zondag 25 december 2011

Een wonderlijke ontmoeting...


Terwijl we de broodkruimels van het ontbijt nog wegwerkten, pakten mijn vriendin en ik alvast onze rugzakken voor de tocht van deze dag.

Het dorpje, waar we de nacht doorbrachten, werd langzamerhand veroverd door de opkomende zon en maakte van de gekleurde geveltjes en bebloemde balkons een prachtig zomerse aanblik.

Oostenrijk ontwaakt, en om negen uur precies reden we de berg op, richting het vertrekpunt van onze eerste tocht in de Alpen.

Een pendelbus bracht ons via een smalle weg een eind naar boven, tot aan een groot beweegbaar platform met een hek erom heen. Binnen tien minuten gleed het geheel via kabels, langs de bergwand, schuin de hoogte in. Bovenaan stond een tweede bus klaar die ons verder bracht, via nauwe tunnels en weer een smalle kronkelweg, naar boven.

Een reusachtig groot stuwmeer dook, na enige tijd, naast ons op en het uitzicht was al schitterend mooi op deze hoogte. We kwamen aan het eindpunt op 2040 meter en een tweede stuwmeer lag, op ooghoogte, een paar tientallen meters van ons verwijderd.

Het was er al erg druk op de stuwdam die, aan de ene kant als een statige halfronde muur vanuit de diepte, zich breed maakte naar de bergen links en rechts, en aan de andere kant een halt toeriep tegen de enorme watermassa.

Het "stuwmeertoerisme" lieten we al snel achter ons en liepen een flink stuk de berg op. Al gauw verscheen er een bordje aan de rand van het rotsachtige pad: Kitzsteinhorn, 2 uur.

Het werd steeds kouder en de weersomstandigheden wisselden elkaar in hoog tempo af. Eerst liepen we in de zon, en even later verdween de hele berg in de mist en dropen we in onze natte hemdjes van de regen. Het pad werd ruiger en smaller, en ook een sneeuwbui werd ons niet onthouden.

Regelmatig moesten we elkaar helpen om staande te blijven op de gladde stenen. Een grote roofvogel zoefde laag over onze hoofden, en ver beneden ons gleden de wolken onder ons door, die af en toe hun schaduw lieten vallen op de spiegelende stuwmeren. We voelden ons één met de omgeving en we hoorden helemaal niets, alleen de natuur sprak...

Plotseling zagen we, op enige afstand beneden ons, een gedaante verschijnen in de bocht. Een jonge man, met stoffen puntmuts, wandelde hetzelfde pad en kwam vrij snel dichterbij. Bij het passeren maakten we een praatje en de wandelaar vervolgde zijn weg naar boven.

Enkele minuten later zagen we hem weer, al een stuk verder op de berg, met soepele passen voort huppelen over het smalle pad om even later weer te verdwijnen achter de rotsen. Alsof hij geen moeite had met de bijna onbegaanbare berg...

Het kostte ons steeds meer inspanning om het pad goed te kunnen volgen en verderop, waar het pad een scherpe bocht leek te maken, kwamen we zelfs op een punt waar we flink zouden moeten klimmen. De stenen werden grilliger van vorm, het pad was bijna geen pad meer, en een gapende diepte deed ons duizelen.

We twijfelden, we rilden en keken elkaar aan. Maar de berg riep in de stilte, en daagde ons uit...

Nat van het zweet en van de regen trokken we droge kleren aan en dronken we wat water. Natuurlijk omdat we het koud hadden en onze dorst wilden lessen, maar misschien nog wel meer om nog even de beslissing voor ons uit te kunnen schuiven. Maar hielden we elkaar niet voor de gek, en hadden we niet al lang voor ons zelf een besluit genomen om terug te keren?

Precies op dat moment dook de puntmuts weer op, hoog achter een rots vandaan. De man, nu met zijn gezicht onze kant op, bewoog zich soepel bergafwaarts, en leek geen enkele inspanning te hoeven leveren om zich staande te kunnen houden. Onze gast hield stil, een paar meter boven ons, en keek naar onze gezichten. Hij vertelde ons dat het aan de andere kant van de berg erg somber was, er was weinig te zien, en ook het pad zou niet beter worden.

We keken elkaar aan. Moesten we terug? De blikken in onze ogen zochten elkaar en maakten de deal, en we begonnen opgelucht aan de afdaling. Even snel als de "puntmuts" verschenen was, verdween hij ook weer, en we zagen hem al weer snel, ver voor ons uit, al bijna in het dal beneden. De zon brak weer door en we pauzeerden even voor een versnapering uit de rugzak.

We voelden de warmte van de zonnestralen in onze nek, en genoten van de felle contrasten op de Kitzsteinhorn. We rechtten onze rug en onze knieën en vervolgden daarna onze weg voor het laatste stuk naar beneden en bewonderden nog één keer de reusachtige stuwdam.

Opeens dook, op een bankje verderop, onze geheimzinnige wandelaar weer op, nu samen met zijn vrouw en twee kinderen. Hij lachte eens en knikte goedkeurend naar ons.

Terwijl hij zijn gezin aan ons voorstelde, wenste de man ons nog een prettige vakantie. Daarna zette hij zijn hoedje op en verdween met zijn familie uit het zicht.

We rilden weer, maar nu niet van de kou of inspanning. Nee, er was iets moois gebeurd, iets om dankbaar mee te mogen nemen in een levenslange herinnering...

De wonderlijke ontmoeting op de Kitzsteinhorn.

Geen opmerkingen: