donderdag 9 mei 2013

Metamorfose

Als ik de voordeur achter mij dicht trek, steekt onze Cantah al meteen haar neus in de wind.

Nou doet ze dat wel vaker als we wandelen, maar dit keer hangt er iets in de lucht…

Ik loop zoals gewoonlijk naar de sloot, waar ze meestal haar behoefte doet. 

De bomen kleuren al aardig groen op deze mooie voorjaarsmorgen in mei, en de vogels zingen om het hardst.
 
Ze is nu ruim een half jaar, en weet als pup al aardig wat wel en niet kan. Prachtig om zo’n beest te zien socialiseren en op te groeien, en nu bezig is haar grenzen te gaan verleggen. Wat dat betreft lijkt onze “Golden” in het geheel niet op haar baas…
 
We wandelen verder, het nieuwe betonpad af, langs de rand van de wijk. Het is hier een officieel honden-los-loop-gebied maar we hebben Cantah tot nu toe, op deze plek, aangelijnd gehouden. De sloot die er langs loopt nodigt nou niet echt uit om eens lekker te gaan zwemmen, zelfs voor honden niet, tenzij ze van stinkende modderbaden houden natuurlijk...
 
Even verderop kwam een dame aangelopen met een, niet aangelijnde, jonge witte herder. De hond komt enthousiast aangelopen, en gevoelsmatig klik ik de riem los.

De begroeting is spontaan en het nodige aftasten was in een mum gedaan. De honden dollen als twee jonge honden, (toch opmerkelijk zo’n vergelijking in dit geval), over elkaar heen.
 
Ik maak een praatje met de bazin van Pluk, en de honden schuiven ongemerkt door het hoge gras steeds verder naar het vieze stilstaande water. Vanaf het punt waar wij staan kan ik, door haar steile oevers, de sloot niet goed zien.
 
Ach, ze spelen zo lekker…laat gaan, denk ik.
 
Maar opeens heeft Pluk zijn buik nat, en zie ik Cantah niet meer. Toch een beetje ongerust, (je weet maar nooit met een jonge hond die nog niet zo heel vaak het water in is geweest), ga ik poolshoogte nemen.
 
Maar wat ik zie, is geen Golden Retriever, maar aan de andere kant van de sloot merk ik een zwarte Labrador op die mij triomfantelijk aan staat te kijken. Zou dat…?
 
Het ís onze freule…
 
Van top tot teen, vet van de vieze zwarte modder, (zelfs zijn kop is zwart), en doordrenkt van het water.

Ik heb maar één visioen op dat moment: een schone droge witte Retriever, tevreden kauwend op zijn botje bij ons in de achtertuin, knipperend met haar ogen tegen de voorjaarszon, op haar plekje onder de beukenboom.
 
Het is nog even niet zover, en ik denk, die krijg ik in geen honderd jaar meer schoon…, maar de pret van de twee jonge teven, is een genot om naar te kijken, en ach..., thuis wacht de tuinslang.
 
Maar, hoe krijg ik een pup van ruim een half jaar terug aan deze kant van de sloot? En ook dat lost zich vanzelf op, want ik ben natuurlijk niet helemáál gestoord, en weet precies waar onze Cantah wel en niet naar luistert. En de twee honden komen, uiteindelijk op de signalen van hun begeleiders, trots aanrennen.
 
Het feest is voorbij, en thuis is er water, de zon in de tuin, en daarna een fris bad. Het is goed zo!
 
Het is onze Cantah!