woensdag 30 september 2009

Emmy


Zeewolde. Ik kom er alleen voor de tandarts. Ik heb er niets meer mee, Zeewolde dan...

Ik weet nog goed dat ik in ’92 met mijn ex, (raar woord trouwens, ex), op huizenjacht was en door het spiksplinternieuwe dorp reed. Ik dacht toen, hier wil ik nog niet dood liggen...

Toen we daarna door de wijk Kattenbroek reden, in Amersfoort, zeiden we tegen elkaar, hier helemáál niet dus! En na een korte inschrijving van een week werd het een huurhuis in de private sector in Zeewolde. Joepie!! Twee jaar later trouwden we, en vijf jaar later was het weer voorbij.

Een paar vrienden uit die tijd, emigreerden naar Dronten, en de rest is uit beeld verdwenen. Zo gaat dat in een mensen leven. Elke tijd kent zijn vriendschappen.

Alleen Emmy is er nog, (uit Zeewolde tenminste), met man en drie kinderen. Ik heb iets met grote gezinnen, misschien de dynamiek, de beweging, en is er een missie?

Dus, na de tandarts altijd Emmy. Natuurlijk steeds onaangekondigd, ik zie altijd wel. Dat hoort bij mij.

Emmy heeft een piano, koffie, cake en ze lijkt op mijn zuster, altijd druk met iets, of niets... Niet dat dat wat uitmaakt, maar toch misschien wel ergens goed voor om te constateren.

Misschien is het omdat ik mijn eigen kids niet heb zien opgroeien, maar ik vind het altijd van die privébedrijven, waarbij de manager al of niet geslaagde pogingen doet om de boel bij elkaar te houden.

Natuurlijk, ik weet wel, ik heb gemakkelijk lullen. Maar hoe hou je het vol met die verplichtingen die er blijkbaar zijn, tegenwoordig, in het gezinsleven. Maar ik heb er respect voor en ben altijd weer helemaal bij als ik bij Emmy ben geweest.

Ik luister, zij lult, of andersom natuurlijk. Zij lult, ik luister..., (ik mag het zeggen).

Kinderen zijn uitgefladderd, weer terug uit Frankrijk, doen evenementen en aan sport, hebben vriendjes, maken verre reizen en doen zes studies tegelijk. Lekker laten gaan, je houdt ze niet tegen, en het is goed voor hun ontwikkeling.

Emmy weet dat ook. Maar een moeder heeft ook zo haar bedenkingen...en das niet slecht.

Altijd een uurtje, dat is genoeg. Daarna zitten er honderdduizend dingen in mijn hoofd terwijl ik terug rijd naar Kampen, en het water van het Wolderwijd tegen de oevers klotst.

Zeewolde, een stukje verleden, een stukje geschiedenis, een stukje Emmy...

zondag 27 september 2009

Errpels


Ik krijg ze wel eens van Harry, een collega. Goeie kerel, staat altijd klaar voor iedereen en sjouwt zich soms helemaal het apezuur.

En dan, als het seizoen weer rijp is en de boeren buiten zijn, krijg ik "errpels" van Harry. Nieuwe, klein en fijn, en lekker om te bakken. Aardappels dus in de volksmond, maar in Lierderholthuus zeggen ze "errpels", (en denk aan de "r" in Lierderholthuus)!

Aardappels. Het kan niet beter. Het product van de aarde, het leven, hard werken, de eenvoud.

Ik eet ook wel eens bij Harry. Dan krijg ik gehaktballen en patat, zorgvuldig voorbereid in de grote boerenkeuken. Een bord, een vork en cola. Godsamme, wat kun je lekker eten bij Harry! Daar kan een vijfsterrenrestaurant niet tegen op.

"Moe’j nog errples, Wim?"

De volgende dag fietst Harry het terrein op met tassen vol. "Die gele zak mu’k weer terug hebb’n." En zorgvuldig drapeer ik de "appels der aarde" in een plastic tasje.

