woensdag 28 januari 2009

Dendermonde

Waarom? Wat bezielt een dergelijke man? Want dat is de eerste vraag die in je opkomt. Wat beweegt iemand om zomaar met een mes rond te gaan zwaaien en twee baby’s van nog geen twee jaar oud en een begeleidster van het leven te beroven. En het is niet de eerste keer, want we krijgen er steeds vaker mee te maken. En steeds denk je weer, wanneer en waar zullen de volgende onschuldige slachtoffers vallen door toe doen van gestoorden in de maatschappij.

Want wie herinnert zich niet meer de schietgrage Koreaan die, nu bijna twee jaar geleden, zich uitleefde op een universiteit in Blacksburg en 32 mensen neerschoot. En zo zijn er nog meer voorbeelden van dit soort gruwelijke daden die steeds vaker plaats vinden.

Maar wat moet je nou met dit soort mensen? Behandelen? Opsluiten? Doodstraf? Is er een kans dat deze mensen ooit weer “normaal” kunnen functioneren en geen bedreiging meer vormen voor de maatschappij? Ja, natuurlijk is die kans er. Maar dat risico kun je niet nemen vind ik. Bovendien is het in de praktijk zo dat in het merendeel van de gevallen een herhaling van dit soort crimineel gedrag aan de orde is, na de strafperiode. Zo iemand gaat simpelweg, in de meeste gevallen, opnieuw weer de fout in. In de meeste gevallen?

Want ik vraag mij dan altijd af, hoe zoiets wordt vast gesteld. Want in welke gevallen is iemand dan vrij van zijn wandaden uit het verleden? Of die persoon is er zélf niet meer, óf je weet zeker dat zo iemand nooit meer de fout in gaat, en dat is natuurlijk onzin, want dat weet je niet. En dan heb je nog die mooie kreet, ontoerekeningsvatbaar, als verzachtende omstandigheid om de strafmaat te bepalen?

Waar het om gaat is dat deze mensen niet thuis horen in de maatschappij, en daarvoor moeten worden afgeschermd. En welke vorm je daar dan voor zou kunnen kiezen is een andere discussie, levenslange opsluiting of de doodstraf. Het is in ieder geval klip en klaar dat deze zieke mensen, voor de rest van hun leven, een gevaar zijn voor de samenleving.

Maar, iemand kan toch ook tot inkeer komen, en berouw hebben van zijn daden? Zeker, dat kan heel goed. Maar dat is nog geen garantie dat die persoon niet weer de fout in gaat. Zélfs als de nabestaanden van de slachtoffers het op een gegeven moment zouden kunnen opbrengen om deze persoon te vergeven voor zijn daden, (en als ze christen zijn zou dit echt wel kunnen). Dan nog ben ik van mening dat zo iemand nooit terug mag keren in de maatschappij.

Oprecht berouw tonen is geweldig, en vergeving schenken heeft een louterende werking voor je eigen ziel en innerlijke rust. Maar dat staat volledig los van het feit dat deze zieke mensen opnieuw met messen kunnen gaan spelen als ze terugkeren in de samenleving. Ik moet er even niet aan denken...

donderdag 22 januari 2009

Wilders

Je mag niet discrimineren, beledigen of haat zaaien, zegt artikel 1 van de grondwet.

Maar wanneer discrimineer je, en wanneer niet? Trouwens, als je elke dag zou gaan chinezen ben je tegenwoordig al schuldig aan discriminatie omdat je nooit naar de Griek gaat, bij wijze van spreken. Wanneer zaai je haat en wanneer niet? En met welke woorden beledig je, en wanneer doe je dat niet?

De zaak Wilders is hot. Hij moet worden vervolgd, zegt het gerechtshof. Maar het probleem is helemaal niet Geert Wilders, of het fundamentalisme in de islam, maar de ongelukkige omschrijving in de grondwet. Want je kunt natuurlijk nooit regelen in een wet, tenzij je dat op woordniveau gaat doen, dat discrimineren en beledigen niet mag. Waarom niet? Omdat het de betekenis van het woord discriminatie al even vaag is als het uitzoeken of de Koran al of niet fascistisch is.

