vrijdag 31 januari 2014

Hélp, ik word planteneter!

Of, netjes gezegd, ik word veganist. Is dat hetzelfde als een vegetariër? Nee, grof gezegd, een vegetariër eet geen dode dieren, en een veganist eet óók geen producten die daarvan afgeleid zijn, zoals eieren, melk en kaas.

Maar wat eet een planteneter wél? Nou gewoon, groenten, fruit, zaden, peulvruchten, noten, pasta’s, rijst, pizza’s, (zonder kaas uiteraard), zoveel mogelijk onbewerkt of rauw. En écht, er zijn verdomd veel leuke recepten op dat gebied!

Ik werd een paar weken geleden geprikkeld door de ervaringen en de theorieën van een goede vriend van mij uit een vorig leven, Boele Ytsma. Hij heeft een bedrijf, “De Planteneter,” en zijn website www.deplanteneter.nl  maakte mij in één klap enthousiast.

Inmiddels zijn er ruim tienduizend mensen die warm gelopen zijn voor deze nieuwe vorm van leven. En zo mag je het ook zien, géén streng dieet waarbij je jezelf allerlei beperkingen moet opleggen of die je althans het gevoél geven beperkt te zijn, maar een nieuwe lifestyle!

Maar,  waarom wil ik dit nou? Waarom wil ik die lekkere gekruide gehaktbal laten staan? Waarom laat ik dat stuk droge worst ’s avonds schieten bij de borrel? Waarom eet ik dan geen kaas meer, en zijn die lekkere Mona-toetjes verleden tijd? Want, het is allemaal zo verschrikkelijk lekker!

En laat ik mijn vriendin, die het allemaal óók graag eet, nu alléén genieten? Of, je staat samen in de winkel bij de vleesvitrine:  “Kijk eens, de sukadelappen zijn in de aanbieding”. En wat is dan het antwoord? “Nee, doe jij maar, want ik eet het niet meer?”.

Terwijl je voorheen nog samen zo kon genieten van draadjesvlees, (dat van tevoren uren lang had gesudderd), met peertjes en aardappelen die lagen te soppen in de jus, ga ik nu alleen nog maar planten eten? Het heeft zeer zeker dus een psychologisch effect, als je partner er niet in mee wil gaan, maar dat valt dus reuze mee bij ons.

Voelt het als verraad? Ja, misschien wel een beetje, maar zo is het natuurlijk helemaal niet. En zéker niet naar mijn vriendin, integendeel, die vond het toch al leuk om lekker te koken en nieuwe dingen uit te proberen. Maar ze komt uit een vleesfamilie, en opa haalde elke dag een droge worst onder de tafel vandaan, elke dag at je nou eenmaal aardappelen, groente, en…vlees!

Dus het zou het niet gemakkelijk worden om haar mee te krijgen, dacht ik. Maar, omdat het een echte keukenprinses is vinden we daar samen vast wel een weg in. En, wie weet? Ik kan me dus met een gerust hart verder verdiepen in het leven van een planteneter.

Maar waarom? Wil ik afvallen? Wil ik gezonder gaan leven? Wil ik er beter uit zien? Wil ik energieker worden? Wil ik de kans op ziektes, of de aanleg daarvoor sterk reduceren? Ik heb een te hoge bloeddruk, mijn cholesterol is te hoog, en ik ben te zwaar. Ik hijg als een oud postpaard als ik de trap op en neer ben geweest, en vermoeidheid speelt bijna dagelijks een rol. Maar om nou zo rigoureus je eetgewoontes te gaan omgooien? Er zijn toch zoveel andere manieren om af te vallen?

Ho, stop! Het primaire doel is niet het áfvallen! Nee, zoals Boele ook prachtig omschrijft in zijn boek, het is een lifestyle! Het doel is niet een lager gewicht, er beter uit gaan zien, en je lichamelijk en geestelijk beter gaan voelen! Maar het doel is de nieuwe manier van eten en leven, zélf.

Voorzichtig begeef ik mij dus op het pad van de planteneter. Het hoeft allemaal niet in één keer, en je hoeft ook beslist niet het roer in één dag om te gooien. Voor wie dit wil mag dat natuurlijk, maar het is een proces, een leerweg, en gaandeweg raakt het je enthousiasme, of niet natuurlijk.

