uur, en het is nog donker. Het flauwe licht van de nieuwe Norgse lantaarnpalen, dempt over het asfalt. Niemand is er nog op straat, en niets lijkt er op dat het ooit licht zal gaan worden. Maar de statistieken spreken verhelderende taal, vanmiddag om vier minuten over één wordt de eerste stap gezet naar de zomer.

Slechts een tijdsaanduiding? Nee, voor mij niet. Het gaat al sinds de aarde is geboren, en alles ligt vast in de bewegingen van zon, maan en sterren. Al miljoenen jaren lang, net als het breken van de golven op de kustlijn. Dat gaat maar door, onophoudelijk en onvermoeibaar, al eeuwen lang.

Vanmiddag keert de zon weer terug, zoals zij al eeuwen terug keert naar de zomer. De wetenschap zegt dat de zon elke seconde tonnen aan gewicht verliest en, uiteindelijk, over miljarden jaren door haar eigen kernmassa zich zelf zal op blazen. Het zal wel, en het is dus een kwestie van een natuurlijk proces? Of is het een groter geheel, dat nooit door de wetenschap bewezen zal kunnen worden?

Een kwestie van tijd? Maar eerst wordt het zomer, straks, rond de klok van één…

vrijdag 19 december 2008

Andere Kerst

Een van de meest besproken onderwerpen is de liefde. Ook het meest bejubelt of gehaat. Liefde heelt, en liefde maakt kapot, en liefde is er of is er niet. Wat is liefde?

Het onbesproken, niet te verwoorden gevoel van een chemie tussen levende organismen? En waar komt het vandaan? Wie heeft het verzonnen? Of is het gewoon ontstaan ergens tussen het allereerste begin en de wereld van vandaag? Wat is het doel, waarom is het zo mooi en waarom doet het zo’n pijn? Wat is de mystiek? Of is die er juist helemaal niet?

We leven naar Kerst toe, iedereen op zijn eigen wijze. Iedereen met zijn eigen geheimen, zijn eigen verlangens, zijn eigen ongemak of hartstochtelijk verdriet. Soms verscheurd door tweestrijd, en verdoofd door innerlijke pijn. Een kind geboren in een kribbe? Belangrijk voor de wereld? God is liefde? Ik ben er mee opgegroeid, ingegoten met de paplepel, en doordrongen van een waarheid die mijn eigen waarheid is geworden.

Maar hoe verder de klok tikt, hoe minder ik er van begrijp. Want stel nou dat alles is verzonnen, en de geschiedenis flink op de loop is gegaan met verhalen van toen. Van een Jezus figuur die wonderen deed? De zoon van God, gekomen op aarde, hier dertig jaar heeft rond gelopen en toen weer als schuldoffer is afgeslacht voor de wereld? Wat als het nou allemaal eens niet waar is?

Ik ben gelovig, maar twijfel ook vaak. Gelukkig maar, anders zou mijn geloof nooit zo sterk zijn geweest. Raar? Geloof gaat niet zonder twijfel, of laat ik het anders zeggen, verwarring of onbegrip. De wereld is in barensnood. De positivo’s winnen terrein en de realisten worden overschaduwd door de dromers die het geluk zoeken in uiterlijke schijn en waarheden, zoekend naar hun diepste ik.

Maar ik? Ik kan niet anders dan geloven, want dat is duizend keer sterker dan zeker weten, en voel ik mij geborgen als de zekerheden pijn gaan doen. Dan weet ik mij gedragen door een waarheid die doet leven, en verdriet onderdeel wordt van mijn geluk...

woensdag 17 december 2008

Curacao, 26 februari t/m 11 maart 2008, (deel 10)

Woensdag, 5 maart
Omdat we gisteren voor negenen al in bed lagen, word ik vanmorgen om kwart voor drie wakker. Vandaag dus de Westpunt. Dit deel van het eiland zou mooier zijn dan het oostelijk deel en we hadden er al lichtelijk van geproefd toen we vorige week woensdag naar Habitat zijn geweest. Mooie tijd om te gaan schrijven met een bak koffie.

Een paar uur later lig ik er weer in en ik word pas wakker als Henny aanklopt. Hij moet even bij de kluis die bij ons in de kast staat, en gaat vandaag dus gewoon weer aan het werk. Die jongen is aardig bijgetrokken, en wat moet je dan nog thuis doen? Ik dommel nog even in, en een uurtje later verlang ik alweer naar de bedrijvigheid in de vroegte op de porche. En dan te bedenken dat het in Nederland maar vier graden is…Maar even niet aan denken nog, het is nog maar woensdag.

Vreemd eigenlijk, dat mijn gevoel mij alweer langzaam meesleept richting de staart van deze periode op Curaçao, ondanks dat je nog zoveel dingen mag doen hier. Het verlangen naar huis is er gelukkig wel degelijk, maar het hindert me niet om nog tot de laatste snik te genieten van de gastvrijheid van Henny en dit prachtige eiland.

Dat is goed, het is goed hier te zijn en het is ook goed straks weer thuis te komen. En thuis is daar, in dat kleine landje aan de zee. Dat maakt het reizen en vakantie vieren ook zo geweldig, juist omdat je een thuis hebt, daar waar je wortels liggen…

Op de porche is het hier, zoals elke morgen, weer druk fladderverkeer. Het grappige is dat hier ook gewoon duiven vliegen. Je moet nou niet denken dat je, als je in de tropen bent, alléén maar andere soorten ziet. De simpele mus vliegt hier gewoon ook, en ook de houtduif laat dagelijks zijn specifiek klepperend gefladder horen.

We leggen de kaart even uit en we plannen onze route naar de Westpunt. Eigenlijk is er maar één weg, en de actie dient slechts om ons nog even te oriënteren voor de dag van vandaag, en in grote lijnen de hotspots ongeveer vast te leggen. We drinken zes bakken koffie, en eten yoghurt met vruchten. Niet is lekkerder, vinden wij, dan een bak yoghurt met verse vruchten uit Zuid-Amerika, en je kunt het verschil zeker proeven met de “kweek” die we gewend zijn uit Nederland.

En zo keutelen we de vroege ochtenduren door, en we maken ons op de voor tocht naar het westen. Henny had ons gisteren geadviseerd, vooral even langs te gaan bij de “snack” even voorbij Grote Berg. Daar hebben ze de beste pasteitjes van het eiland, zegt hij. De snack is vergelijkbaar met de combinatie van onze automatiek en de snackbar. Kleine, vaak vervallen oude gebouwtjes met een onverzorgde aanblik voorzien van traliehekken met gaten onderin, wat dienst doet als loket. Ze zijn gewoon langs de weg gelegen, en je ziet ze geregeld opduiken.

De Antillianen eten graag buitenshuis, en dat is wat ze doen. Gewoon rond happy hour lekker hangen bij zo’n hok en je rond eten met kleine snacks. Het kost hier ook gewoon helemaal niks, dus waarom zou je thuis moeilijk doen? Nou ja, als je kijkt wat hier aan tonnen rond loopt, dan zijn er misschien wel redenen te verzinnen om het toch anders te doen? Maar ook dát is cultuur, geen haan die er naar kraait, en Sonja Bakker kennen ze hier gelukkig al helemáál niet. Maar wij kunnen het aan en gebruiken onze eerste stop om te gaan “snacken” even voorbij Grote Berg. We eten een vleespasteitje, en we betalen niet meer dan NAF 2,25 per stuk.

De Antilliaanse gulden is ongeveer 40 Eurocent, dus kun je nagaan. Het kost hier allemaal helemaal niks. En nu is het nog maar een pasteitje, het wordt helemaal leuk als je je huis in Nederland verkoopt en met die Euro’s hier een huis koopt, dat is helemaal een lachertje. Maar ja, voor geld is gelukkig niet álles te koop en dat is maar goed ook…

We rijden door naar het gebied aan de “windsekant” kant van het eiland, de Boka’s, (baaien). Er wordt intree gevraagd, en het vrouwtje bij de ingang vertelt ons uitvoerig dat we zeker niet buiten de paden kunnen gaan, en dat de bomen hier giftig zijn. Nu was ik niet van plan direct de eerste de beste boom te pakken en lekker te gaan ontbijten, maar toch fijn dat ze ons even attent maakt. We krijgen een kaartje en we hobbelen naar de eerste parkeerplaats.

Er zijn vier Boka’s die te bewonderen zijn, en als je even de tijd neemt kun je ze alle vier rustig afwandelen. Maar met de auto kan ook, en omdat we vandaag niet gekleed zijn op wandelen, en het ons bovendien gaat om de Boka’s, rijden we van parkeerplaats naar parkeerplaats. En als we de eerste natuurexplosie aanschouwen staan we alweer met groot ontzag te kijken naar de stampende golven van de oceaan die op de rotsen af komen rollen en met donderend geweld terugslaan tegen de kust om daarna uiteen te spatten in een meters hoge fontein van water. (Ik vroeg mij af of deze zin door de grammaticacontrole heen zou rollen, maar het wonder is geschiedt, of de grammaticacontrole werkt even niet, dat kan ook natuurlijk ook).

We laten de natuur op ons inwerken, en we wandelen wat door de rotsachtige structuur van het gebied hier aan de kust. Er zijn paden uitgezet, maar je kunt zeker net zo goed over de vrij vlakke lava-achtige bodem lopen. Als we met onze rug naar de zee het binnenland in kijken zien we op de achtergrond de grillige kratertop van de Christofel berg opsteken. Het gaat overigens tegen mijn gevoel in om Christofel te schrijven met èèn f, maar op elke kaart staat deze naam zo geschreven dus het zal wel zo horen. Eigenlijk zouden we deze berg vandaag dus gaan beklimmen met Henny maar de plannen zijn iets gewijzigd omdat hij ziek ik geweest en vandaag gewoon aan het werk is. De bedoeling is de dat we zaterdag terugkomen in dit gebied om de klim te wagen.

We verlaten de Boka’s, en we rijden om het Christofel National park heen richting de Westpunt. Omdat we zin hebben in iets hartigs en het tegen lunchtijd loopt, zoeken we een geschikte plek om te eten. In Playa Piscádi, een idyllisch plekje, en we komen via een sprookjesachtig bomenlaantje uit bij een strandje waar de locals hun vis vangen en verkopen. We lopen naar het eind van het steigertje. Een paar Antillianen in een bootje zijn druk bezig met het schoonvegen van een soort snoek die ze gevangen hebben. Ik vraag naar de naam van de vis en het is een Mulá. “Múla”, zeg ik, om de man die slechts Nederlands verstond, te laten merken dat ik het verstaan heb. “Mulá”, herhaalt de man met de nadruk op, á! Ja, ja, natuurlijk…Mulá, die smaakt natuurlijk heel anders...

Het is een prachtig tafereel. Eén van de vissers hangt het beest, toch wel zo’n 1.50 meter lang, over zijn schouder en hangt de vis op een haak. Omdat we dit zeker niet wilden missen en dus even zijn blijven hangen, is het toch nu dan tijd voor een hap eten. Maar hier is niet te vinden, dus we rijden een stukje door naar Playa Forti, en het lijkt er echt Caribisch gezellig. Een groep jeugd is aan het springen van de rotsen, en ik kan moeilijk een schatting maken hoe hoog zoiets is. Voor mijn gevoel is het in ieder geval niet mijn ding om je van die afstand te laten plompen in de zee.