De schuldvraag is dus al net zo onmogelijk, als het bewijzen van een al of niet strafbaar feit in dit geval. Bovendien maakt artikel 6, over de vrijheid van meningsuiting, de verwarring compleet en kunnen we dus beter artikel 1 gewoon schrappen. Heb je tenminste ook geen gelazer meer over wat je wel of niet mag zeggen...

donderdag 15 januari 2009

Paus

Alom bezorgdheid over de omstreden uitspraken van de paus tijdens zijn kerstboodschap in 2008. Homofilie moet worden bestreden, aldus de kerkvader.

Maar waar gaat het nu eigenlijk om, zou een modern politicus tegenwoordig zeggen. De paus vindt gewoon op basis van zijn geloofsovertuiging dat homofilie niet in de scheppingsorde past. Maar hij zal heus niet met zijn staf een groepje “hanghomo’s” in elkaar gaan slaan op het St.Pietersplein. Want dát is namelijk het grote probleem, de meningsvorming van het publiek die gepaard met agressiviteit, in passieve of actieve zin.

Van Bommel mag best tegen oorlog in Gaza zijn, en de aanpak van Israel hierin. Maar het is jammer dat hij leuzen gaat schreeuwen in een demonstratie. De leiding van Feyenoord stapt op, maar altijd moeten er weer een paar agressievelingen roepen, met bijna haat in hun ogen, dat de technisch directeur moet oprotten.

De echte oorlog zit dáár waar mensen zich geen houding meer weten en niet meer, door diplomatie en zelfbeheersing, kunnen bijdragen aan een leefbare samenleving.
Het échte respect voor de mening of overtuiging van de ander is ver te zoeken tegenwoordig...

maandag 12 januari 2009

EK Schaatsen

Het onvervalst Hollands oranjeritueel was er weer in Thialf, afgelopen zondag! Een paar dagen geleden beweerde Ben van de Burg, (oud schaatser), nog dat het saai zou gaan worden in Heerenveen. Altijd dezelfde dweilorkesten, organisatie en feestelijkheden. Maar van mij mag het. En ik weet nu weer waarom ik volledig ben genezen van emigratiekoorts.Dat oranjegeweld, die toeterende mensenmassa’s op de tribune, de één nog gekker uitgedost dan de ander.

Sven heeft het weer gedaan. Saai? Jazeker, als je het verhaal niet verteld is het saai, en zit er weinig spanning in. Svens tegenstander Bökko, in de laatste rit, mocht niet te hard gaan om de tweede plek voor ploeggenoot en kameraad Oldeheuvel veilig te kunnen stellen.

Maar het ging toch hard en een blik naar de coach aan de zijkant was voldoende om te gaan voor de overwinning. Als pijl schoot de Fries achter zijn tegenstander langs en gaf vol gas, met nog zes rondjes te gaan. Thialf stond op zijn kop en de paarden hobbelden, zoals elk jaar, als zwarte schimmen over het witte ijs voor twee verdiende kampioenen...

Dat zijn nog eens taferelen, daar blijf je voor thuis!

zondag 11 januari 2009

Curacao, 26 februari t/m 11 maart 2008, (deel 13)

Zaterdag, 8 maart
Vandaag staat de Christoffelberg op het programma, en het is dus wijs om vroeg op te staan, (voor het geval ik nog niet al lang uit de veren zou zijn). In de ochtenduren kun je nog profiteren van een redelijke wandeltemperatuur, zeker op de Christoffel waar de temperatuur aardig op kan lopen tijdens een dergelijke beklimming. En tussen de begroeide hellingen en rotspartijen van de berg, kan het rond de middag een gezellige bakoven worden.

Het is overigens eerst nog een uur rijden naar het Christoffelpark nabij de Westpunt van het eiland We zijn dus om zes uur uit de veren, om gewoon rustig en relaxed te kunnen ontbijten te genieten op de porche van het ochtendklimaat in de tropen. Een uur later verschijnt ook Henny, en voegt zich bij ons aan de koffietafel buiten.

De grote mieren zijn inmiddels weer terug. Ik volg het spoor vanuit de airco-unit, waar ze de vorige keer ook in grote getale uit kwamen marcheren. In een lange rij achter elkaar aan wandelen ze richting het vogelkooitje in de hoek van de porche, waar ze aan het “baden” zijn in het bakje met suikerwater dat Henny heeft neergezet voor de suikerdiefjes. De grote spuitbus doet wonderen en ik richt, met pijn in hart, een genocide aan. Het is op dat moment de enige oplossing. Ik vraag mij af wat Saddam Houssein gedacht moet hebben bij het om zeep helpen van onschuldige “mieren” en dan ook nog van zijn eigen soort. De wereld is in barensnood, zo vermeldt een bijbeltekst ergens in de brieven van Paulus geloof ik. We hebben er een geweldige puinhoop van gemaakt. Het doet mij herinneren aan een tekst die ik gisteren zag op één van de billboards hier op het eiland: Don’t make me come down there, was getekend: God...