Met dank aan de familie N. Ik ken ze niet, en moet dus volstaan met de N., anders zou het niet netjes zijn.

Ik heb iets met het boerenleven, de eenvoud en de rust. Maar ook de dynamiek, de beweging, en alles wat binnen de muren op het platteland nooit is uitgesproken, en wat daar voor eeuwig zijn rust mag vinden...

Harry, bedankt voor de "errpels"!

zaterdag 26 september 2009

Tandarts


Braaf reed ik naar Zeewolde voor de tandarts. Helemaal uit Kampen? Tja, als je het goed hebt waarom zou je het niet zo laten?

Ik interesseer me al jaren niet meer voor de halfjaarlijkse handelingen, en kan zelfs bijna zeggen dat het een dagje uit is geworden. Vroeger scheet ik peulen als we de grote bruine eikendeur van de praktijk openduwden, en als klein jongetje leek die deur wel tien keer zo groot.

We gingen met het hele gezin en we wachtten tot de donkere grote man in zijn witte pak de wachtkamer binnen kwam denderen. "Ja maarrrrrr!!" En terwijl hij dat riep keek ie ons altijd indringend aan vanonder zijn forse wenkbrauwen.

Nu niet meer. Mijn tandarts in Zeewolde heeft bouwkunde gestudeerd, en is ontzettend handig met materialen, en tegenwoordig stelt het allemaal niets meer voor met de moderne apparatuur. Bovendien heb ik helemaal geen tijd om me druk te maken, want de tijd vliegt met kletsen en grappen maken.

Er moest dus gevuld worden, ehh doe je wel ff een spuitje...?

Tja, en toen was het wachten, en de tijd vol lullen. Vroeger moest je weer de wachtkamer in en een kwartier wachten.

"Zullen we vast beginnen?" "Ik merk het vanzelf wel..."

De tandarts keek me scheef aan, en de boor begon vrolijk te piepen. Tja, en dan ben je aan de goden overgeleverd, maar ik vermaak me prima met de dialogen tussen tandarts en assistente. Ze was, geloof ik, nieuw en ze kreeg aanwijzingen waar de waterslang moest zitten.

Na het boren komt het gepruts in je mond. Dit keer achterin, niet de fijnste plek, maar ik laat het maar over me heen komen. Klemmetje erop dat zo lekker in je tandvlees snijdt, troep erin, bijharken, drogen en afsnijden. Ik vind het knap wat zo’n man doet, maar ja, met HTS bouwkunde mag je ook wel wat in je mars hebben...

Als de zaak vlak is, mag ik eruit, en is het feest afgelopen. Jammer, het was gezellig, en met een handdruk verlaat ik de typisch verlichte ruimte zoals je die alleen ziet bij een tandartspraktijk.

Ik ga koffie drinken bij Emmy, maar daarover de volgende keer, want dat is ook leuk!

zondag 13 september 2009

Hoe een rood lampje je leven tijdelijk op de kop kan zetten, deel 2


En zo werd het "stomme" rode lampje de oorzaak van het ontregelen van de normale rituelen in de eerst volgende dagen. Want voorlopig zal het Kamper boemeltje mijn ritme gaan bepalen.

De auto is stuk en hij rijdt geen meter meer. Frank, (de automan), zit ergens met zijn tenen in Middellandse Zee, en ik zal dus tot volgende week moeten wachten.

Welja, kan het nog erger? Ja, het kan nog erger want dat wordt kaartjes kopen en wachten, de tijd doden met de Metro, hangen tussen schooljeugd, en blij zijn als je fiets er nog staan op het station...

En terwijl ik internet opstart, om op de startpagina de reisplanner aan te klikken mis ik opeens het vertrouwde spoorboekje. De flinterdunne bladzijden die bomvol stonden met kolommen gevuld met de vertrektijden in het rood of blauw. Onderaan stonden de uitzonderingen die, overigens, elk jaar meer ruimte in beslag namen.