Maar zij dus wel, althans, niet allemaal! Er was er eentje die aarzelde en zich niet de kop gek liet maken door de toeschouwers, en ik heb daar eigenlijk nog veel meer respect voor. Meer nog, dan voor die waaghalzen. Maar dat mogen ze gelukkig allemaal zélf weten. De eetgelegenheid stelt niet veel voor, althans, de bediening had geloof ik niet zoveel zin. We drinken wat en we verlaten de tent, en we rijden naar het volgende plaatsje, Playa Lagun. Hier hebben we meer geluk, en in een soort ranchachtig café, eten we wat ons lichaam nodig had. Het was wel mooi, maar er hing een onheilspellend sfeertje. Dat kun je zo ervaren, en ik weet niet waarom...Soms heb je dat.

Het is al weer een eindje in de middag als we doorrijden en via een mooie toeristische route, met onderweg nog van bovenaf een prachtig uitzicht op een groot meer, komen we ongeveer bij St. Willibrordus weer op de “grote” weg uit. Onderweg bij Centrum nog even een paar boodschappen, en een Batidos bij het Venezuelaanse vrouwtje.

Als we thuis komen is Henny druk bezig met zijn motor. Er is geloof ik iets met de koppeling, en had onderweg vanuit zijn werk flink problemen. Gelukkig heeft hij er zelf kijk op, en kan hij het ding achter op de porche krijgen. Het wachten is op onderdelen uit Nederland en daarna is het een paar weken sleutelen.

We eten flink van Janny's gebakken aardappelen, kipsaté en salade. Daarna doen we een poging om de foto’s te bekijken op mijn laptop, maar het ding zit op 110V en stopt halverwege. Maar Henny heeft ook nog ergens 220V in de aanbieding en met verlengsnoeren komen we een eind. We hebben nu al bijna 400 foto’s, en nemen dus een mooie schat aan herinneringen mee naar huis straks.

Huis? Ja, thuiskomen is fijn als je het goed hebt gehad, en waarom hebben we het goed? Omdat thuiskomen zo fijn is...

zondag 14 december 2008

Voedselbank

Heb uw naaste lief.

Rene en Natasja Froger leefden een maand lang op bijstandsniveau om aandacht te vestigen op de armoede in Nederland. De actie werd afgesloten met een finaleshow waarin een aanzienlijk bedrag werd binnen gehaald, en de voedselbanken een geweldige impuls hebben gekregen. Geweldig toch? Maar waarom is er in het begin zoveel kritiek geweest op die afleveringen?

Misschien heeft het te maken met het feit dat televisie tegenwoordig niet meer wordt bekéken, maar veel meer wordt geconservéérd? Alles wordt ingeblikt en ingelijst. Omgeven door herrie en generaliserend taalgebruik van de makers en presentatoren worden snelle fragmenten de huiskamer in geslingerd, en het echte verhaal ontbreekt. Er is geen diepgang meer, en we vreten het op als hapklare brokken, die we eigenlijk niet kunnen verteren en er dus ook geen verzadiging meer kan optreden. We poepen het weer uit en de volgende dag vallen de nieuwe brokken in de vorm van Hart van Nederland of RTL-Boulevard, weer rechtstreeks in ons darmkanaal.

Ik vraag mij af of je de schrijnende armoede in Nederland moet gieten in een stemmingmakerij zoals RTL4 dit heeft gedaan de afgelopen paar weken. Armoede is een serieus wereldprobleem, maar veel mensen in Nederland hebben juist dringend behoefte aan structurele hulp om hun eigen uitgavenpatroon te kanaliseren. En met het uitdelen van voedselpakketten in deze vorm, zoals RTL4 dit heeft laten zien, in deze formule? Ik heb er een raar gevoel bij...

zaterdag 13 december 2008

Curacao, 26 februari t/m 11 maart 2008, (deel 9)

Dinsdag, 4 maart
Ook vandaag is Henny nog ziek, maar hij lijkt iets op te knappen. Eten wil er nog niet in, maar hij kijkt wat helderder uit zijn ogen. We verlaten het pand rond tien uur om een dag rust in te lassen en naar het strand te gaan bij het Hilton-hotel. Je hebt er alles, strand, zwembad, eten, zon en het is er schoon. Bovendien is het af en toe wel lekker wat luxe om je heen te hebben. Wij zijn nu eenmaal gewoon beschaafde Europeanen die niet anders gewend zijn.

Eerst gooien we de tank vol met super, bij een benzinestation dat we onderweg tegenkomen. Ik betaal bij het loketje, en loop terug naar de pomp daarna slang te pakken en te gaan tanken, maar ik heb natuurlijk weer niet álles onthouden. Er gebeurde helemaal niets. De pomp zweeg in alle talen, en ik keek wat verdwaasd rond. Op het moment dat ik van plan was naar het loketje te lopen, stapte Janny uit de auto en haalde hendel om waar de slang aan hangt. Natuurlijk, dat had Henny wel uitgelegd, maar het is niet logisch, dus onthoud ik het niet. Bij ons in Nederland gaat dat automatisch maar hier moet je dus eerst nog de hendel naar boven doen anders gaat het mechanisch deel van de pomp niet in werking en kun je wachten tot je een ons weegt.

Met deze nieuwe wijsheden, verlaten we het het station en zetten we koers naar ons zwemparadijs. Als we binnenkomen worden we verwelkomd door drie vrolijke Antilliaanse meiden, die ons voorzien van oranje gekleurde bandjes om de pols. We zoeken een plek onder de boom, en draaien de stoelen in de schaduw. De dag gaat voorbij met puzzelen, lezen, een echte Nederlandse Telegraaf, biertje en vooral flink smeren! Ook in de schaduw verbrand je binnen het half uur, en in de zon is het eigenlijk helemaal niet gezond, en met een beetje wind merk je het niet en is het natuurlijk bloedlink.

Janny fotografeert nog een flinke leguaan in de boom, en het beest trekt natuurlijk de aandacht van het publiek. Het is weer eentje van formaat en die zie je toch niet zo heel vaak. We houden het uit tot een uur of vier en we rijden op de terugweg nog even langs “Centrum” voor een paar boodschappen.

Henny is al weer aardig op dreef, hoewel hij nog steeds weinig eet, en flink pijn in zijn kop heeft gehad. Een paar paracetamollen deden wonderen, vertelt hij. We doen het kalm aan vanavond, en we zitten buiten op de porche. Een hond blaft de hele avond irritant aan één stuk door. Waarschijnlijk is de familie naar het strand en de hond verbijt zich natuurlijk. Het geblaf stopt om een uur of negen, en het je hoort alleen nog maar het getjilp van de laatste vogels in de tuin. Henny gaat naar zijn nest, en wij volgen spoedig.

Omdat we de hele dag buiten leven, en ik meestal nog ’s nachts aan het schrijven ben hebben we het ook wel gehad rond dat tijdstip. Morgen gaan we wederom richting de Westpunt en nu helemaal om het Christofel National park heen. Er liggen daar prachtige baaien in het noordwesten van Curaçao en de natuur moet daar geweldig zijn. We gaan het zien. Airco aan, autan smeren en ogen dicht...

woensdag 10 december 2008

Kerst op Ameland een jaar geleden...

Kerst 2007 komt eraan.

De televisie staat bol van de kerstrotzooi. Films, vreten, versiering, opgedofte mensen met goed bedoelde kerstboodschappen, een record aan pinbetalingen dit jaar, en wat het nieuws vandaag berichtte.

Kerstfeest is veranderd in het commerciële Christmas. Het maakt de mensen meer dan ooit eenzamer en egocentrischer. Stille nacht is verdwenen, de geur van dennennaalden is weg, en december is een commerciële schreeuwerige maand geworden in een geesteszieke wereld.

Wij stappen vandaag op de fiets om de boodschappen te halen voor twee dagen. We eten pannenkoeken en boontjes met Kerst, en genieten thuis van de rust. De televisie heeft een uit-knop en we laten de bomvolle restaurants voor wat het is. Als de boodschappen zijn uitgepakt maken we plannen voor vandaag. We gaan de robbentocht doen. Een boottocht vanaf de haven in Nes, die ons zal brengen naar het Robbeneiland tussen Ameland en Terschelling, en de Schelpenbank.

We fietsen via de duinen naar Nes, en als we bij de boot komen worden we verwelkomt door de eigenaren. Er is nog niemand en we mogen de fietsen meenemen aan boord. Veel mensen worden er niet verwacht deze tijd van het jaar, en we maken een praatje met het jonge stel. Om 1 uur vertrekken we, en we zullen terugkeren rond een uur of vier ’s middags. Er is bijna niemand aan boord, slechts een enkel gezin met kinderen, en we bestellen chocolademelk en saucijzenbroodjes.

Door de schoondochter van de schipper worden we bediend en we krijgen uitleg over eb en vloed. Als we de haven uitvaren, is alles water en is het afgaand tij. Dus als we terug zullen zijn zien we meer en meer zand om ons heen, wordt ons verteld. We trekken de jassen aan en gaan naar buiten. Het is bewolkt, en waterkoud, maar wel een aparte belevenis om in deze sfeer op een verbouwd vrachtschip langs Ameland te varen en te genieten van de wadden.

De wind waait om ons hoofd en de meeuwen krijsen. Als we ons even binnen willen warmen met koffie zit onze gastvrouw, met een mobiele telefoon, breed met het thuisfront te kleppen over de immense hoeveelheden eten die ze voor de kerstdagen in huis heeft gehaald, waarbij ze bijna haar hele privé-leven via haar GSM toevertrouwd aan de persoon aan de andere kant van de lijn. Als de boot vaart mindert zien we dat we het Robbeneiland naderen. We gaan naar buiten en we zien dat de boot nadert op minimale kracht tot zo’n tien meter van het strandje. Zo’n dertig tot veertig robben hobbelen over het eiland, en er zwemmen een paar vlakbij de boot. Prachtig gezicht, en gelukkig neemt de stuurman ruim de tijd om ons van het schouwspel te laten genieten. Het is bitter koud buiten, en we krijgen verrekijkers uitgereikt. Na een kleine vijftien minuten keert de boot zich van het eiland en zetten we koers terug richting het Schelpeneiland.

Binnen draait een film over watervogels, en we genieten van de rust van de wadden. Het Schelpeneiland bevindt zich aan de andere kant van de haven in Nes, en we varen dus dezelfde weg weer terug, om nu niet links af te slaan de haven in maar even door te varen om uiteindelijk letterlijk aan te meren op het Schelpeneiland. De boot vaart met de punt op het eiland en zet zich vast op het zand. De schipper gooit een ladder uit en we lopen zo het eiland op, barstens vol met oesters, zeekrabben, sterren, en andere schelpen. We krijgen zo’n tien minuten en moeten het eiland weer verlaten, voordat het schip droog valt en we daarna dus een uurtje of zes zouden moeten wachten voordat we weer weg zouden kunnen. Kerstavond midden op de Waddenzee? Het heeft wel iets.

We varen terug en we meren een kwartiertje later aan bij de haven. Het verschil tussen eb en vloed is nu duidelijk zichtbaar door de vaargeul, met aan weerskanten nu gewoon zand, en ook de loopplank ligt nu lager op het schip t.o.z van de kade, terwijl we een paar uur geleden nog naar boven moesten lopen om het schip te betreden.

We fietsen terug via de waddendijk, en genieten van de invallende schemering. Als we halverwege zijn, wandelen een paar honderd eenden de dijk over. Als we ze naderen vliegen ze kwetterend vlak over ons heen, en wij prijzen ons gelukkig dat we onze mutsen op hebben...

Als we het laatste stukje door de weilanden fietsen dijkafwaarts naar Ballum, valt de schemering pas goed in en ervaar ik een spookachtige eilandsfeer. Niets is hier dan slechts de koude avondlucht, een eenzame roofvogel, en een langgerekte waddendijk achter ons...

Als we Ballum in fietsen valt het ons op dat hier de kerstverlichting gewoon blijft bij een versierde kerstboom in de tuin en hier en daar een minimale verlichting aan een boerderijtje. Geen overdadig gekleurde lampenpartijen met groen, blauw en rood, en zeker geen ingeblikte Eftelingsfeer...

Het is kerstavond op Ameland. Thuis maken we het gezellig met soep, broodjes en een restje nasi. Open haard aan en het sfeertje is er. De televisie biedt niet veel soeps, en we vermaken ons met lezen, schrijven, beetje dommelen en foto’s kijken. Morgen is het Kerst, maakt het verschil? Ik geloof het niet, de wereld blijft de wereld, de armoe blijft, de economie jacht voort, crisis of niet, want die zit alleen maar in ons hoofd. Mensen blijven massaal inkopen. Ook als je lichtjes weer gedoofd zijn, de kerstbomen verbrand, en vreettenten weer normaal draaien, en “jinglebells” weer in de kast ligt. Het is eigenlijk een grote poppenkast van mensen die elkaar deze maand flink voor de gek houden.
De nacht valt, de buitenlamp gaat uit, en we trekken het dekbed dicht over ons heen. Beer kijkt de kamer in met zijn zwarte kraalogen en denkt het zijne ervan. Raar volk, dat mensenras. Ik ben er niet...en het wordt stil in huize Ad Fundum.

Tweeduizend jaar geleden gebeurde er iets moois in die stal in Bethlehem, en steeds minder mensen die het zien...

Kerst in Nederland, hoelang nog? Het zal wel niet zo heel lang meer duren...denk ik.

Curacao, 26 februari t/m 11 maart 2008, (deel 8)

Maandag, 3 maart
Omdat Henny vandaag en morgen zou gaan werken, hebben wij deze twee dagen gepland om in ieder geval richting Grote Berg en Habitat “jeepen”, waar Janny herinneringen heeft liggen van de vorige keer. Een aantal jaren geleden in zijn eerste term, zoals dat heet bij de marine, woonde Henny hier ook en Janny is toen voor het eerst naar Curaçao geweest. Henny woonde op Grote Berg aan de andere kant van het eiland. Dinsdag hebben we dan het plan om weer te relaxen bij het Hilton-strand, waar we ook vorige week donderdag zijn geweest.

Ik ben vanmorgen al om drie uur wakker. Waarschijnlijk omdat ik in mijn hoofd had om al vroeg in de morgen te gaan schrijven want in Bonaire had ik daar de faciliteiten niet voor, en loop ik dus flink achter. Maar ja, of ik nou om zes uur wakker wordt of om drie uur, slapen doe ik dan toch niet meer en met een paar bakken koffie kom ik een heel eind.

Terwijl ik onze Bonaire-avonturen uitwerk, hoor ik om een uur of vijf, onze vriend Henny rommelen, en als we om zeven uur aan het ontbijt zitten komt hij met zijn zieke kop de porche opwandelen. Die jongen is helemaal van de wereld en hij heeft zich vanmorgen dus ziek gemeld. Het schijnt dat er flinke griep heerst op het hele eiland, en het heeft dus waarschijnlijk niets te maken met het eten op Bonaire. Met een bak thee verdwijnt hij weer naar zijn nest en wij maken ons op voor de tocht richting Grote Berg. We gaan niet al te vroeg weg, want het huishouden moet ook worden gedaan en zeker nu Henny ziek is kan hij wel wat hulp gebruiken en ik kan mijn tijd gebruiken om even flink door te schrijven. We drinken koffie buiten op de porche en genieten van alles wat vliegt en schettert onder een zacht briesje van de passaat.

Het zijn momenten die je eigenlijk op geen enkele manier vast kunt leggen. Tegen elf uur vertrekken we en de Jeep glijdt achterwaarts het terrein af. Het rijdt ontzettend relaxed zo’n Amerikaan, en ook de omgeving speelt natuurlijk een belangrijke rol. Hard rijden doen ze hier niet. Bovendien moet je oppassen dat je niet opeens in een kuil rijdt, want op de gekste plekken zitten hier zomaar gaten in de weg en niet van die kleintjes ook. Het lijken wel vulkaankraters. We hobbelen rustig voort richting de stad, dezelfde weg als naar het Hiltonstrand. De St. Rosaweg af, die vanzelf overgaat in de ringweg om Willemstad.

Het valt op dat iedereen toetert hier, terwijl het lijkt alsof er vaak geen enkele aanleiding voor is. De linker- en rechterrijstrook worden ook gewoon door elkaar gebruikt, en het maakt niet uit aan welke kant je zit, als het maar rijdt. Via de ringweg verlaten we Punda, en klimmen we de brug over, hoog boven de St. Annabaai. Aan de andere kant draaien we naar beneden, en vervolgen de ring naar het zuiden richting de kust. In- en uitvoegstroken kennen de Antillianen eigenlijk ook niet in de stad. Althans niet gemarkeerd. Het zijn gewoon bredere stukken asfalt die je wat meer ruimte geven om je tussen het verkeer te kunnen voegen.

Langs de brede kustweg “glijden” we de stad uit, langs de waterfabriek en we buigen af naar het westen. Dit deel van Curacao ken ik nog niet en het valt mij al wel op dat de natuur hier een stuk rustiger is. Ik bedoel daarmee te zeggen dat ik minder afval en roestige auto’s zie en het lijkt ook wat groener, waardoor het wat vriendelijker overkomt. Als we nog even doorrijden komen we aan in Grote Berg.

De huizen zijn hier mooier, netter en het lijkt allemaal wat meer op elkaar afgestemd. Ik kan me goed voorstellen dat Henny zich hier meer op zijn gemak voelde dan de plek waar hij nu woont. We rijden verder richting de kust en passeren een flamingospot. Een waterrijk gebied in het heuvelland, toch weer schaars begroeit, en rijk aan flamingo’s. De vogels, die we normaal alleen maar in gevangenschap zien, lopen hier gewoon rond te stappen in de vrije natuur. Ze zijn overigens ook prachtig als ze in vogelvlucht zijn, want hun vleugels hebben contrasterende zwarte omlijsting die je alleen maar kan waarnemen als ze in de lucht zijn. Heel anders dan in de dierentuin waar die beesten de hele dag op één poot lijken te balanceren.

