maandag 15 september 2014

Megastallen ontoelaatbaar

Rechtvaardigt een uitnodigend gebaar van een boer, om onder het genot van een kop koffie zijn varkensstal te mogen bezichtigen, de omstandigheden waarin zijn varkens verkeren? Nee, natuurlijk niet. Boer Noordman in Lemelerveld probeert door het artikel in de Stentor van afgelopen donderdag het negatief imago over zijn bedrijfstak te verzachten. Maar moeder en dochter Noordman konden me niet overtuigen, toen ik afgelopen zaterdag het bedrijf bezocht, tijdens de open dag.

Onmiddellijk al, toen ik het terrein betrad, bekroop mij een soort gevoel van walging. De zon scheen, de ballonnetjes dansten hier en daar aan een hek, er werd vrolijk gelachen aan de tafeltjes die in het gras achter de boerderij waren gezet, kinderen liepen rond met kleurplaten, en in een kraam sisten de hamburgers op een bakplaat. Maar verderop zag ik de stallen, en een grote weerstand maakte zich van mij meester…

Dwars door mijn gevoel heen probeerde ik mij op een kunstmatige manier in te leven in de situatie van het hardwerkende boerengezin, maar toen ik de kraamkamer binnentrad verdween dit voornemen als sneeuw voor de zon. In een kleine ruimte, verdeeld in zes compartimenten van ieder een vierkante meter, lagen zes zeugen met hun jonge biggen op een kale vloer. Het moedervarken was zo groot dat ze in liggende houding net paste tussen de afscheidingsschotten. Ze keek me aan met haar kleine kraaloogjes, en haar blik vertelde me genoeg. Sommige jonge biggen waren flink beschadigd rondom hun ogen, omdat ze elkaar uit verveling te lijf gaan. En om de scherpe randjes er van af te halen worden daarom de tanden geslepen, zo werd mij verteld.

Ik liet me wijs maken dat de dieren hier binnen beter af waren dan buiten in de natuur, dat ze goed te eten kregen, en dat ze konden spelen met het balletje wat aan de muur was bevestigd...
Een stang aan de muur is bedoeld om het moedervarken op afstand te houden als de biggen geworpen zijn. Dit om te voorkomen dat er een aantal worden doodgedrukt...

“Dit is een proefopstelling”, vertelde de gastvrouw ons, “verderop staan de stallen waar de varkens nog gewoon tussen beugels staan.” Ik wist even niet of ik daar serieus op moest reageren.

We liepen verder en in het volgende verblijf kwam de stank mij tegemoet. De gastvrouw zag mijn vertrokken gezicht en verzekerde me dat ik er binnen een minuut geen last meer van zou hebben.
Ik dacht na, en misschien is dit wel de kern van het probleem met varkensboeren? Ze hebben er geen “last” meer van, en zien ze dus niet meer het leed dat ze hun dieren aan doen? Of wíllen ze het niet zien?

In de ruimte die onderverdeeld was in tien compartimenten, elk van amper tien vierkante meter, zaten honderd varkens wederom op een kale vloer, met helemaal niks. “Ja, wij zijn ruimdenkend”,  zegt boer Noordman in de Stentor. “Wij geven onze varkens zelf 25% meer ruimte dan de wettelijke norm...” Ik geloof écht dat deze varkensboer het leed van zijn dieren niet meer ziet! Of misschien niet wíl zien?

En misschien is het al precies zo met staatssecretaris Dijksma, die een aantal jaren geleden toen ze nog in de kamer zat, zo fel tegen de megastallen was? Een staatssecretaris die zich nu totaal niet druk lijkt te maken als provincies en gemeenten nu alle ruimte krijgen voor de bouw van megastallen?

De Partij voor de Dieren wil dat er een einde komt aan deze vorm van vee-industrie. Minder dieren betekent ook minder problemen voor mens en milieu. En minder dieren geven boeren zoals Noordman geen kans meer om op deze schaal zijn dieren te mishandelen en te gebruiken voor de handel.

Laten we hopen dat de symbolische steen die Marianne Thieme heeft overhandigd aan staatssecretaris Dijksma, tijdens het kamerdebat begin deze maand, inderdáád een grenssteen wordt!

Geen opmerkingen: