zondag 13 november 2011

Mirthe


Een kind uit duizenden, dat zeggen ze dan. De trots van een moeder, vader, opa of oma.

Maar er is meer dan het gezegde, er is veel meer.

Want ze zijn er ook écht, die kinderen uit duizenden, en nota bene vlak bij ons in de straat, nog dichterbij zelfs, bij de buren.

Mirthe is drie, dwarrelt soms op een zaterdag vrolijk en ongedwongen bij ons op het stoepje, als haar vader druk bezig is met het schoonmaken van de bus.

Geconcentreerd met alles bezig wat ze doet. Zeker niet gevoed door besluiteloosheid of twijfel, nee integendeel. Er wordt nagedacht, bekeken, en geobserveerd. Zal ik linksom lopen of rechtsom, zal ik nu blauw nemen of groen, zal ik met een steentje gaan gooien, of laat ik het liggen?

Volwassenen denken vaak teveel na over oorzaak en gevolg, over verleden, heden en toekomst, als er keuzes gemaakt moeten worden en we betrekken dat in bijna al onze beslissingen! En in veel gevallen, gedreven door angst, machtswellust, schaamte of onzekerheid.

Maar zonder drukte overdenkt Mirthe de situatie, komt tot een besluit, en neemt haar actie. Háár actie, niet ingegeven door een helpende ouder of buurman, maar het is háár besluit.

Een kind van drie, nee, niet zómaar een kind van drie, Mirthe!

Hoe zou dat brein werken, hoe zit haar logica in elkaar? Ik ben dan altijd benieuwd wat, en hoe, alles zich daar afspeelt binnenin, om nog maar niet te spreken van haar uitspraken. Maar die zou je beter live moeten horen, dat is leuker dan te lezen.

Natuurlijk, ze heeft óók haar koppie mee, daar kun je gewoon niet omheen. Heerlijk om te zien!

Ach, laat ik met beide benen op de grond blijven staan want natuurlijk zijn er meer kinderen zoals Mirthe, al heb ik de indruk dat het een uitstervend soort is...

Want als ik dat dan vergelijk met al die kinderen tegenwoordig die krijsen, meppen, zomaar klanken uitstoten, ruzie maken, blèren, zeuren, aandacht trekken, spugen en schoppen?

"Het is een bijzonder kind, en dat is ie..."

Het zijn de legendarische woorden van Jan Trom, over zijn jongen Dirk, in de kinderboeken van Dik Trom.

Je zal maar zo’n zonnetje in huis hebben, wat een rijk bezit!

En mag ik het beamen, als bescheiden buurman? Een bijzonder kind dat is ze, die Mirthe...

woensdag 9 november 2011

Als muren konden spreken...


Het huis staat op zijn kop, nou ja, nog niet helemaal, maar de voor-bereidingen worden zo langzamerhand getroffen. De voortuin is klaar, buitenom is geschilderd, en de nieuwe voordeur zit er in.

Nu binnen dus, en terwijl ik rustig boven op zolder met mijn plamuurmesje het behang te lijf ga tetteren de 70-ties door het trappengat, met de volumeknop op hard...té hard.

Een jaar geleden waren we nog volop aan de gang met een ander huis. Je wilt wel eens wat, maar uiteindelijk na wikken en wegen besloten we toch lekker in Kampen te blijven en ons eigen stekje gigantisch te gaan verbouwen.

Terwijl de vellen oud behang van de muur af rollen, gaan mijn gedachten terug naar 167 opknapbeurten in mijn rijke levensgeschiedenis. Hoe vaak ik dit al niet heb gedaan. Oude pastorieën opgeknapt, stookhuisjes ingericht, boerderijen verbouwd, caravans versleept, met spullen gesjouwd van hot naar her, zelfs tot aan de andere kant van onze aardkloot...

Met mijn plamuurmes steek ik een nat vel van de wand, en opeens verschijnen de woorden:

Goofy, Mickey, Sita, René, Janny, 29-12-99..., en het papier valt achteloos naar beneden.

Ik sta even een paar seconden te staren naar de woorden op de kale muur...

De geschiedenis van dit huis staat zomaar voor mijn neus in een paar woorden op de wand. Lief en leed is hier gedeeld, door twee mensen, twee katten en een hond. De hond Sita, en de katten Mickey en Goofy zijn er niet meer, die liggen netjes begraven in de tuin, en Rene was al twee jaar weg toen ik bij Janny kwam wonen.

En op zo'n moment gaat even alles door je heen, zomaar op een ochtend in november als het behang van de muren valt...

Iedereen heeft een verhaal, een verhaal dat soms verborgen blijft, een verhaal dat fluistert achter de muren, een verhaal dat ons vertelt dat er meer kan zijn...

Ik vervolg mijn werkzaamheden en als Janny thuiskomt heb ik de hele muur inmiddels kaal. Haar vertrouwde stem klinkt door het trapportaal: "Ben je boven...?"

Terwijl ik de trap afloop om met haar te gaan eten, wandel ik langs de tekst op de muur en glimlach nog eens.

Als muren konden spreken...