We vervolgen onze weg naar Habitat en we zien al van grote afstand de kerk van St. Willibrordus verschijnen op de top van de heuvel. Waar je ook bent in deze omgeving, overal zie je deze kerk steeds afsteken tegen de blauwe hemel. We stappen bij de kerk even uit en bezoeken de begraafplaats. Door de rotsachtige structuur op het eiland kan er eigenlijk niet “begraven” worden, en “wonen” de overledenen, in hun dicht op elkaar gebouwde appartementjes, gewoon boven de grond dus. Menig dakloze zou er blij mee zijn geweest, denk ik. We laten “het dorp” voor wat het is en we rijden door naar het bungalowpark Habitat, waar Janny de vorige keer met haar ouders heeft gebivakkeerd.

Een prachtig aangelegd park, met frisse huisjes die in geschakelde opstelling zijn neergezet. Via houten flonders en netjes aangelegde betonnen paden kun je de huizen bereiken. Een houten trap gaat naar het strand waar een tevens een duikschool is gevestigd. Het water is prachtig blauw en we lopen er een tijdje te genieten van de rust die dit park uitstraalt. Janny vindt nog precies het huis waar ze toen hebben gewoond.

We verlaten het park om in Porto Mari te gaan eten, maar het is daar lang niet meer wat het geweest is. Ik kan het niet vergelijken, maar volgens Janny is het allemaal veel commerciëler geworden, en heeft het niet meer de uitstraling die het toen had. We eten er een broodje en het hele terras kan mee genieten van de stoere verhalen van een duikleraar die, onderuit gezakt in zijn stoel, zichzelf graag mag horen praten en de meest wilde verhalen uit zijn mouw schudt. Het geheel wordt omlijst met drukke gebaren, en veel jeeeee’s en aaaaahhhhh’s! Ik weet niet of het toeval is, maar Janny heeft haar broodje ook erg snel op, en we stappen weer in de auto.

Vlakbij is een prachtig strand bij de Daaibooibaai, (een prachtig woord trouwens), dat wordt geëxploiteerd door een oud marineman met strooien hoed. We zitten er een paar uur, en langzaam krijgen onze lichamen de kleur van een braadharing. Kees, de marineman, loopt driftig heen en weer over het hete zand te sjokken om zijn gasten persoonlijk te voorzien van frikadellen en patat.

Tegen het eind van de middag breken we de boel op, en rijden we terug naar Willemsstad. We stoppen onderweg bij “Centrum”, één van grotere supermarkten hier op het eiland, en we slaan wat voorraad in. Het complex is te vergelijken met de “foodtowns” in Nieuw-Zeeland. Het zijn magazijnachtige ingerichte winkels met brede paden, hoge stellingen, en boodschappenkarren waar je eigenlijk beter zelf in kunt gaan zitten. In plaats van één meter jam of soep bij de C-1000 in Nederland, staat hier gewoon twintig meter, zoveel dat je eind niet eens kunt zien. Van alles dus vooral véél, dat is het motto. Het zijn complete fabrieken. We rekenen af, en alles wordt voor je ingepakt in van die flinterdunne maar ijzersterke plastic tasjes, en naar de auto gebracht. De inpakkers zetten het voor je in de auto, doen de klep voor je dicht, en je geeft ze wat kleingeld. Dat is hoe ze het hier doen, dat hoort bij het leven hier op Curaçao.

Als we terug rijden zien we onderweg een tentje met Batidos. Batidos heb je in allerlei smaken, en onze milkshakes kunnen er bij lange na niet aan tippen. Ze worden veelal met aandacht bereid door Venezuelanen, en de eenvoudige tentjes hebben een bepaalde uitstraling waardoor het ding nog veel lekkerder smaakt. Het kleine vrouwtje gebaart ons om even door drinken want ze heeft schijnbaar iets teveel gemaakt en wil graag onze bekers nog even bijvullen… Als we Willemsstad naderen en richting de brug rijden, pak ik de verkeerde baan en blijf hangen in Otrobanda, aan de verkeerde kant dus. Maar ondanks de spits op dit uur, rijdt het gelukkig nog vlot door en vinden we snel onze weg terug naar Punda.

Tegen zessen zijn we thuis en we vinden Henny op de bank, met een DVD’tje. Hij kijkt naar een prachtige serie van Michael Palin, wereldverhalen uit allerlei windstreken van onze aardkloot. Hij, (Henny bedoel ik, niet Palin), is gelukkig iets opgeknapt maar eet vrijwel niet mee, als we op de porche genieten van een heerlijke maaltijd.

De dag is voorbij, nog koffie, napraten, darten, sudoku, weer koffie, en we laten de zon rustig verdwijnen. Dat is gemakkelijk, het gaat al miljoenen jaren achter elkaar door, en het gaat helemaal vanzelf. Er blaffen nog een paar honden in de buurt, de poort gaat dicht, het licht gaat uit, en een nieuwe tropennacht is een feit geworden...

vrijdag 5 december 2008

Maandag in Kampen

De ochtend ontwaakt traag onder het oranje licht van de straatlantaarns in de stad. Het donker van de nacht verliest steeds meer terrein en een brommer scheurt al knetterend over de gladde klinkers van de straat. Het miezert een beetje. Als ik de bank nader hoor ik, van ver, al het geluid van de metalen frames van de kramen op de markt. Eenden lopen druk snaterend over het pad langs het park, en de oude noestige bomen bewegen hun takken met enige minachting naar het tafereel beneden.

Een stuk dichterbij zie ik overal de stapels met lege groentekratten. Een jongeman schreeuwt wat onverstaanbaars naar zijn buurman twee kramen verderop, en gooit achteloos zijn peuk in de goot. Ik loop verder in de frisse ochtendregen, en zie de grijze wolken afsteken tegen een plafond van blauwe hemelvlakken. Hier en daar streept de zacht rode ochtendgloed zijn kleuren aan het zwerk. Wat is zo’n oude stad toch prachtig op zo’n vroege maandagmorgen, en je zou haast vergeten dat je zo meteen gewoon werken moet.

Een handje vol mensen slentert al langs de kramen, en lijken elkaar door en door te kennen als ze elkaar ontmoeten in een praatje naast de fiets. In een zijstraat wandel ik tussen de geparkeerde vrachtauto’s naar het pand waar ik zal beginnen die ochtend. Ik steek de sleutel in het slot, en stap naar binnen. De deur valt dicht, en het wordt stil. De wereld is nu buiten, en het is maandag geworden...

woensdag 3 december 2008

Curacao, 26 februari t/m 11 maart 2008, (deel 7)

Zondag, 2 maart
Bonaire hebben we gedaan gisteren en eergisteren. Een weekend hier vertoeven is ook genoeg, want het eiland is niet groot en als je het gezien hebt dan heb je het gezien. Met deze Cruijff-logica begint deze laatste dag op het eiland. Het Dividivi-vliegtuigje brengt ons vanmiddag om vier uur weer terug naar Curaçao. Om 12 uur zouden we moeten vertrekken van de kamer maar we blijven nog even wat langer om nog even te kunnen relaxen op Sorobon-beach en daarna ons te kunnen opfrissen van het strand.

Eerst maar eens ontbijten en dat doen we weer op dezelfde plek in Kralendijk tegenover de markt. Het beviel gisteren uitstekend en waarom zou je moeilijk doen? Henny is ziek geworden en heeft vannacht geen oog dicht gedaan. En dan ga je van allerlei oorzaken zoeken. Misschien de vissoep van gisteren, het water gisteren onderweg uit een muurtje? Wie zal het zeggen, die jongen is gans van de wereld en misschien helpt een ontbijtje.

Als we even een kwartiertje zitten te kijken naar de beweging op de boulevard en marktkooplui zien we opeens onze Norman verschijnen in Ajax-tenu met strooien hoed op. Hij had fruit gekocht en weet natuurlijk weer te handelen met de jongens van het douanekantoor even verder op. Antillianen zijn handelaren, en kennen iedereen. Norman neemt afscheid, “bon bon”, en hij verdwijnt tussen de ontbijtende mensen. Als we uitgegeten zijn, (ik had dit keer zin in een Engels ontbijt, scrambled eggs, sausages etc…), stappen we in de auto en we rijden naar Sorobon-beach.

Deze plek hadden we vrijdag al onderweg gezien en sprak ons helemaal aan. Prachtig strand met goede faciliteiten, zonder dat de commercie er vanaf druipt. Als je het gezellig kunt maken en je de specifieke Caribbean-sfeer kunt vast houden dan heb je het goed gedaan, denk ik. We huren drie stoelen en Henny gaat slapen onder het rieten dak. Janny en ik sluipen langs het strand en slenteren een stukje de bocht om. Het is zondagmorgen en dat kun je merken ook.

Om de hoek staan eenvoudig opgetrokken strandtentjes met barbecues en de “locals” vieren hier hun zondagsfeestje. Eten, beetje drinken, praten, snorkelen en zwemmen. Precies eigenlijk wat wij doen, met het enige verschil dat wij vakantie hebben en zij niet. Het hoort bij het leven hier. Als we terug zijn lijkt Henny een beetje op te knappen maar het gaat niet hard. Krijgt er geen eten in en drinkt thee. Gelukkig maar, drinken is belangrijker dan eten in dit land.

We luieren zo de halve dag door en ik zie opeens nog een bekende van vroeger op het strand op duiken. Ik heb geen zin in een babbel en haal nog maar eens een flinke salade aan de bar met wat friet. Zwemmen is haast niet te doen hier, door het drukke verkeer aan surfers en we vermaken ons er prima mee. Henny heeft nog niet veel zin in eten, en zo wordt het twee uur als we de spullen in pakken en vertrekken.

Opfrissen in onze studio, alles mee, en de vrachtwagensloper uit Brabant staat al weer klaar om ons naar de luchthaven te brengen.
Het is zondagmiddag en het gezin vermaakte zich aan tafel met spelletjes en chips. Gisteren waren zijn honden aangereden, en het leek allemaal mee te vallen. Toen Janny, (gek met honden), vroeg hoe het ging met de beesten, kregen we als antwoord: “Tja, het moest toch een keer gebeuren hè, dat ze de straat over rennen…”
Op het vliegveld namen we afscheid van de man uit Brabant en we begonnen aan alweer de nodige formaliteiten.

Een grote Boeing van de KLM startte zijn motoren en aan hek sta je gewoon vlakbij. En hier op dat kleine vliegveld lijkt dat ding nog veel groter. Ik verbaas me nog steeds altijd weer hoe een dergelijk gevaarte met al dat gewicht de lucht in komt. Gek genoeg, want ik heb alleen tijdens het landen altijd een bepaald soort spanning die er bij het op stijgen totaal niet is. Dan heb ik iets van, zet dat ding nou maar gewoon neer, en laat hem maar lekker uitrollen. Het moment van “touchdown”, als ik dat maar gehad heb…

En zo heeft ieder zijn eigenaardigheden tijdens het vliegen en het hoort er allemaal bij. Als we door de douane zijn moeten we nog drie kwartier wachten, en twee jongens worden teruggehaald omdat er blijkbaar iets niet in orde is. Eéntje kwam er terug, en dan kan ook niet anders want het vliegtuigje biedt plaats aan negen personen, exclusief de piloot. En we telden inclusief die jongens al tien personen. Waarschijnlijk wilde die ander op de gok mee, en kijken hoever hij zou komen. Jammer dan, het gaat niet op en hij zal moeten zwemmen of een andere oplossing moeten zoeken.