Na het ontbijt maken we ons op voor de tocht naar het westen. Schone shirts mee, wandelschoenen aan en een rugzak met vooral veel water en een paar broodjes. Simpel, meer heb je niet nodig. Alle “luxe” wordt een ergernis als je in stilte mag genieten van het uitzicht op grillige hellingen van de Christoffel.

We rijden door het rustige zaterdagmorgen verkeer door de buitenwijken van Willemsstad met de zon achter ons. Op de kruispunten met stoplichten verkopen Antillianen voor een gulden de zaterdagkrant, en als ik het zo bekijk vindt het gretig aftrek. Hele stapels liggen gebonden op de vluchtheuvels en de Antillianen lopen af en aan om hun “dagomzet” te halen.

Rond half negen parkeert Henny de auto bij de ingang van het park, we kopen een entreebewijs, en met de auto is het dan nog een klein stukje naar de voet van de berg. Het is al redelijk warm als we om tien over negen beginnen aan de eerste meters van de Christoffel. Het pad loopt in het begin redelijk vlak en goed wandelbaar naar boven toe, maar begint al fors te stijgen na enkele tientallen meters. Hier en daar verschijnen al de grotere rotsblokken en we moeten nu zeker al geregeld rusten en drinken om op adem te komen. Ons wandelseizoen begint dus dit keer heftig, heel anders dan dat we de eerste wandelingen in Nederland voorbereiden. Henny is getraind en heeft er minder moeite mee, maar past zich aan en geniet op zijn eigen wijze. Hij vertelt ons dat mariniers soms, om te trainen, het eerste stuk van de berg in looppas op moeten...

Als we een uur onderweg zijn, wordt het nu dan toch een stuk lastiger en intensiever. De rotsblokken, waar we tot nu toe “gewoon” op konden stappen, worden groter en het wordt nu echt een klauterpartij. Een groep jongeren komt ons tegemoet de berg alweer af en we wachten even, om ze de vrije doorgang te geven. Op dit punt moet je echt zo’n tien tot vijftien meter door grote blokken naar boven klimmen, en je goed vasthouden aan overhellende takken. Een van de dames, boven, is te haastig en glijdt uit maar kan zich nog net vast pakken aan de een overhellende tak. Ik werd even misselijk, met het idee...

Niet verder over nadenken maar gewoon rustig doorlopen en bij elke stap die je zet, zorgen dat je vast staat. Als de groep naar beneden is geploeterd, zie ik sommigen lopen op gewone teenslippers, en schoudertasjes bungelend aan hun lichaam...Ik verbaas me, maar Henny legt uit dat het niet helemáál naïviteit is, want beneden bij de ingang, werd uitgelegd dat je tijdens de route door park, ook nog “even” de berg op kunt om van het uitzicht te genieten...

Als we bijna boven zijn moeten we ons door de laatste meters heen klimmen, via een nauwe spleet die direct rechts van ons uitzicht bood in een gapende afgrond. Niet ongevaarlijk als je een misstap begaat, maar er zijn genoeg punten om je vast te kunnen houden of even tegen de rots aan te kunnen leunen. Niets aan de hand dus, en met het idee binnen enkele minuten op de top van de Christoffel te lopen, voelen we het bloed in onze aderen sneller stromen en concentreren we ons slechts alleen op elke stap die we zetten.

Kwart voor elf bereiken we de top, en we zeggen even niets tegen elkaar..De hoogtemeter van Henny wijst 368 meter aan, en volgens de kaart zit het ding er vijf meter naast. De berg is 372 meter. Maar is nog een rotsblok waar je op kan, en dat maakt het verschil...

We kijken, genieten en maken foto’s. De hele westpunt van het eiland is prachtig zichtbaar. De Boka’s die ver weg het water van de golven geruisloos laten opspatten tegen de kustlijn, de oceaan die zijn dieptes verraadt door de verschillende soorten blauw die zich af tekenen in het water, de schaduwvlekken van de wolken die beneden langzaam voort glijden over de toppen van de bomen...

We zien rat-achtige beestjes die zeker niet bang zijn, heen en weer lopen op de zonnige richeltjes van de rotsen om te zoeken naar etensresten van slordige toeristen, en er is niets meer dat je nodig hebt...

We nemen afscheid van de top en dalen af langs dezelfde weg als die we zijn gekomen. Iets moeilijker en vermoeiender, omdat je het gevoel hebt, zeker de eerste klauterpartijen, geen houvast meer te hebben aan de rotsen, en je ziet bovendien de dieptes beneden je omdat je stomweg andersom staat.

Maar met dezelfde instelling als op de heenweg, gewoon je bij elke stap afvragen of je “vast” staat, minimaliseer je het risico uit te glijden. En blijft slechts over, dat deel waar je geen grip op hebt…en wat gebeuren moet, dat gebeurt tóch. Dat is het leven nu eenmaal...

We lopen de “wandeling” uit, en komen aan de voet van de berg, en de auto brengt ons weer terug bij ingang van het park. Als we nog eens omkijken, zien we de grillige top van de Christoffel in de verte hoog uitsteken boven de bomen, en we denken, ieder voor zich, wat we denken…en sommige dingen worden niet uitgesproken, en dan is het goed.

We rijden terug, richting Willemsstad, waar we zullen gaan lunchen in het Gouverneurshuis in Otrabanda. Onderweg stikken we van dorst, het water is op, dus we nemen een biertje bij één van de vele snacks onderweg. Nabij Willemsstad rijden we de drukte weer in, en we parkeren de auto in de Breedestraat. Een gezellige winkelstraat waar de sporen nog zichtbaar zijn uit het recente verleden. Een paar jaar geleden was het hier nog een verpauperde bende, waar criminaliteit het straatbeeld bepaalde. Drugshandel en dichtgespijkerde panden vertoonden het straatbeeld. Nu zijn er winkels met reclameborden, terrasjes, en er is veel kleur, en het is er nu net zo druk als een woensdagmiddag in Apeldoorn.

We eten lekker op het balkon van het Gouverneurspand met uitzicht op de St. Annabaai. Een reus van een containerschip “schuift” langs en de lange pontjesbrug draait weer in haar volle lengte terug naar de overkant om het voetgangersverkeer weer toegang te geven naar de overkant. Als we uitgegeten zijn, rijden we richting de Karkasbaai, waar ik met Henny het water in ga, om te snorkelen naar het zogenaamde “tugbootje” dat daar een jaar of zeven geleden gezonken is. Doordat Henny een paar dagen ziek ik geweest, zijn we niet meer aan het duiken toegekomen, en stellen we dit uit tot een volgende vakantie. Maar het snorkelen geeft direct al zoveel voldoening dat ik mijn “duiklessen” even vergeet.

De wereld is totaal anders onder water, en je voelt je vis onder de vissen…Alles beweegt, en “zweeft” om je heen, en Henny gebaart mij naar een prachtige blauwe grote vis, de papagaaivis. Het bootje is een bezienswaardigheid, kleurloos en bijna spookachtig ziet het eruit. Daar ligt geschiedenis, en God mag weten waarom dat ding daar ligt...

We verlaten voldaan het strand, drinken een Polar, (bier uit Venezuela), en we genieten van de laagstaande zon. Onderweg naar huis, besluiten we ’s avonds te gaan eten aan het Wilhelminaplein in de stad. Het is er druk en gezellig. De dag is voorbij, de berg is klaar, en onderwaterwereld beweegt nog steeds in mijn ogen, en morgen is het zondag...

dinsdag 6 januari 2009

Gazastrook

In het Midden-Oosten is de strijd weer, in alle hevigheid, aan de gang rondom de Gazastrook. Al sinds mensenheugenis is het daar een komen en gaan van bloedige oorlogen. Het is een immens ingewikkelde toestand al vanaf zo’n 1200 v. Christus, aldus de encyclopedie op Wikipedia.

Die kwestie is noch op te lossen met geweld, noch met diplomatie. Grondgebied claimen, op basis van resultaten uit het verleden, is onmogelijk want daar is de geschiedenis te ingewikkeld voor. Maar wat dan wel?

Het lijkt een onmogelijke kwestie, die wellicht toch met de meest simpele boereneenvoud, en zonder geweld is op te lossen. Maar dat wil geloof ik helemaal niemand daar, want dan moet iedereen een beetje inleveren. Het probleem zit hem echt niet in die raketten van Hamas, en ook niet in de reactie van Israel hierop. Gewoon verdelen dat stukje Texel, en niet langer zeuren...

Maar gelooft u het nog? Als ik zo de tv-beelden bekijk van de verhitte machtswellustelingen, zowel bij Israel als bij Hamas, heb ik er een hard hoofd in. Het lijkt wel of die mensen niet anders willen en enkel willen strijden voor hun eigen macht en idealen, ongeacht de slachtoffers...

zondag 4 januari 2009

Verdronken vlinder

Terwijl we in noordelijke richting lopen, knijp ik mijn ogen dicht tegen het stuifzand van het strand op dit mooiste eiland van de wadden. De wind giert dreigend en de golven rollen. Op deze laatste dag van het jaar loopt hier en daar nog een enkeling, die direct weer verdwijnt in de verlatenheid op het strand van Vlieland. Het water jaagt en de wind buldert. Mijn vriendin heeft, tegen de ijzige kou, haar haarband strak om haar oren geklemd.
Ze is gewoon alleen met haarzelf, verder niets en de wind laat een traan in haar ogen. Niet door verdriet, maar door de zoute zeewind. Het is gewoon de wind, alleen maar de wind, en de zeelucht.

Vlak boven ons fladderen twee meeuwen die met hun schetterend protest tegen de wind in draven. Even later scheurt een auto van de strandwacht langs. Het spoor van de banden doorbreekt het mooie glad opgestoven zand, en terwijl we verder lopen zoeken we argeloos naar de grond en volgen we onze eigen voetstappen. Onder elke stap worden misschien wel miljoenen zandkorrels verplaatst…
Onze blikken verplaatsen zich weer en glijden over de zee, die geen einde schijnt te kennen, om te eindigen, waar het water samen smelt met de blauwe hemel op de horizon. Als er iets zou bestaan wat boven de mens uitsteekt dan is het nu hier, en heel dichtbij.

Even schrikt ze op, als ik plotseling mijn arm nog eens steviger haar middel klem en haar dicht tegen mij aan trek. De schitterende winterzon straalt op deze mooie, ijzige oudejaarsdag en het geluk stroomt door mijn ledematen, zo heftig dat het mij doet sidderen, en bijna zelfs ook een nog beetje pijn doet? Bijna dezelfde pijn die ik ervoer toen ik, nu bijna tien jaar geleden, aan de kant werd gezet? Mijn gedachten dwalen af, en ik ben weer alleen met de zee. Moet je dan toch een vlinder zijn om te kunnen leven? Als een vlinder die vliegen kan tot in de blauwe lucht? Ik heb haar gevonden, en ik kwam thuis. Maar waarom dan tegelijkertijd die angst om weer te verliezen? Is het de pijnlijke kant van de liefde?

Vijf jaar kennen we elkaar nu, en het leven is totaal anders geworden. Ben ik de afgelopen tien jaar blind geweest voor de eenvoud en het wonder van de kleine dingen? Nee, dat mag ik niet denken, en ik ben zeker niet ongelukkig geweest. Maar misschien leefde ik het leven wel gewoon zoals het van mij werd verwacht? Een andere wind die nu waait? Ze is niet gemakkelijk, maar dat ben ik ook niet, en ik hou van haar.

Ik voel de ijzige wind meer uit het oosten aantrekken en hij snijdt, omdat er bijna geen bescherming meer is van de duinen, nu midden in mijn gezicht. Wat is het geweldig mooi, hier op de punt van Vlieland, op deze winterse en zonnige oudejaarsdag. De jachthaven komt in zicht en ik trek mijn vriendin zachtjes mee richting het pad dat ons weer terug naar het dorp zal voeren. We verlaten het strand, en de zee verdwijnt geruisloos achter de duinen.
In de verte, boven de bosrand, verschijnt langzaam de vuurtoren boven de besneeuwde toppen van de lage dennen op het Vuurboetsduin van Vlieland, en het wordt stil om ons heen.

Het leven neemt, en het leven geeft weer terug. Het laat een goede herinnering achter, en oude sporen zweven mee om nieuwe te doen ontkiemen. Het jaar is bijna om en morgen is er weer een nieuw begin. Een begin dat alleen maar kan bestaan omdat het oude is voorbijgegaan.

Ik kan zonder vliegen leven. Wat zal ik nog langer geven om een vlinder die verdronken is in mei…