De afgelopen dagen heb ik mij dus flink verdiept in de materie en met behulp van de 7-daagse basiscursus van “de Planteneter” kon ik mijzelf al flink in het zadel hijsen. Ik zocht op internet een paar gemakkelijke veganische recepten uit die, in dit prille begin, niet al te veel “aardverschuivingen” met zich mee zouden gaan brengen. Ik ben nogal impulsief, maar voor mijn vriendin moet het óók “behapbaar” blijven in dit stadium.

Gistermiddag was het zover, en haalden we de eerste boodschappen in huis. Niet dat we niks hadden, want eigenlijk zijn we ongemerkt al die jaren al een flink eind op weg geweest omdat we allebei houden van verse groenten en fruit. Vooral in de zomermaanden aten we eigenlijk al niet anders. We kochten tofu, noten, peulvruchten, vers fruit, verse groenten, en sojayoghurt. Het experiment is begonnen!

Experiment? Riekt dat niet naar een soort vrijblijvendheid? Ja, en nee! Ja, omdat het je eigen vrije keus is om te eten wat je wilt, en om al of niet gezond te willen leven. En nee, omdat het toch iets is dat je zeker een kans moet willen geven! En mijn gevoel zegt dat dit het zéker waard is.

In mijn volgende blogs zal ik zeker uitgebreid aandacht besteden hoe het mij, (ons), zal vergaan in dit avontuur naar een gezonder leven. Wat kom je in de praktijk allemaal tegen, wat is lastig of juist heerlijk, en is een gezond lichaam de enige drijfveer of zijn er meer argumenten?

Oh ja, gisteravond aten we onze eerste bewuste veganische maaltijd. Penne, met groenten en tomatensaus!

Het is net alsof het nu al goed voelt…






zondag 26 januari 2014

Leeftijdsdiscriminatie

Ongeveer een kwart van de Nederlanders voelt zich gediscrimineerd, zegt het Sociaal en Cultureel Planbureau, en dan gaat het in de meeste gevallen over leeftijdsdiscriminatie op de arbeidsmarkt.

Maar of er nu werkelijk sprake is van discriminatie, daar kom je nooit achter, want er is geen enkel bedrijf dat zal toegeven dat ze sollicitanten afwijzen omdat ze te oud zijn.

Maar, hoe vaag kan een onderzoek zijn als er niet bij wordt vermeld waaróm sollicitanten het gevoel hebben gediscrimineerd te worden. Ik wil het probleem niet bagatelliseren, maar ik weet zeker dat er bijna geen sollicitant dóórvraagt als ze wérkelijk dit gevoel hebben. 

Het is lastig om werk te krijgen tegenwoordig. Ik weet het uit ervaring , maar ik steek liever mijn energie in positieve en leuke dingen om werk te krijgen dan dat ik dramatisch ga doen over mijn leeftijd. En wat heb je te verliezen als je een vervelend gevoel hebt bij je afwijzing? Bel op, en nodig ze uit voor een gesprek. Dán toon je karakter!

Grote kans dat je toekomstige werkgever ook nog positief geprikkeld wordt door je gedrevenheid, en dat je de volgende week weer fluitend in de file zit…


zaterdag 18 januari 2014

Het roer om...

Terwijl een grijzige heer, gekleed in een strak pak, rustig door het gangpad langs me heen schuift volg ik het luchthavenpersoneel dat buiten met karretjes af en aan rijdt om de bagage in te laden. De twee stoelen, links naast me, zijn nog leeg en het is altijd weer een verrassing wie er de komende uren naast je komt zitten.

Als mijn blik weer naar buiten glijdt, gaan mijn gedachten terug naar het afscheid van enkele uren geleden. Afscheid van de mensen, en van het land waar mijn nieuwe toekomst zou liggen? Nieuw Zeeland is niet naast de deur geweest, en een jaar is niet lang. Helemaal niet in verhouding met de voorbereidingen die nodig zijn geweest voor deze onderneming.

‘Towel, sir?’ Een ranke, jonge dame in Singapore Airlines-tenue overhandigt me sierlijk een hete, natte doek om mijn gezicht en handen te kunnen deppen. Het werkt heerlijk verfrissend, en nadat ze het verkoelend element weer in ontvangst heeft genomen schrijdt ze verder in haar Sarong en Kabaja

Ruim een jaar geleden nam ik afscheid van mijn oude moeder: “Ga maar jongen, het is jouw toekomst”, zei ze, terwijl ze zich sterk hield de avond voor mijn vertrek. Ruim dertig jaar geleden vertrok haar oudste dochter met haar gezin naar Nieuw Zeeland. En dertig jaar later nam haar jongste zoon afscheid. Was het wreed om haar zomaar achter te laten?