We hebben dezelfde piloot als op de heenweg. Dit keer niet in spijkerbroek, maar netjes in “pilotentenu”. Zwarte broek, wit overhemd met biezen…
Het is prachtig weer en dit keer zit ik voorin naast de piloot en, bovenop de apparatuur. Het valt mij op dat we dit keer een andere machine hebben omdat de snelheidsmeter dit keer slechts aangeeft in Knotsen en niet in Mph. Vrijdag was dit een dubbele meter. Voor de rest kon ik niets ontdekken, en bovendien besloot ik maar gauw mijn blikken weer te vestigen op de wereld onder mij, want dat blijft altijd een bijzondere ervaring, de wereld van uit de lucht.

Bonaire en Klein Bonaire schuiven langzaam onder ons door, en ik zie Karels bar steeds kleiner worden. Al vrij snel komt links voor Curaçao alweer in zicht, en de piloot zit al even verveeld naar buiten te kijken als op de heenweg. Automatische piloot aan, en het logboek maar even bijwerken. De airstrip komt in zicht en het lijkt alsof we er gewoon voorbij vliegen, maar we moeten natuurlijk tegen de wind in landen dus maken we ergens halverwege de strip een flinke bocht naar links om te kunnen landen. Als we aan de grond staan, en de piloot zijn koptelefoon afzet, bedank ik met een: “Thanks mate”, en hij antwoord met: “You’re welcome sir…”.

Binnen twee minuten staan we stil en worden de bagage aan ons uitgereikt. We sjokken achter het grondpersoneel aan naar de hal en doorlopen wederom de nodige formaliteiten. Er is net een grote airbus met Hollanders geland, en het lijkt alsof we moeten wachten tot de horde door de douane is, maar Henny is “citizen”, dus hij mag door het andere poortje en kan om de menigte heen lopen. Hij neemt ons mee, en het zal afhangen van de douaneman of hij zijn pet goed heeft staan. Het lukt en we ontduiken de wachtrij met vermoeide mensen die net tien uur gevlogen hebben. Het leven is soms niet eerlijk en hard…

Het is ongeveer tien minuten lopen naar de parkeerplaats waar Henny de auto heeft staan. Het is marineterrein dus wij moeten even bij het hek wachten, maar al gauw zien we de auto aankomen. We stappen in en we genieten alweer van de laatste kilometers naar zijn huis aan de andere kant van Willemsstad. Curaçao heeft toch wat meer beweging dan Bonaire, en heeft toch een geheel andere uitstraling. Net als bij ons de waddeneilanden, die ook hun eigen unieke identiteit hebben, zo is ook hier geen eiland hetzelfde…

We hebben er weer flink van genoten, en toch wel redelijk vermoeid vallen we weer op de porche neer bij Henny thuis. Henny is nog steeds niet orde, we eten wat en drinken koffie. De schemer valt in en het is snel donker. Vroeg liggen we erin, na een weekend barstensvol met nieuwe herinneringen van het kleine Benedenwindse eiland Bonaire…

maandag 1 december 2008

Het nieuwe werken

Onze afdeling Bedrijven is in een nieuw jasje gestoken, en heeft een complete gedaanteverwisseling ondergaan met nieuwe kleuren, nieuwe inventaris en nieuwe decors, maar vooral een nieuwe manier van werken met flexibele werkplekken, zoals deze worden genoemd. Flexibele werkplekken? Die uitdrukking klopt natuurlijk van geen kant, want die flexibiliteit zit hem niet in het materiaal maar in de mensen. Want niemand heeft meer zijn eigen bureau, en je wandelt nu met je “locker” met spullen naar een “lege” werkplek. Geen mandarijntjes meer in je la, waar je gisteren niet aan toe kwam, geen fotootjes meer van je kinderen en/of partner, en geen collega-buurman of buurvrouw met wie je het zo goed kon vinden...want morgen kun je wel weer heel ergens anders zitten.

Ja, die mandarijntjes zitten nu gewoon in je locker, die in de plaats is gekomen van je ladeblok. Dat is toch niet zo erg? Misschien niet, maar die kinderen dan of die partner? Die moeten steeds opnieuw elke dag worden neergezet? Alsof je elke dag nieuwe foto’s hebt gemaakt, of een nieuwe relatie bent begonnen...?

Natuurlijk, we doen aan cleandesk, en we zullen er zeker aan moeten geloven . Maar gaat dit niet een klein beetje ver? Want hebben de meesten onder ons, het vertrouwde huiselijk gevoel niet óók nodig? Je eigen plek, een plek onder de zon? Terugkomen op je “eigen” werkplek met de geur van je aftershave of deodorant van gisteren nog zwevend om je bureaustoel? En dan die collega, met wie je zo goed kan opschieten? Die zit spontaan helemaal aan de andere kant van de zaal vandaag...
Maar eh, dit kan natuurlijk ook een prettige bijkomstigheid zijn...juist u snapt het.

Het is een beleidsbeslissing, het is een keus, het is een trend. En natuurlijk is het vast wel goedkoper om van 50 werkplekken terug te gaan naar zo’n kleine 30. Het kost minder vloeroppervlakte, (die nu overigens ten dele weer wordt opgevuld door andere “hoekjes”), er is minder “troep” op de afdeling, en we gaan met onze tijd mee...

Wellicht vindt de moderne, jongere lichting het wel een geweldige ervaring! Sterker nog, de generatie die hierna komt, weet al helemáál niet beter straks. Verandering is bewegen, en bewegen is verandering, en verandering van spijs doet eten...

En toch, toch lijkt me het ook heerlijk om “thuis” te kunnen blijven komen. “Thuis”, waar die aangebroken zak pepernoten nog in mijn bureaula ligt...”Thuis”, waar mijn kinderen mij tegemoet lachen, als ik mijn koffer naast het bureau zet. “Thuis, waar ik me niet hoef af te vragen wie er nu vandáág weer naast me woont...