Maar ik heb nu de computer, en al gauw vind ik Kampen-Zwolle, en de tijden zijn onverbiddelijk. Er is geen ontkomen aan. Ik moet wel! Ik sjor mijn fiets uit de schuur, een voorzienigheid noem ik het dit keer. Want onze fietsen staan in Norg, en ik heb er net twee weken geleden eentje van mijn schoonvader gekregen die geen dienst meer deed. Die man weet ook alles van te voren...

Banden checken, tas erop, en met een vernietigende blik passeer ik mijn auto. Stom lampje, denk ik weer. Ik heb geen hekel aan fietsen, maar wel als het moet. Wie heeft er nou zin om ’s morgens vroeg in het drukke verkeer de brug over te trappen? Ik niet!

Zorgvuldig parkeer ik mijn fiets tussen de berg tweewielers in het rek, en loop het perron op. Een jongeman voor mij toetst, bijna zonder te kijken en met achteloos automatisme, zijn treinkeus in op de automaat. Ik krijg bijna braakneigingen, je zult hier maar elke dag rond moet lopen...

En dan komt het meest ondraaglijke moment van de hele reis. Wachten, doelloos wachten.

En dan kun je alleen maar mensen kijken. Mensen die brood eten of uit hun neus peuteren, mensen die zesentwintig keer hun GSM pakken, mensen die zo vlak aan de rand bij het spoor staan wachten alsof er een soort angst leeft niet mee te mogen, mensen die ijsberen, en mensen die honderd keer in hun tas graaien en altijd iets zoeken...

En dan komt het moment dat de Kamper-boemel statig langs het perron glijdt, en onmiddellijk bestormd wordt door gretige reislustigen. Want het lijkt er op dat iedereen tegelijkertijd naar binnen wil. Dit verschijnsel doet zich overigens niet alleen op perrons voor, maar ook bij de winkel, de schouwburg, en de kassa. We geven de ander geen centimeter ruimte meer. We zúllen en móeten als eerste, ALTIJD!

Het is gelukkig maar tien minuten, en mag ik mijzelf in Zwolle uit de trein persen. Het is gelukt, ik ben er. Nog een klein stukje lopen en een kwartier later loop ik de bank binnen en druk ik mijn computer aan. Oh jee, vanavond weer terug...

Gelukkig komt na drie dagen de buurman aan de deur. Hij leest mijn blogs, en hij heeft verstand van auto’s. Hiep-hoi, hulde aan die man! Nog geen week later reed ik alweer, en ben weer baas over mijn eigen tijd.

Stom lampje...

zaterdag 5 september 2009

Koninginnedag


Ronduit beschamend vond ik het.

Het optreden van radio en televisie van de afgelopen dagen rondom de onderzoeken naar aanleiding van het drama op Koninginnedag.

De mediaspelers bouwden hun eigen "feestje".

De documentaire, "Het verdriet van Koninginnedag", uitgezonden door RTL4, was doorspekt van ongezonde emotie en onnodige uitvergrotingen. Wat heeft het voor zin om steeds maar weer die Suzuki met volle vaart op die naald te zien klappen, of kinderen aan het woord te laten die, "het eigenlijk best wel erg vonden…?"

Het drama is al groot genoeg voor alle betrokkenen, en het is volkomen ongepast en buiten alle proporties om zo’n show te maken van een dergelijk menselijk verdriet.

Het nut van een reconstructie? Ik heb er mijn twijfels over, maar het is tamelijk overdreven om deze, op een dergelijke manier, in de publiciteit te zetten. Wat willen we ermee bereiken?

Voorkomen doe je dit soort acties niet, en de dader is dood.

Het is een gevolg van de steeds maar versnellende, verhardende en verkillende maatschappij waarin steeds meer mensen minder tijd en ruimte hebben voor elkaar.

Gelukkig hebben nog een crisis en kunnen we eindelijk eens een tandje lager. Misschien hebben we er één aanslag, in de volgende tien jaar, mee kunnen voorkomen?