Door de intercom klinkt de stem van de captain:  ‘Ready for take-off, crew, take your seats please’. Het zilveren gevaarte staat een ogenblik doodstil, om enkele ogenblikken later met brullend lawaai haar aanloop te starten. Als de machine los komt van de grond, wordt ik naar achteren gedrukt in de zachte stof van mijn stoel, en geef ik mij noodgedwongen over aan de moderne techniek...

Mijn gedachten schieten opeens terug naar een prachtig moment met mijn moeder, toen ik een aantal jaren geleden met haar het graf bezocht van mijn overleden broertje. We hadden het er vaak over gehad, mijn moeder en ik, haar zoon die ze eigenlijk nooit heeft gekend. Hij werd geboren, ruim 55 jaar geleden, in het ziekenhuis van Beverwijk, en overleed toen hij slechts vijf dagen oud was.

Mijn moeder vertelde dat ze mijn broertje eigenlijk nooit in haar handen, dicht bij zich, heeft gehad. Vrijwel onmiddellijk na de geboorte werd de baby weggehaald, want hij had problemen met de ademhaling. Ze hoorde hem gillen achter het witte scherm, en ze heeft hem daarna niet meer terug gekregen.

Op de dag van de begrafenis lag mijn moeder nog in het ziekenhuis. Toen het koetsje kwam om mijn broertje op te halen werden de gordijnen van de zaal dicht getrokken. Ze hoorde alleen maar het knerpen van de wielen op het grind… Ja, er was inderdaad nog een klein broertje, maar nooit werd er in de familie over gesproken.

‘Zou u niet eens willen gaan kijken op die plek?’ vroeg ik aan mijn moeder.
‘Ach jongen, dat is er toch al lang niet meer?’

Maar ik proefde haar verlangen om dat stukje van haar leven ‘af’ te mogen maken. En na een korte zoektocht in de archieven mocht ik vernemen dat het grafje nog bestond. Hoe is het mogelijk na zo’n lange tijd! En samen met mijn zus reed ik met mijn moeder naar Beverwijk. Ik weet het nog goed, het was een gure dag in maart. De regen kletterde en de wind liet flink van zich horen.

‘Voorzichtig met de roos hoor, want die is voor de jongen.’
Haar stem klonk opgewekt, maar tegelijkertijd ingetogen en gespannen.

De begraafplaats lag prachtig verscholen tussen grote oude bomen, en een klein modderig kronkelpad voerde ons naar de plek waar ons kleine broertje zou moeten liggen. Mijn zus en ik, uiteraard zelf ook geroerd door dat ene moment zagen een moeder van 78, verscholen onder een grote paraplu, zich neerbuigen om de roos voor haar zoon op het graf te leggen. Het was een intiem en prachtig moment waarin verleden en toekomst elkaar omarmen…

‘Would you like a drink sir?’ De Boeing 747 ligt inmiddels, al flink op hoogte, in horizontale positie. De middagzon schittert op de vleugel, die afsteekt tegen een heldere blauwe hemel. De stoelen naast me blijven leeg, en heb ik ruim uitzicht door het raampje waar ver beneden me het rimpelende water onder me door schuift. Ik neem een biertje, en wat snacks. Niet teveel, want over een klein uurtje staat er al een “light meal” op het menu. Het dagprogramma is compact aan boord van een vliegtuig, tijdens een reis van zo’n negen uur.

Ik weet me nog exact het moment te herinneren dat ik destijds besloot om mijn emigratieplannen door te zetten. Tijdens mijn voorlaatste reis naar Nieuw Zeeland bezocht ik op een zonovergoten middag een sheepfarm in Queenstown, aan de overkant van het meer. Een antieke stoomboot bracht ons naar de overkant waar het gezelschap mocht genieten van het schapenscheren, gevolgd door een demonstratie van het schapen drijven met behulp van schrandere Border Collies.
De boer, met zijn hoedje en stok, knauwde in plat Australisch Engels zijn commando’s naar de honden en het was een prachtig schouwspel om te zien.

Op de terugweg liet ik mijn korte beentjes bungelen buiten boord, en het water spatte met regelmaat om mijn voeten. De zon zakte al aardig, en zette de westkant van de kale bergketen langs het meer in een lichte, goudkleurige gloed. Hier wilde ik wonen, hier wilde ik werken, ik had niets te verliezen. Bijna niets…

De dames in Sarong en Kabaja komen alweer langs met hun karretjes, precies op maat gemaakt voor het gangpad, om de lege plastic glazen, blikjes, en papier op te halen. Ik word slaperig van het reizen, van de emotie en indrukken van de afgelopen uren maar ik wil het graag nog even volhouden tot, in ieder geval, na de maaltijd om straks toch het gevoel te hebben een normale nacht te maken. Ik slaap slecht tot helemáál niet in een vliegtuig, dommel af en toe een beetje weg, lees dan weer een boek, of ik kijk een film. Omdat ik terugvlieg in de tijd duurt de schemering voor mijn gevoel veel te lang, maar wordt de rode gloed van de zon nu toch snel een prachtige verschijning aan de horizon. En traag schuift de kolos langzaam verder langs het zwerk richting het westen…

Mijn gedachten dwalen terug naar de plek waar ik de afgelopen maanden mocht wonen, en gastvrij werd ontvangen door mijn zuster en zwager.
Het huis is gelegen in de heuvels aan de noordkant van Auckland, en ligt vrij afgelegen. Een prachtige plek vlakbij het nabijgelegen National Park, een dichtbebost gebied waar menig wandelaar niet meer uit komt zonder hulp van een gids of local. Het geeft een rijk gevoel als je dit gewoon bijna in je achtertuin hebt.

De dagen vulden zich met het regelen van de emigratie, het invullen van stapels papieren, tientallen telefoontjes plegen, en veel ritjes naar de stad. De immigratiedienst in Nieuw Zeeland is niet gemakkelijk als het gaat om het toelaten van “vreemdelingen”, en de eisen zijn bijzonder hoog. Omdat ik het land al in vorige reizen bezocht heb, had ik maar een jaar de tijd om de zaak te regelen. Langer zou ik er als ‘visitor’ niet mogen blijven, en zou ik het land weer moeten verlaten.

Maar natuurlijk was er ook de ontspanning. De barbecues met vrienden, de campertochten door het land, wandelingen door vulkanische gebieden met als hoogtepunt de afdaling in een vulkaankrater, zeevissen, de stranden, en een prachtige treinreis door de grillige Southern Alps, een bergketen op het Zuidereiland.

Nederland was ver weg en de dolfijnen, die ik tijdens een wandeling langs de beach door de golven zag springen, waren de bevestiging van mijn avontuur. Hier woon ik nu, wat een rijkdom! Mijn moeder zou trots op me zijn als ze me kon zien. Maar ik zag haar zo voor me, in haar grote stoel op haar kamertje in het verzorgingshuis, helemaal aan de andere kant van de wereld…

Was er toch iets dat knaagde? Ik drukte het weg, niet zeuren, bijna elke emigrant moet hier doorheen. En ik kende de verhalen van mijn zuster, die vertrok toen ze bijna twintig was, en de eerste twee jaren door een hel ging. Ik ben veertig, zou ik het ook kunnen? Niet aan denken, gewoon doorgaan, afleiding genoeg hier, het zal wel slijten. Ik heb het gemakkelijker dan mijn zuster in die tijd. Ze kende toen de taal niet, er was nog geen huis, ze hopten van hotel naar hotel, en ze bracht alléén de lange dagen door met drie kleine kinderen omdat mijn zwager zijn werk had in de fabriek. Nee, ik moet niet zeuren, ik kwam in een gespreid bedje!

Het wordt nu langzaam donker, en ik laat voor de zoveelste keer mijn blik vallen op het kleine schermpje in de rugleuning van de stoel vóór me.
Nog 7.138 kilometer voor de landing in Singapore. We vliegen op een hoogte van 10.367 meter, en nog ruim 6 uur te gaan. Op het kaartje zie ik dat het ingetekende vliegtuigje zich midden boven Australië bevindt en maar tergend langzaam opschuift richting het noordwesten.

Elke geboren of genationaliseerde Nieuw Zeelander wordt, in de volksmond naast de vogel en de vrucht, aangeduid als Kiwi. Kiwi’s houden van sport, bier en boten. Maar daar is dan ook alles mee gezegd. Ze werken bijna dag en nacht, en er is weinig anders wat ze bezig houdt.

De meeste Nederlanders die ik er heb leren kennen, voornamelijk uit de vriendenkring van mijn familie, hebben deze kiwigewoontes gewoon overgenomen. En in meeste gesprekken die ik had tijdens de barbecue, tijdens excursies, en natuurlijk ook gewoon in huiselijke sfeer, kreeg ik sterk het gevoel dat er een groot taboe bestaat op het gespreksonderwerp “emigratie”.

Niet die van mij, maar hun éigen verhaal. Persoonlijke ervaringen en beweegredenen, die in de jaren ‘50 en ‘60 aanleiding waren om te vertrekken, zijn moeilijk bespreekbaar. Zo gauw je de diepte in ging, (en ik was benieuwd natuurlijk, als kersverse avonturier), werd er overheen gepraat: Nederland is te klein en te bekrompen! Change the subject: sport, bier en boten! Maar, hoe zit het nu écht met die avonturiers van toen? Daar kom je niet achter…

Ik voelde een soort geestelijke armoede, maar ook medelijden, bij deze mensen. En misschien waren het wel juist deze momenten die me langzaam deden beseffen dat springende dolfijnen in de vrije natuur niet het enige zou zijn om me gelukkig te kunnen voelen in dit land…

Het gonzende, eentonig, geluid van de motoren maken mijn ogen nu écht zwaar en ik gebruik de twee stoelen naast me om even languit te gaan. Maar ik kan de slaap niet vatten, en duizend gedachten blijven rond malen in mijn hersenen…
Ik moet even een moment “van de aardbodem” zijn geweest, want plotseling wordt mijn soezerige toestand verstoord door een vrije val van de airbus en schiet ik, overdreven gezegd, bijna met mijn hoofd door de handbagagecabines, boven me. Ik ben het wel gewend deze vorm van turbulentie, dus kijk ik er niet van op, maar je schrikt wel even. Het is al snel weer over en ik ga maar weer zitten. Slapen in een vliegtuig blijft voor mij tóch een probleem, ook al heb ik de ruimte.

Ja hoor, ik heb zéker momenten gehad dat ik dacht, ik kap er mee, ik ga terug. Maar ik ging dan altijd dwars door mijn gevoel heen. Verstand op nul, (of liever gezegd, mijn gevoél op nul), en gewoon doorwerken aan de emigratieprocedures. Maar van binnen begon ik in conflict te komen met de oorspronkelijke wortels van mijn bestaan.

Ook mijn Engels is uitstekend, en technisch gezien kon ik me goed redden. Maar om je gevoel uit te drukken in een andere taal, dat is nog wel even wat anders. En als je dan een gevoelsmens bent zoals ik, dan krijg je al gauw last van het gevoel niet begrepen te worden door de Kiwi, omdat je eigenlijk niet kan overbrengen wat je bedoeld, en komen er barsten in je ego, die op den duur zeer gaan doen. Op langere termijn zou dit natuurlijk beter gaan, maar een jaar is te kort, en ik praat nu eenmaal graag over meer dingen dan alleen maar sport, bier en boten…

Langzamerhand wordt het stil in de 747. Schuin voor mij, aan de andere kant van het gangpad, wordt een complete rij stoelen in beslag genomen door een dame van middelbare leeftijd, die ligt te slapen. Haar voet hangt onverschillig buiten boord, en een flap van haar blauwe airlines-deken hangt slordig op de grond.

In de stoel vóór haar zie ik een jongenskruin scheef hangen, om nog net één van de grote schermen te kunnen zien, waarop een film vertoond wordt. Zijn linkerarm hangt achteloos over de rugleuning. Verderop huilt een baby, en een moeder checkt zorgvuldig status in de reiswieg die daar, in een speciaal daarvoor gemaakte uitsparing, is opgehangen.

Alle luiken voor de kleine raampjes zijn nu gesloten, de nachtverlichting brand, en 342 passagiers laten zich meevoeren met een snelheid van zo’n duizend kilometer per uur door de donkere, stille nacht. Nog een paar uur vliegen…

Als ik langzaam wegdommel, sta ik opeens met een paar emmers onder de Macademia-bomen bij mijn zwager in de tuin. Met zijn slippers aan, en altijd in korte broek, hangt hij bovenin een tak, en gooit handenvol met ruwe kastanjeachtige noten naar beneden. Als de emmers vol zijn worden ze uitgestald op het balkonterras om te drogen. Na een paar dagen barst de harde groene schil open, en komen de harde bruine noten tevoorschijn. Daarna doet de bankschroef de rest, om de bruine schil er af te kraken, en de blanke verse noten er uit vallen…

Met een schok word ik wakker, en het vliegtuig trilt alsof het elk moment uit elkaar kan vallen. Uit de speaker klinkt de stem van de gezagvoerder: ‘Fasten your seatbelts, we are in bad weather with some turbulence!’
Ook één van de signaleringslampjes boven mijn hoofd gaat branden, met de tekst: ‘Fasten seatbelt’.

Ook deze keer duurt het maar kort, en na twintig minuten is alles weer rustig. Ik kan de slaap niet meer vatten, en laat wat beelden van de film over me heen komen, zonder daarbij het geluid aan te zetten. Als het maar beweegt. Maar gedachteloos draai ik mijn hoofd toch weer in sluimerstand...

Ik had nog een maand te gaan in het prachtige land van zon, zee en bergen en daarna zou mijn tijd op zijn. De emigratie was nog lang niet rond, en de verwachting was dat het nog wel een jaar zou kunnen duren. Vrienden die dicht bij het vuur zaten probeerden nog iets te regelen voor me maar dat mocht niet baten. En dan is het tijd om de beslissing te nemen, en in alle rust de voorbereidingen te gaan treffen voor de terugreis. En dan gaat alles te snel…

Maar die beslissing neem je in een seconde, zomaar op een middag tijdens de thee, althans zo werkt dat bij mij. Er is geen weg terug, het is klaar nu. Een uur later lag er een fax bij mijn moeder in Nederland.

Lieve moeder,

Bijna een jaar ben ik nu hier. De afgelopen weken en dagen waren intensief. Veel informatie gekregen, adviezen gehad, en vooral veel stof om na te denken. Tussen hoop en verwachting, heimwee naar Nederland, en toch weer proberen. Vooral deze laatste week waren de vooruitzichten de ene dag nog hoopvol, en de volgende dag weer totaal uitzichtloos.

Na al deze ervaringen, en daarbij ontzettend positief en op een warme  manier bijgestaan door heel veel mensen, heb ik vanmorgen definitief de beslissing genomen terug te keren naar Nederland. Ik ben ontzettend blij met de ervaringen die ik hier heb mogen hebben. Vanuit Nederland had ik dit in ieder geval nooit op deze manier kunnen doen en beleven. Ik kom terug met een tevreden en dankbaar gevoel. Dit land heeft mij ontzettend veel geleerd, ook al was de tijd relatief misschien te kort.

Vanmiddag ga ik naar het reisbureau om de terugreis te regelen. Maak je geen zorgen voor de eerste tijd als ik weer terug ben. Ik heb genoeg vrienden in Nederland waar ik voorlopig terecht kan, en je weet dat ik in ieder geval de energie heb om zo snel als ik de boel heb afgebroken in Nederland ook vast wel weer op kan bouwen. Een prachtige uitdaging! Zo gauw ik de exacte datum weet, hoor je deze onmiddellijk van me.

Geloof me, het is écht goed zo. Ik kom gauw terug!

Liefs

Nog anderhalf uur, en het eerste deel van de reis zit er op. Mijn hoofd is zwaar en ik heb weinig geslapen. Maar op één of andere manier voel ik me ook bijzonder relaxed en uitgerust. Het lijkt net alsof er steeds schakelaartjes worden omgezet. Het verleden is klaar en de knopjes gaan uit, en de nieuwe worden achtereenvolgens aan gezet. En meteen groeit ook het besef wat ik miste uit Nederland, en dat was niet alleen mijn moeder. Het is de kneuterigheid van onze geografische stip op de kaart, de gure herfstdagen, de dijken en de boerendorpen, de kroketten en de wadden, de Lemelerberg.

Op tien kilometer hoogte vlieg ik tussen twee werelden. De wereld waar ik nog niets had mogen opbouwen, en de wereld waarin ik met niets zal terugkeren. Het is beangstigend, maar bevrijdend tegelijk. Zwevend, hoog, en helemaal alleen. Is het avontuur, is het lef, of hoort het gewoon bij wie je bent? Het is maar net hoe je er tegen aan kijkt.

‘Would you like some more drinks, sir…’?

Ik ga naar huis, waar mijn moeder wacht, waar boeren hun vrouwen zoeken, waar geen zwavel uit de grond komt, en waar het water door de IJssel stroomt…

                                               *** 


Op 15 november 2011, ruim tien jaar na mijn terugkeer uit Nieuw Zeeland, overleed mijn moeder aan een hartstilstand op een leeftijd van bijna 90 jaar