zondag 30 juli 2017

Een eng beest...

Een jaar geleden, rond deze tijd, stond er een ietwat hulpeloze buurvrouw voor haar gesloten voordeur…geen sleutel, en ik had hem ook niet. Boven gelukkig wel een raam open, en via de ladder van de schilder werd alles opgelost. Je kunt er alles over lezen in mijn blog van 16 april 2016.

Maar vorige week was het dezelfde buurvrouw die mij riep van achter uit de tuin: ‘Kun jij vanuit jullie tuin achter onze overkapping kijken, want ik hoor de laatste dagen vreemde geluiden die lijken op het krabbelen van een middelgroot beest. Het schurend geluid was te zwaar voor muizen, en te licht voor een jonge olifant tijdens zijn of haar adolescentie…

Ik baande mij een weg door het struikgewas aan onze kant helemaal achterin de hoek van de tuin, en klauterde tegen de schutting omhoog. Maar het werd al een beetje schemerig en ik zag niets dat enigszins leek op een levend wezen, of zelfs nog erger…Ik zag wel drie houten afscheidingen, één van de achterburen, dan de oude schutting van de buren, en dan de achterwand van de overkapping. Drie lagen dus met daartussenin steeds een ruimte van niet meer dan tien centimeter.

Mijn gedachten voerden me al mee naar een mogelijk drama. Als een levend wezen daar tussen zou vallen komt ie er van z’n levensdagen nooit meer uit. Maar ik zag niks, en ik hoorde ook niks meer…

Een paar dagen later, eergisteren om precies te zijn, kreeg ik een wederom een hulp-oproep van buuf via de app: ‘Ik hoor het beest weer!!’ Buurman aan het werk, en buurvrouw in lichte paniek, maar toen ik ter plaatste kwam was er wederom niets te horen. Gelukkig had ik tijd, wie niet trouwens, want iedereen heeft evenveel tijd.  Kwestie van verdelen, en jezelf in de juiste proporties voorzien van hapbare ‘timeslices’. Maar dat is een andere kwestie, eerst op jacht naar dat monster!

Ik klauterde met zaklamp het dak op bij de buren, om van bovenaf te kunnen kijken wat er aan de hand zou kunnen zijn, en terwijl ik naar beneden scheen zag ik twee kraaloogjes glinsteren, met daarom heen een klein wezen van zo’n twaalf á dertien centimeter, en het meende ook nog een lange staart waar te kunnen nemen maar dat bleek achteraf geen correcte constatering.

Voorzichtig probeerde ik met een lange stok beweging te krijgen in het wezen met de kraalogen, en op dat moment fladderde een jonge merel, die net uit zijn of haar dons was gegroeid, een meter omhoog in een poging om er uit de vliegen. Maar gezien de nauwe opening had het arme beest geen schijn van kans en zakte het hulpeloos weer terug in het gebladerte op de bodem. En op dat moment stond mijn besluit vast als een paal boven water. Dat beest moet, hoe dan ook, worden gered!! Maar hoe?

Een schepnet, met een lange steel? Zou kunnen, maar niemand had zo’n ding. De overkapping afbreken? Geen optie. De oude schutting weghalen, om de vogel meer ruimte te geven om weg te kunnen fladderen? Tja, dat kan, maar om nou een complete schutting af te gaan breken waar je ook nog eens vrijwel niet bij kunt? Maar toch bleek dit de enige optie, en gelukkig gaf het ding mee. De palen waren zo goed als verrot en de planken vielen er eigenlijk gewoon al vanaf. Yessss, de merel fladderde eerst van schrik de hoek in, maar vloog toen opeens op de rand van de schutting van de achterburen, schudde nog eens verward met zijn kop, en vloog daarna naar de nok van het dak!

Gelukkig, het beest was gered, want je moet er toch niet aan denken om zomaar zo’n beest dood te laten gaan in zo’n eng gat…Buurvrouw blij, mijn vriendin, die alles vanuit het zolderraam had gevolgd, blij en ik natuurlijk ook. Wat kan het leven mooi zijn, als je hulpeloze dieren kunt redden uit hun benarde positie. Daar wordt je, als je dat al niet was, een gelukkig mens van....


Geen opmerkingen: